Wetenschap - 1 januari 1970

Gé Backus (LEI) is het stigma van de varkensflat voorbij

Gé Backus (LEI) is het stigma van de varkensflat voorbij


'Als ik een zeug was, dan wilde ik in Europa zitten'

In 1999 werkte dr Gé Backus van het LEI mee aan het rapport 'Mythen en
sagen over de varkenshouderij'. Opvallend in dit rapport was het plan voor
de ‘varkensflat’, een grootschalige vestiging van varkensbedrijven in hoge
gebouwen op bijvoorbeeld een industrieterrein op de Maasvlakte. Dat klonk
logisch: goede logistieke mogelijkheden, uitgekiende milieuvriendelijke
veeteelt, en geen last meer van stinkende varkensstallen op het platteland.
Het idee werd in de publieke opinie weggelachen. Maar Backus werkt in
verschillende delen van Nederland stug door aan integrale concepten voor de
hervestiging van de intensieve veehouderij

Backus blijft geloven dat clustering een oplossing is voor de problemen van
de intensieve veehouderij. ,,Het aloude systeem van vrije vestiging in het
agrarische buitengebied, dat kan gewoon niet meer, omdat we te veel
locaties hebben met belangen of functies die strijdig zijn.’’ Intensieve
veehouderij kan je niet combineren met wonen, recreëren en natuur. De
'boegbeeldpilot' is het Agrarisch Vestigingsgebied Nederweert (AVN): een
bedrijvenpark van vijftig hectare met twintig boeren.
In maart van dit jaar werd dit plan door de gemeenteraad van Nederweert
verworpen, enigszins tot verrassing van Backus, omdat de gemeente altijd
een van de belangrijke trekkers was van het project. Backus is echter niet
teleurgesteld. ,,Ik ben er vrij nuchter in’’, zegt hij. ,,We hebben het
over een pilot in de reconstructie, weliswaar een boegbeeldpilot, maar je
moet het ook in de verhoudingen blijven zien. Dus kun je zeggen: de lokale
democratie heeft haar werk gedaan.’’
De Limburgse afdeling van de Socialistische Partij ziet niets in de
'varkensfabriek' bij Nederweert. In reactie op de brief van Driessen stelt
de SP dat er in deze tijd van varkenspest en vogelpest geen ruimte meer is
voor nieuwe grootschalige concentraties van vee. Backus vindt het standpunt
begrijpelijk. ,,Mens-dierrelaties vergen aandacht. Maar je moet het ook
binnen de internationale context zien. Het is ook een verantwoordelijkheid
van consumenten. Het eten van vlees is ingebakken in ons sociaal-cultureel
patroon. Dat blijft voorlopig nog wel zo. Dan moet je dus zorgen dat daar
waar die dieren gehouden worden, dat op een fatsoenlijke manier gebeurt.
Dan moet je Nederland afzetten tegen het buitenland. Nou, als ik een zeug
was, dan wist ik wel waar ik wilde zitten, in Europa!’’

Reflectie
,,Je moet wel lering trekken uit het gemeenteraadsbesluit’’, stelt Backus.
,,Mijn conclusie is dat de omvang, de massaliteit, het industriële
karakter, dat is wat mensen blijkbaar tegen staat. We moeten nu toe naar
meer kleinschaliger initiatieven. In plaats van een groot bedrijventerrein
van vijftig hectare kom je dan naar meerdere vestigingsgebieden van slechts
enkele hectaren. Dat is voor mij de les van wat in maart gebeurde. Minder
grootschalig clusteren.’’
Hoe het nu verder gaat is voor Backus onzeker. ,,Het is ook even tijd voor
reflectie. Maar ik verwacht dat er op een gegeven moment boeren aankloppen,
want die willen iets, die zitten klem met de ontwikkeling van hun bedrijf
in de gevoelige gebieden. Er komt een moment dat ze naar de gemeente
stappen met hun plannen. Het gaat over vierhonderd bedrijven of locaties.
Dan zal toch weer de discussie komen hoe we dat gaan doen.’’
Hij weet zich in deze opvatting gesteund door de Limburgse
landbouwgedeputeerde Ger Driessen. Die stelde in een brief naar aanleiding
van het raadsbesluit dat hij vreesde dat er zonder AVN ook geen oplossing
komt voor het ruimtegebrek voor andere functies als wonen, recreëren en
natuur.
Het is voor Backus duidelijk dat projecten als AVN moeten knokken tegen het
negatieve imago dat kleeft aan de intensieve veehouderij. ,,Het woord
'varkensflats' heeft daarop een stigmatiserende werking gehad. Ik moet
zeggen, ik ben nog steeds verbaasd over hoe dat gegaan is. Ik heb er echter
geen spijt van. Anders was er wel iets anders geweest wat de discussie had
getriggerd.’’

Eiwitcorridor
Een project dat even omstreden kan worden als het AVN is de A1
Eiwitcorridor. Backus is betrokken bij een denktank van het LEI, Alterra en
ATO die voor de Gelderse en Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappijen
hiervoor ideeën ontwikkeld. Het plan is om langs de snelweg A1 te komen tot
een integrale en logistiek op elkaar afgestemde inpassing van de intensieve
veehouderij en bijbehorende toeleverende en verwerkende bedrijven die
tussen Enschede en Amersfoort liggen. ,,Er zit bijvoorbeeld een voerfabriek
of een slachterij midden in Deventer. Waar moet je daar nu mee naar toe?
Dan volgt een conceptuele discussie over de vraag of je niet langs die A1
vanuit een bepaalde filosofie logistiek naar duurzame oplossingen kunt
komen. Dus verwerkende industrie bij de op- en afritten van die A1. Dat is
een motor geworden om over dat gebied na te denken. Hoe we daar nu een
verduurzamingslag kunnen maken, waarbij ook de partijen nieuwe
perspectieven krijgen.’’
De leermomenten die Backus haalt uit zijn pilot bij Nederweert, zoals de
constatering dat clustering niet te grootschalig moet zijn, gebruikt hij
bij een project als de Eiwitcorridor. Dat geldt ook voor de hiaten in het
beleid die worden geconstateerd. ,,We hebben geconstateerd dat er weinig
beleidsinstrumenten zijn om bedrijven die door willen gaan, te verplaatsen.
Het is extra lastig, omdat je ook nog met Europese regelgeving te maken
hebt die meer gericht is op bedrijfsbeëindiging. Daar zit nog een
spanningsveld.’’

Keukentafel
Backus is nu voorbij het stigma van de varkensflat. ,,Je hebt
keukentafelvarianten en tekentafelvarianten. De tekentafelvariant is goed
om te katalyseren en voor de publieke meningsvorming. De keukentafelvariant
is goed voor het mobiliseren. Daar zijn we nu mee bezig.’’ Hij verwacht dat
het AVN er ook wel komt, al zal het iets kleinschaliger zijn dan het
oorspronkelijke plan. ,,Ik verwacht dat bij de gemeenteraad de wet van de
voortschrijdende inzichten gaat werken, en over een half jaar of een jaar
zullen velen met mij constateren dat er nog steeds tientallen bedrijven in
het buitengebied zitten, die langs kernrandzones zitten of nabij
natuurgebieden. Daar zitten een aantal ondernemers bij die door willen gaan
en weten dat daar geen goede plek voor is, een generatie lang. Je zult iets
met die bedrijven moeten."

Martin Woestenburg

Fotobijschrift:
Gé Backus: ,,Je moet zorgen dat daar waar dieren gehouden worden, dat op
een fatsoenlijke manier gebeurt’’ | foto Guy Ackermans

Re:ageer