Organisatie - 16 maart 2015

Geen belangenverstrengeling bij Rikilt en CVI

tekst:
Albert Sikkema

Het Centraal Veterinair Instituut (CVI) en Rikilt, beide instituten van Wageningen UR, voeren hun wettelijke onderzoekstaken goed uit, constateert bureau Berenschot in een evaluatierapport. Hoewel er geen belangenconflicten zijn geconstateerd tussen publiek en privaat onderzoek bij de instituten, moet bij het CVI de aansturing van het wettelijke en marktgerichte onderzoek worden ontkoppeld, vindt staatssecretaris Dijksma.

<foto: bijna alle analyses bij het Rikilt zijn in opdracht van de overheid>

Tot vorig jaar waren de directeuren van Rikilt en CVI verantwoordelijk voor zowel het onderzoek voor bedrijven als de wettelijke onderzoekstaken op het gebied van besmettelijke dierziekten en voedselveiligheid. Berenschot ging na of er voldoende waarborgen zijn voor de onafhankelijke uitvoering van deze onderzoekstaken. Bij Rikilt is dat door de strikte regels het geval. Mede daardoor voert dit instituut weinig contractonderzoek uit voor bedrijven. Bij het CVI, dat naast de screening van dierziekten werkt aan vaccinontwikkeling met bedrijven, moet dat onderscheid tussen publiek en privaat onderzoek duidelijker worden gescheiden. Naast de algemeen directeur van CVI moet er een programmadirecteur voor de wettelijke onderzoekstaken komen, die direct aan het ministerie rapporteert, adviseert Berenschot aan de staatssecretaris. Wageningen heeft dit advies inmiddels overgenomen.

Het CVI moet voortaan vooraf toestemming vragen voor marktgerichte onderzoeksprojecten (10-17% van de omzet) aan het ministerie van Economische Zaken, als het instituut een mogelijke belangenverstrengeling voorziet. ‘In de huidige werkwijze (....) legt het CVI achteraf en op hoofdlijnen verantwoording af over de omvang van de private opdrachten’, schrijft Berenschot in haar evaluatie. ‘We merken op dat dit aansluit bij de afspraken die tussen het ministerie van LNV en DLO bij de fusie zijn gemaakt. Wij zijn echter van oordeel dat hiermee het CVI niet gehouden wordt aan voldoende transparantie over de opdrachten die het uitvoert voor private partijen. Naar ons oordeel dient het CVI (...) vooraf goedkeuring te vragen voor plannen voor private opdrachten die een mogelijk risico op belangenverstrengeling met zich mee brengen.’

Bij het Rikilt, dat maar 6 procent van haar omzet aan commerciële opdrachten uitvoert,  rapporteert de directeur al aan het ministerie en vraagt voor privaat onderzoek vooraf toestemming. Daarom is zo’n gescheiden aansturing van publiek en privaat onderzoek niet nodig, oordeelt de staatssecretaris. Directeur Robert van Gorcom van Rikilt is het hier mee eens. ‘Zo’n scheiding zou voor ons een cosmetische operatie zijn. De wettelijke onderzoekstaken zijn de kern van het instituut.’ Splitsing van de directiefuncties zou de feitelijke situatie niet verbeteren, maar alleen inspelen op eventuele beeldvorming over belangenverstrengeling in het onderzoek, aldus de directeur.

Mede-auteur: Rob Ramaker.

 



Re:ageer