Organisatie - 19 maart 2018

Gebrekkige kennis zorgt voor foute berichtgeving over hongersnood

tekst:
Kenneth van Zijl

Journalisten zijn het zich niet altijd bewust, maar de impact van hun werk kan groot zijn. Soms slaan ze de plank finaal mis, bij gebrek aan kennis en informatie. Zo kunnen berichten over ondervoede kinderen in een Afrikaans ziekenhuis ten onrechte leiden tot een verhaal waarin het lijkt alsof een heel land kampt met hongersnood.

© Shutterstock

De camera zoomt in op een dode, uitgemergelde koe langs de kant van de weg. Vervolgens ziet de kijker kinderen in een ziekenhuisje liggen. De beelden worden uitgezonden door de BBC. Hongersnood in Niger. De hulporganisaties schrikken en zetten een grootschalige actie op touw.

Achteraf bleek er in 2005 van geen hongersnood sprake te zijn, maar was de koe drie weken eerder aangereden. En de kinderen leden geen honger maar hadden malaria. Journalisten zijn het zich niet altijd bewust, maar de impact van hun werk kan groot zijn. Soms slaan ze de plank finaal mis, bij gebrek aan kennis en informatie. Hoe en wanneer een situatie wordt bestempeld als een noodtoestand staat centraal tijdens het symposium Knowing Food Crises op dinsdag 20 maart, dat in het kader van het honderdjarig jubileum van WUR wordt gehouden.

Analyse laat zien dat er in alle gevallen een gebrek aan kennis was, bijvoorbeeld over het aantal slachtoffers
Bram Jansen

Kennis
Op het symposium gaat het om de rol van westerse media, lokale media en hulporganisaties bij het inschatten van wereldwijde hongersnoden en voedselcrises. Bram Jansen is één van de organisatoren. Als cultureel antropoloog is hij verbonden aan het Departement Maatschappijwetenschappen en is gespecialiseerd in voedselcrises en humanitaire hulpacties. ‘De grote actie voor Ethiopië, destijds georganiseerd door Bob Geldof, ging over de hongersnood. Die hongersnood werd toen gekoppeld aan droogte, een natuurramp. Dat bleek een gesimplificeerd beeld van die crisis te zijn. Het was niet de droogte; de humanitaire ramp was het gevolg van de politieke situatie in de Hoorn van Afrika.’ Jansen wil dat er op het symposium een discussie op gang komt over in hoeverre westerse journalisten en NGO’s voldoende weten van de situatie ter plekke om berichten de wereld in de sturen dat er een grote humanitaire ramp aanstaande is.

© Shutterstock
© Shutterstock

'Analyse van de grote bekende voedselcrises na Biafra laat zien dat er in alle gevallen een gebrek aan kennis was, bijvoorbeeld over het aantal slachtoffers', zegt Jansen. 'Het aantal moest nadien bijna altijd naar beneden worden bijgesteld. En wat we weten over crises, of hoe we deze duiden, heeft gevolgen voor hoe interventies tot stand komen.'

BN'ers
Als er zich een hongersnoodramp voltrekt vliegen er altijd Nederlandse journalisten en Bekende Nederlanders naar het rampgebied, volgens Jansen. Hij denkt dat psychologie hierbij een rol speelt. Je kunt je makkelijker identificeren met een BN'er ter plekke in het rampgebied. Voor een Giro 555-actie is dat gunstig.

NGO’s en journalisten hebben ook belang bij elkaars werk. 'Journalisten kunnen mee op missie met hulporganisaties, onder voorwaarde dat ze schrijven over het werk van de organisatie ter plekke. Maar is wat de journalist aantreft wel het hele plaatje? Onderliggende vraag is in hoeverre externe experts en journalisten voldoende kennis hebben om te bepalen of er sprake is van hongersnood.'

Lokale journalisten weten meer
Jansen vraagt zich af waarom er door Nederlandse media geen gebruik wordt gemaakt van lokale journalisten en media-aanbieders. Volgens hem kennen zij immers de situatie, wekken wellicht minder argwaan bij lokale autoriteiten en kunnen beter inschatten of een voedelcrisis het gevolg is van een natuurramp of politieke instabiliteit.

(tekst gaat verder onder video)

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Jansen vindt dat er kritisch gekeken moet worden naar wat een hulpactie op de langere termijn teweegbrengt. Hij geeft een voorbeeld: 'Een ex-parlementslid uit Zuid-Soedan vertelde dat de hulpkonvooien met voedsel het politieke conflict in stand hielden. Het voedsel werd gedistribueerd of verkocht door de machthebbers, die vervolgens met het geld wapens kochten. De hongersnood werd wel gelenigd door de hulp uit het Westen, maar zorgde ook voor een complicerende politieke situatie.'

Oorlog en honger
Op dit moment zijn er drie gebieden waar het alarmerend is wat voedselvoorziening betreft: Hoorn van Afrika, Zuid Soedan en Nigeria. Niet toevallig allemaal oorlogsgebieden. Jansen zegt dat hij wel een hele dag over dit onderwerp kan praten. Volgens hem zijn de techniek en  middelen beschikbaar om honger effectief te bestrijden, maar staat de beperkte toegang door gewapend conflict in de weg, en is het zeer moeilijk om tot goede informatie te komen over noden en de politieke context waarin wordt geïntervenieerd. Dat maakt het verhaal dat Jansen c.s. wil vertellen over hongersnood ook complex.

Het symposium vindt plaats op 20 maart in van 14.00 tot 17.00 in het Wisdom & Wonder Pavilion. Sprekers zijn onder meer Saskia van der Kam van Artsen zonder Grenzen, Marinus Verweij van ICCO-Kerk in Actie en Cees van der Laan (hoofdredactie dagblad Trouw).


Re:ageer