Wetenschap - 1 januari 1970

'Geen verbouwingen aan groen cultuurgoed'

Niet alleen monumentale gebouwen, ook water, veen, klei en zand vormen ons cultuurgoed. Boeren moeten meer ruimte maken voor natuur, en industrieterreinen moeten niet overal maar worden toegestaan. Dat is de boodschap van bijzonder hoogleraar agrarisch natuur- en landschapsbeheer prof. Geert de Snoo, die op 28 oktober zijn inaugurele rede hield.

'Twee maanden geleden las ik op teletekst: ‘De Gemeente Den Haag heeft het Ministerie van Landbouw aan de Bezuidenhoutseweg uitgeroepen tot monument. Door de monumentenstatus wil Den Haag het gebouw beschermen als cultureel erfgoed. Verbouwingen zijn dan beperkt toegestaan.' Hoe anders gaan wij om met het groene cultuurgoed van ons land. Nederland, een land dat hoofdzakelijk bestaat uit water, veen, klei en zand', aldus De Snoo.
De bijzonder hoogleraar, tevens hoofd van de sectie Ecosystemen en Milieukwaliteit bij het Leidse universitaire Centrum voor Milieukunde, wil zich sterk maken voor meer natuur in Nederland. Dat de Renaissance-verkaveling van droogmakerij de Beemster en het molengebied Kinderdijk in de Alblasserwaard op de wereld erfgoedlijst van de UNESCO staan, is volgens hem niet voldoende. Net zoals verbouwingen van monumentale panden niet kunnen, zou dat ook moeten gelden voor het groene cultuurgoed zoals de veengebieden, meent de hoogleraar.
'Verbouwingen en industrieterreinen worden almaar toegestaan. En lelijkheid leidt tot onverschilligheid, wat de kans op verrommeling verder vergroot.' De Snoo, sinds 1 mei 2003 werkzaam als bijzonder hoogleraar in Wageningen, zoekt de samenwerking op met LTO, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en het ministerie van LNV. Praktisch gezien ziet hij veel in het creëren van meer natuur op boerenbedrijven. 'Natuur heeft ook ruimte nodig. Waar vinden we die? Op de landbouwbedrijven. In de akkerbouw in ons land wordt 98 procent van het bedrijfsoppervlak ingenomen door gewassen, gebouwen en verhardingen. Slechts twee procent bestaat uit elementen als sloten en slootkanten. Daarmee is de speelruimte voor natuur te beperkt. Dit moet bijvoorbeeld vijf procent van het bedrijfsoppervlak worden.' /HB

Re:ageer