Wetenschap - 11 januari 2001

Gas terug in de glastuinbouw

Gas terug in de glastuinbouw

Energiezuinige kas staat over een jaar op papier

De glastuinbouw gebruikt jaarlijks vier miljard kuub gas, wat neerkomt op tien procent van het Nederlandse aardgasverbruik. Dat moet zuiniger, daarover is iedereen het eens. De vraag op welke manier dit moet gebeuren is nog niet beantwoord. Overheid en tuinders steken over een periode van tien jaar honderd miljoen gulden in onderzoek. Onderzoekers zijn optimistisch over de toekomstige technische mogelijkheden voor energiezuinige teelt. Of het economisch en politiek haalbaar is blijft de vraag.

In 2010 verbruiken glastuinders 65 procent minder energie per kilo product dan in 1980, hebben de tuinbouworganisaties toegezegd. Een eerdere afspraak om in 2000 een efficiencywinst van vijftig procent te maken, hebben ze niet gehaald; ze bleven steken op een verbetering van 43 procent. De komende tien jaar moet er dus nog veel gebeuren.

Tot voor kort was de gasprijs vrij laag, waardoor tuinders geen financi?le prikkel hadden om zuinig te stoken. Om toch aan de energiedoelstelling te werken, is het onderzoek op dat gebied in 1998 nieuw leven ingeblazen. De ministeries van LNV en Economische Zaken trekken sindsdien jaarlijks vijf miljoen gulden uit voor dit onderzoek. Ook het bedrijfsleven draagt jaarlijks vijf miljoen bij. Ruim tachtig procent van het geld gaat nu naar Wageningen UR, inclusief praktijkonderzoek.

Raam open

Idee?n voor een energiezuiniger tuinbouw zijn er bij onderzoekers genoeg: planten kweken die beter tegen de kou kunnen, de kassen beter isoleren, 's zomers warmte opslaan om die 's winters weer te gebruiken, het gedrag van de tuinders be?nvloeden.

Diverse onderzoeken lopen naar teeltmogelijkheden bij lagere temperaturen. Zo ontwikkel het laboratorium voor Plantenveredeling samen met Plant Research International 'energiezuinige' gewassen en bekijkt het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) bij welke temperaturen gewassen nog goed gedijen. Het PPO experimenteert daarbij ook met lagere kastemperaturen in de nacht, die overdag gecompenseerd worden.

Het Imag bekijkt de problematiek vanuit een meer technische invalshoek. Over een jaar hebben de technici een kas op papier die de helft minder fossiele energie verbruikt dan de huidige, gangbare kassen, zegt onderzoeksleider dr. Piet Derikx. Die kas zal niet direct bedrijfseconomisch aantrekkelijk zijn, maar technisch gezien voldoet hij aan de energieafspraken. Om dit te bereiken, werkt het Imag aan verschillende sporen tegelijk: klimaatbeheersing in de kas, materiaaltechnologie en warmteopslag in de bodem.

Voor het binnenklimaat is het belangrijk dat de lucht niet te vochtig is, anders groeien de planten niet goed. Tuinders ventileren door simpelweg de ramen open te zetten. Maar daarmee vliegt ook de warmte naar buiten en de ingebrachte CO2, die als bemesting wordt gebruikt. Een alternatief voor het openzetten van de ramen is bijvoorbeeld het aanbrengen van een koude buis bovenin de kas, waartegen de waterdamp condenseert. Maar het kost ook energie om de buis koud te houden.

Niet alleen via de ramen, ook via het glazen dak verdwijnt veel warmte. Hier biedt de materiaaltechnologie wellicht uitkomst. Het Imag co?rdineert onderzoek naar materiaal dat minstens zo goed lichtdoorlatend is als glas, maar dat beter isoleert. Nanoschuim is een kanshebber. Dit materiaal bestaat voor 98 procent uit lucht, waardoor het vier keer beter isoleert dan glas. De luchtbelletjes zijn kleiner dan de golflengte van zonlicht, waardoor het licht er ongehinderd door kan.

Een isolatiemethode waar de praktijk al mee werkt, is het gebruik van vaste of beweegbare schermen. Het idee is simpel: een vast scherm van folie werkt als een verlaagd plafond en een beweegbaar scherm van doek werkt als een gordijn dat je 's avonds sluit en 's morgens weer opent. Het PPO onderzoekt optimaal gebruik van die schermen.

Ook warmteopslag is een spoor dat het Imag volgt. Een kas werkt als een soort zonnecollector. Van de zonne-instraling in de kas houd je 's zomers zoveel warmte over, dat daarmee volledig in de winterbehoefte kan worden voorzien. Deze warmte kan in de vorm van warm water worden opgeslagen in een ondoorlaatbare bodemlaag om 's winters weer op te pompen. Derikx verwacht dat de techniek hiervoor over twee tot drie jaar is uitontwikkeld voor toepassing in de glastuinbouw.

Nieuwe glastuinbouwgebieden

Naast technisch onderzoek, zijn er ook sociale en economische studies. Zo heeft het LEI berekend dat liberalisering van de markt voor gas en elektriciteit de glastuinbouwsector zo'n vijfhonderd miljoen gulden per jaar extra zou gaan kosten, door stijgende gasprijzen. Vooral pieken in gasverbruik jagen de prijs op, want hoe dikker de gaspijp, hoe hoger de kosten.

Het LEI kijkt samen met het praktijkonderzoek ook naar het gedrag van de tuinders wat betreft het energiemanagement op hun bedrijf. De vraag is waarom ondernemers bepaalde energiezuinige maatregelen wel of niet nemen. Ook praktijkevaluaties zijn belangrijk. Als een energiezuinige techniek of methode is ingevoerd, wat is dan het effect in de praktijk?

Duurzame energie, waarbij geen fossiele brandstof wordt gebruikt, is een ander aandachtspunt. Dat geldt ook voor het gebruik van overtollige warmte van industrie en elektriciteitsbedrijven. Vooral als bij de grootschalige herstructurering in de glastuinbouw nieuwe kasgebieden worden ingericht, liggen hier mogelijkheden.

Zal al dit onderzoek ertoe leiden dat de tuinders in 2010 inderdaad 65 procent effici?nter omspringen met energie dan dertig jaar daarvoor? "Ik ben optimistisch als ik zie wat we in een paar jaar bereikt hebben," zegt ir. Wim Duffhues, voorzitter van de commissie die het onderzoeksgeld verdeelt. Derikx verwacht dat het in elk geval technisch mogelijk zal zijn aan de energiedoelstelling te voldoen. Of het ook economisch en politiek haalbaar is, is een andere vraag.

Ir. Olaf Hietbrink, senior onderzoeker glastuinbouw bij het LEI, benadrukt dat het onderzoek invloed heeft op overheidsmaatregelen en ook via die weg de doelstelling dichterbij kan halen. Op basis van onderzoek lijkt het bijvoorbeeld logisch dat de overheid flink geld steekt in het ontwikkelen van nieuwe glastuinbouwgebieden en daarbij energiezuinige maatregelen stimuleert.

Marian Hagg

foto Guy Ackermans

Betere isolatie van kassen, teelt met de verwarming een standje lager of gedragsverandering van tuinders zijn enkele onderwerpen van studies die moeten helpen het energiegebruik van de glastuinbouw terug te schroeven.

Re:ageer