Wetenschap - 18 juni 2013

Geen champignon kneusjes meer

Champignons kunnen niet goed tegen een stootje, ze verkleuren dan. Amrah Weijn heeft nu genen en inhoudsstoffen gevonden waarmee een kneus-tolerante champignon kan worden veredeld.

champignons-blancs-bio-ravier-250gr-ned.jpg
Champignons zijn gevoelig voor kneuzing. Dat zien we bijvoorbeeld als de champignons klem komen te zitten in een volgepakt blauw bakje. Dan worden de drukplekken op de hoed van de paddenstoel bruin. Die kneusjes willen we niet. Mede daarom moeten de Nederlandse champignontelers hun exemplaren zorgvuldig plukken - een voor een met de hand.
Door de hoge arbeidskosten kunnen de Nederlandse telers nauwelijks nog concurreren met bijvoorbeeld Poolse telers. In 2000 waren er 546 champignontelers in Nederland, in 2012 nog 131. De plukrobot moet uitkomst bieden, maar die beschadigt de champignons nog teveel. Daarom is er behoefte aan een robuuste kneus-tolerante champignon.
De gevoeligheid voor kneuzing is deels genetisch bepaald, ontdekte promovendus Amrah Weijn. Ze testte vijftig verschillende champignonrassen, waaronder wilde rassen, uit de collectie van Anton Sonnenberg bij Plant Research International. Met een zelf ontwikkelde 'kneustest' ging ze na welke rassen het beste tegen een stootje kunnen. Daarna vergeleek ze het DNA van de gevoelige en kneustolerante rassen en vond ze genen die de gevoeligheid beïnvloeden. In een wild, bruin gekleurd en tolerant ras vond ze vier genen die een mutatie bevatten, een fout in het DNA, waardoor de eiwitten waarvoor de genen coderen waarschijnlijk niet goed meer functioneren.
Bovendien ging Weijn in het metabolisme van de champignon na welke stofjes de bruine kleur veroorzaken. Daarbij vond ze twee aromatische verbindingen die door een enzym worden omgezet in melanine, het stofje dat de verkleuring veroorzaakt. Die twee bouwstenen van melanine, GHB en GDHB, kunnen nu dienen als merkerstof - hoe minder deze verbindingen voorkomen, des te minder verkleuring.
Met die kennis zijn inmiddels kruisingsproeven gedaan. Daarbij werden de ouderlijnen van de gangbare consumptiechampignon, Agaricus bisporus, gekruist met een ouderlijn van het wilde kneustolerante ras en met een ouderlijn van een zeer gevoelig wild wit ras. En, is de beste inmiddels uit de bus gerold? 'Nee, we hebben hem nog niet', zegt Weijn. 'De twee merkerstoffen bleken in alle kruisingen vrij laag, er speelt nog wat anders. En we merken dat er naast de 4 gemuteerde genen nog meer genen van belang zijn voor de kneustolerantie. Zo gaat onderzoek: je lost 1 vraag op en krijgt 3 nieuwe vragen terug.' Daar komt nog bij dat de veredelaar ook andere nuttige eigenschappen, zoals goede kwaliteit en lage infectiedruk, moet behouden.
Maar de champignonsector kan met de resultaten aan de slag. Die was dan ook medefinancier van het onderzoek, samen met het technologisch topinstituut Groene Genetica.
Amrah Weijn promoveerde op 14 juni bij Harry Wichers, hoogleraar Immuunmodulatie door voedsel.

Re:ageer