Wetenschap - 1 januari 1970

Garnalen verlaten Biesbosch

Het water van de Rijn en de Maas is de laatste jaren iets schoner geworden, maar er zit nog veel rommel in de rivieren, met name in de bodem. De biodiversiteit in de rivieren gaat hierdoor achteruit. Ook in de Biesbosch is dit effect nu aangetoond. Kleine diertjes als garnalen schikken in, blijkt nu uit onderzoek in de Biesbosch.

De macrofaunagemeenschap laat steeds minder van haar rijkdom zien. Een paar organismen, waaronder muggenlarven en wormen, zijn gaan domineren, terwijl een bonte groep diertjes waaronder kokerjuffers, garnaaltjes en andere kleine kreeftachtigen steeds minder te vinden zijn in de kreken van de Biesbosch. Dit blijkt uit onderzoek van dr Marieke de Lange en dr Edwin Peeters van de leerstoelgroep Aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer, in samenwerking met het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA).
De inventarisatie is gedaan op zestien locaties, waarvan het riviersediment matig tot zwaar vervuild is met onder meer PCB's. 'Er zat geen schone referentielocatie bij. Die is er niet in het Nederlandse rivierengebied', aldus De Lange.
De metingen wijzen uit dat de productiviteit van de dominante, tolerante groepen, de muggenlarven en wormen, niet wordt verminderd door de huidige sedimentvervuiling in het gebied. Maar de soortengemeenschap wordt wel duidelijk armer. Deze negatieve ontwikkeling sluit aan bij de waargenomen verarming van de visgemeenschap in de Rijn en Maas. Deze wordt nu gedomineerd door enkele soorten zoals de brasem. / HB

Re:ageer