Organisatie - 17 november 2011

'Geen marktdenken bij fundamenteel onderzoek'

Aansluiting bij topsectorbeleid criterium bij subsidieaanvraag.
'Eerste geldstroom wordt ­ondergeschikt gemaakt aan het bedrijfsleven.'



Wageningse onderzoekers voelen zich beperkt in de mogelijkheid om fundamenteel onderzoek te doen. Dat blijkt uit een ingezonden brief van tien wetenschappers in dit nummer van Resource (pagina 11). De ondertekenaars beklagen zich erover dat bij aanvragen voor het jongste IPOP-programma Complex Adaptive Systems gevraagd wordt naar business opportunities en raakvlakken met het topsectorenbeleid. Terwijl het hier volgens hen gaat om universitair geld voor puur fundamenteel onderzoek.
Onder de ondertekenaars bevinden zich de hoogleraren Ken Giller, Michiel Korthals, Wim Heijman, Anke Niehof en Jan Douwe van der Ploeg. Initiatiefnemer is agrarisch econoom Niek Koning: 'De eerste geldstroom is een van de weinige middelen die de universiteit over heeft voor fundamenteel onderzoek dat niet ingegeven is door het bedrijfsleven. Het is dus hoogst verbazingwekkend dat hier de topsectoren om de hoek komen kijken. De eerste geldstroom wordt zo ondergeschikt gemaakt aan het bedrijfsleven. Ik vrees dat de universiteit wordt omgebouwd tot een consultancybedrijf, werkend voor een kapitaalkrachtige markt.'
Maatschappelijk belangrijk
Ruud Huirne, directeur van de Social Sciences Group en medeverantwoordelijk voor deze geldstroom, begrijpt de klacht niet. 'Het is echt niet zo dat het bedrijfsleven straks aan de knoppen zit. Ik zal er op toe zien dat de wetenschappelijke kwaliteit voorop staat. Wij verwachten heel veel goede voorstellen, dan wil je informatie waarop je kunt selecteren. Pas bij gelijke geschiktheid kan de vraag over topsectoren een rol spelen.' Huirne vindt dat de klagers een clich├ębeeld maken van het topsectorenbeleid: 'Het gaat om meer dan een kapitaalkrachtige markt, zoals onderzoek naar duurzaamheid en de derde wereld.'
Maar voor de wetenschappers is het een principekwestie. In de ingezonden brief benadrukken ze dat de universiteit maatschappelijk belangrijk onderzoek moet doen waarvoor geen koopkrachtige vraag bestaat. 'Zulk onderzoek komt niet bij voorbaat overeen met het topsectorenbeleid. Onze bestuurders hebben regelmatig toegezegd dat er binnen de universiteit ruimte zou blijven voor niet-commercieel en niet-beleidsgestuurd kritisch onderzoek. Met dit criterium lijkt deze ruimte te verdwijnen. Wij vragen dan ook dat het wordt ingetrokken.'
De kans dat het criterium van tafel gaat, lijkt klein. Rector Martin Kropff staat achter de nieuwe norm. Via zijn woordvoerder laat hij weten: 'De Nederlandse wetenschap wordt voortaan voor een groot deel gefinancierd via het topsectorenbeleid. Het is dan geen slechte zaak dat er mogelijkheden daar extra middelen uit te halen, zeker bij een instelling die werkt aan Science for Impact.'
 

Re:ageer