Wetenschap - 1 januari 1970

‘Geef dierenvriend korting op vlees’

Maar een paar procent van de consumenten wil meer betalen voor vlees van dieren die een goed leven hebben gehad. Overheid en bedrijfsleven moeten daarom zoeken naar andere manieren om dierenwelzijn aan de man te brengen, concludeert het LEI. Bijvoorbeeld door leden van de Dierenbescherming korting te geven op diervriendelijk vlees.

Er zijn verschillende mogelijkheden denkbaar om dierenwelzijn te stimuleren. Zo zou je niet-diervriendelijke producten uit de schappen van de supermarkt kunnen halen, zoals bij eieren is gebeurd. In veel winkels zijn alleen nog maar scharreleieren te koop. Maar voor vlees van dieren die nooit gescharreld hebben is dat geen optie. De kiloknallers gehakt zijn niet weg te denken uit de schappen. Andere opties zijn dat winkels diervriendelijke producten goedkoper maken, en op andere producten meer winst maken. Of speciale merken maken, zoals Fair Trade dat doet voor producten uit eerlijke handel.
Geen van deze oplossingen maakt erg veel kans, denkt onderzoeker dr. Paul Ingenbleek van het LEI. Kansrijker is aparte betaling voor dierenwelzijn, los van de prijs in de winkel. Bijvoorbeeld door subsidiëring vanuit de Europese Unie van boeren die werk maken van dierenwelzijn. Maar er kan ook creatiever over gedacht worden, denkt Ingenbleek. ‘Om maar een idee te geven: je zou mensen die lid zijn van de Dierenbescherming korting kunnen geven bij de aankoop van diervriendelijk vlees.’ Dat zou kunnen door informatie over dat lidmaatschap op te nemen in de gegevens van de klantenpas van de supermarkt.
Een andere optie is het koppelen van dierenwelzijn aan de zogenaamde klantwaarde van een product. Dat wil zeggen dat bepaalde producten enkele eigenschappen krijgen die de waarde van het product verhogen, en dus de prijs voor de consument. Een eigenschap kan diervriendelijkheid zijn, maar het kunnen ook kwaliteitsnormen zijn als voedselveiligheid, smaak en verpakking. Dat zou goed mogelijk zijn bij kalfsvlees, dat toch al een kwaliteitsproduct is. Voordeel is ook dat de keten van kalfsvlees geïntegreerd is. Dat wil zeggen dat kalverbedrijven bepalen hoe het product er uitziet en welke strategie ze bij de verkoop ervan hebben. De boer bepaalt dat niet. Die wordt betaald door het kalverenbedrijf om de dieren groot te brengen, en niet per kilo vlees. Dat geeft mogelijkheden om boeren die meer kosten maken voor een hoger dierwelzijn ook meer te betalen voor hun diensten.
Bij niet-geïntegreerde ketens, bijvoorbeeld de pluimveehouderij, worden de prijzen niet door de ketenpartijen onderling bepaald, maar door vraag en aanbod. Dan loont het voor individuele boeren niet om iets aan dierwelzijn te doen. Zij kunnen alleen meer verdienen door de productie efficiënter te maken, wat doorgaans inhoudt dat de dieren in kleinere hokken worden grootgebracht. Dierwelzijn schiet er dan dus bij in.
En dieronvriendelijke boeren meer belasting laten betalen? ‘Ook dat hebben we onderzocht’, zegt Ingenbleek. Dieronvriendelijke producenten zouden dan een hogere BTW moeten betalen dan diervriendelijke boeren. ‘Dat stuitte op praktische bezwaren. Een product maakt verschillende stadia door, en zou dan verschillende BTW-tarieven krijgen, wat het lastig uitvoerbaar maakt.’ / JT

Re:ageer