Wetenschap - 8 januari 2016

Geen winter? Niet erg hoor

tekst:
Roelof Kleis
1

Als er nou helemaal geen winter komt, is dat erg? Nee, zegt bioloog Arnold van Vliet. De natuur gaat door. Maar hoe zo’n verandering uitpakt, blijft ongewis.

Foto's: Arnold van Vliet

Van Vliet komt net van een ritje naar de Stadspoort bij Ede. Even een filmpje maken van de bloeiende narcissen. Het zijn spannende tijden voor een bioloog die van ecologische veranderingen zijn corebusiness heeft gemaakt. ‘Ja, het is fantastisch om zo’n unieke situatie mee te maken. Daar kan geen experiment tegenop. Ik kan niet meer normaal buiten fietsen. Je vraagt je bij alles wat je ziet voortdurend af: is dit normaal of niet?’

Maar zorgen over het uitblijven van de winter maakt Van Vliet zich niet. ‘De natuur gaat gewoon verder, ook al komt er helemaal geen winter. De winter van 2013/14 was ook bizar warm. De gemiddelde temperatuur in december, januari en februari was 6,0 0C. Het vroor toen wel, maar er was geen enkele ijsdag, een dag waarop de temperatuur niet boven het vriespunt komt. De natuur heeft op zich geen winter nodig. Maar je krijgt natuurlijk wel een verandering in  dynamiek.’  

Bladontplooiing meidoorn Droevendaalsesteeg.jpg

Planten hebben volgens Van Vliet niet per se vorst nodig. ‘Alhoewel sommige zaden vorst nodig schijnen te hebben om goed te kunnen kiemen. En van fruitbomen wordt gezegd dat ze een koudebehoefte hebben om goed te kunnen groeien. Maar kou betekent dan: een periode onder de zeven graden Celsius. Ook die periode is nu overigens recordlaag. Punt is dat we het voor een deel gewoon niet weten, omdat we het nog nooit hebben meegemaakt.’

Natuurorganisatie Floron hield eind december voor het tweede jaar op rij de Plantenjacht: een inventarisatie van bloeiende planten. Van Vliet deed iets dergelijks al eens in 2006. ‘Maar dan in begin december. Wij kwamen toen op meer dan 240 bloeiende wilde soorten.’ Vrijwilligers van Floron telden nu 735 soorten, een verdubbeling van vorig jaar. Van Vliet: ‘En dat was ook al een warm en dus geen gewoon jaar.’

Die vroege bloeiers leggen het loodje als het toch nog gaat winteren. Is dat erg? ‘We weten nog niet hoe dat doorwerkt’, reageert Van Vliet. ‘Het is niet zo dat van die soorten overal alles al in bloei is gekomen. Alleen het heel vroege deel van de populatie staat in bloei. De ene plant heeft profijt van de warmte, de ander niet. Door de klimaatverandering zie je in ieder geval wel dat verspreidingszones gestaag opschuiven. Er zijn de laatste twee decennia in ons land al meer dan honderd plantensoorten bijgekomen.’

In feite is dit een blik in de toekomst
Arnold van Vliet

De warmte beïnvloedt flora en fauna. Vlinders fladderen nog rond, egels en zelfs hagedissen zijn al gespot. Een deel van de dieren komt niet tot winterrust of is al weer wakker. Dat hoeft volgens Van Vliet niet erg te zijn. ‘Als ze maar genoeg voedsel vinden om in leven te blijven. Maar als ze teveel energie gebruiken en die niet kunnen aanvullen, komen ze straks niet tot voortplanting. Maar ook hier geldt: veel dingen weten we nog niet.’

Van Vliet beziet het allemaal als één groot experiment, waar we vooral ons voordeel mee moeten doen. ‘Geen vorst in december is meteorologische gezien spectaculair. In ons land hebben we dit nog nooit kunnen bestuderen. En niet alleen voor fenologen is dit interessant. Ook voor mensen die zich bijvoorbeeld met klimaatadaptatie bezig houden is dit een buitenkansje. In feite is dit een blik in de toekomst. Wat betekent dit en hoe kunnen we daar op anticiperen.’

Kom bij Van Vliet daarom niet aan met het cliché dat de natuur in de war is. ‘De natuur is niet in de war, zo dat al kan. Planten doen gewoon wat ze moeten doen als het zo warm is als nu. Maar tijdtechnisch gezien klopt er natuurlijk geen moer van. Het is januari en het voorjaar is al begonnen. De sneeuwklokjes bloeien, de hazelaar, de gele kornoelje. En met die vogelgeluiden erbij is de voorlente compleet.'

Re:acties 1

  • Jeffrey Harvey

    I am a senior scientist at the Netherlands Institute of Ecology and a visiting Professor on Conservation and Scientific Advocacy at the VU University I would like to respond to Arnold van Vliet’s quite astonishing remarks in your interview about the potential ecological consequences of a ‘non-winter’ in Europe and The Netherlands. I say I am astonished because no biologist worthy of their qualifications should make such a flippant remark as van Vliet has done without a complete understanding of warming and its effects on nature across variable spatial and temporal scales. Yes, he is correct that it is an ‘experiment’, but to phrase it as being ‘spectacular’ and ‘a chance of a lifetime’ is profoundly simplistic and brazenly ignorant in my opinion. He also greatly oversimplifies terms like ‘confusion’ in natural systems for which the current warming is probably unprecedented in thousands of years. Therein lies the rub – natural systems have already been greatly altered and simplified by a suite of human activities into which we are throwing rapid climate change. In contrast with the views of Van Vliet are many thousands of much more qualified ecologists than him who view the current rate of warming as a highly dangerous and non-replicatable experiment, challenging already stressed systems to respond. Indeed, the pages of scientific journals are replete with articles showing deleterious effects of warming on species and on species-interactions, and the exceptionally rapid rate of climate warming, in which 2015 was by far the warmest year on record, are viewed by most scientists with extreme concern. This glimpse of the future is nothing to celebrate – we should be doing all in our power to prevent warming exceedingly 2 C at the global level if we are not to see the further fraying of food webs and unraveling of ecosystems. I think that you should allow space for someone to respond to Van Vliet’s views, as they fall well outside the scientific mainstream.

    Reageer

Re:ageer