Wetenschap - 1 januari 1970

Garnalen kweken met vissenpoep

Viskwekers kunnen het afval uit hun vijvers gebruiken om bacteriën en garnalen te kweken, en zo hun rendementen verhogen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van bioloog Oliver Schneider.

De Duitse promovendus liet bacteriën groeien in een reactor gevoed met stikstofrijk afvalwater met meststoffen van Afrikaanse meerval. De geproduceerde bacteriële biomassa werd gevoerd aan garnalen (Litopenaeus vannamei). Ter vergelijking is ook commercieel garnalenvoer getest. Direct na het voeren was meer dan tachtig procent van de garnalen aanwezig bij de voerplaatsen en lieten ze een voorkeur zien voor het commerciële voer. Maar na vijf à tien minuten veranderde het gedrag van de garnalen; ze kregen ook oog voor de bacteriële biomassa. Schneider concludeerde dat hoewel er een lichte voorkeur is voor het commerciële voer, de bacteriële 'soep' toch ook aantrekkelijk is voor de garnalen.
'Schneider heeft aangetoond dat de mest van vis opgewerkt kan worden tot een product voor hergebruik. Dat past in een soort van afvalmanagement in de visteelt', zegt hoogleraar Aquacultuur en visserij prof. Johan Verreth. Toch plaatst hij ook een kanttekening: 'Er valt nog veel onderzoek te doen eer de technologie ook echt user proof zal zijn. De bacteriën die Schneider liet groeien op de mest deden het niet supergoed en om de bacteriegroei te stimuleren moest er extra koolstof bij.'
Het principe dat is onderzocht biedt wel perspectief. Kweekvis neemt nu eenmaal lang niet alle nutriënten op uit het visvoer. Hiervan kan de kweker gebruikmaken door tegelijkertijd garnalen te kweken die de resten van het voer én de opgewaardeerde vismest eten. Garnalen eten in de natuur ook allerlei dierlijke en plantaardige resten.
Het is overigens niet altijd praktisch om garnalen in dezelfde vijver te houden als vissen. Afhankelijk van de soort zijn vissen en garnalen bijvoorbeeld aangepast aan verschillende watertemperaturen. Een temperatuurstijging van een graad kan soms al fataal zijn.
Schneider besteedde ook aandacht aan het karakteriseren van de bacteriepopulaties die groeien op vismest. Het veranderen van substraat in de reactor, zoals natriumacetaat of melasse (bijproduct van de productie van suiker), leidde ook tot wijzigingen in de bacteriepopulatie. In dit geval kwam de controle op bacteriële ziekteverwekkers negatief uit. Dit behoeft aandacht in verder onderzoek. / HB

Dr. Oliver Schneider is op 24 mei gepromoveerd bij hoogleraar Aquacultuur en visserij prof. Johan Verreth.

Re:ageer