Wetenschap - 21 juni 2016

Gangbaar versus eco

tekst:
Albert Sikkema

Er gaapt een diepe kloof tussen aanhangers van gangbare, intensieve landbouw en aanhangers van ecologische landbouw. Theoretisch is die te overbruggen, maar het ‘ecologische’ kamp heeft politieke redenen om juist afstand te bewaren.

Foto Freek van der Bergh. Eppo Bruins van de ChristenUnie vraagt zich af of er een eind kan komen aan de richtingenstrijd tussen intensieve en ecologische landbouw.

Ken Giller is al jaren bezig om de landbouwproductie in Afrika te verhogen. De hoogleraar Plantaardige productiesystemen in Wageningen wil ecologische principes toepassen in de landbouw. ‘Ik ben begonnen met stikstofbinding, de beste biologische hulpbron die we hebben. Ik wil maatwerk, passend bij de ecologische omstandigheden. Maar in de praktijk van de Afrikaanse landbouw merkte ik dat we ook kleine hoeveelheden kunstmest nodig hebben. Alleen: als ik “kunstmest” zeg, lig ik gelijk in bed met Monsanto volgens sommige aanhangers van de biologische landbouw.’

Ziel aan de duivel

Er woedt een richtingenstrijd over onze voedselproductie tussen aanhangers van de gangbare, hoogproductieve landbouw en voorstanders van de ecologische kringlooplandbouw. Beide groepen werken met biologische processen, maar hebben een andere benadering. De gangbare school werkt aan ‘ecologische intensivering’ – het zo efficiënt mogelijk gebruiken van natuurlijke hulpbronnen als land, water en fosfor. De alternatieve school werkt aan ‘agro-ecologie’, waarbij zo goed mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke processen en functies.

Giller heeft zijn keuze gemaakt. ‘Ik kies niet voor een zuiver biologische aanpak. Ik wil de landbouwpraktijk efficiënter maken door de inbreng van ecologische principes.’ Vooral de kennis vanuit de ecologische landbouw op het gebied van bodembeheer komt daarbij van pas, zegt Giller. Hij omarmt de Duitse school van de agro-ecologie. ‘De benadering van de universiteit van Hohenheim is dat je ecologische principes gebruikt om een betere duurzame landbouw te maken. Je past de landbouw aan aan de milieuomstandigheden.’

Hij heeft minder sympathie voor de politieke, Latijns-Amerikaanse school van de agro-ecologie. ‘De ecologische beweging omarmt de kleinschalige, zelfvoorzienende boeren, maar die kunnen de uitdijende Afrikaanse steden niet voeden.’ Het stoort Giller bovendien dat hij, als hij samenwerkt met ‘de Unilevers van deze wereld’ om de voedselsituatie te verbeteren, vanuit de ecologische hoek het verwijt krijgt dat hij zijn ziel aan de duivel verkoopt.

Niet polderen

Het demonstreert dat voedselproductie voor de agro-ecologen niet alleen een ecologisch, maar ook een maatschappelijk vraagstuk is. ‘De agro-ecologische benadering richt zich ook op de verdeling van voedsel en zet zich af tegen de machtige agro-industrie die de gehele productieketen van ons voedsel bepaalt’, zegt Felix Bianchi, onderzoeker bij de leerstoelgroep Farming systems ecology in Wageningen. ‘Deze multinationals leveren de inputs, verwerken de producten en verkopen ze. Mede daarom willen we een landbouw die minder afhankelijk is van externe inputs, zoals diesel, pesticiden en kunstmest. Een paar bedrijven krijgt steeds meer macht en dat roept steeds meer weerstand op, want deze agrobusiness handelt in voedsel voor het geld, zonder voldoende rekening te houden met ecologische en culturele waarden. Daarom streeft de agro-ecologie ook naar voedselsoevereiniteit, naar onafhankelijkheid van het voedselgiganten, naar een alternatief voedselsysteem.’

Als ik “kunstmest” zeg, lig ik gelijk in bed met Monsanto

Om die reden ziet Bianchi niets in een dialoog om de twee stromingen tot elkaar te brengen. ‘Dat vind ik een echte Nederlandse poldervraag. Kijk naar de machtsverhouding tussen de agro-industrie en de alternatieven. Als we gaan polderen en samenwerken met de agro-industrie, dan weet ik wel wie er aan het langste eind trekt. Dan kun je beter oppositie voeren om de balans onze kant op te trekken. Ik denk niet dat de oplossing in het midden ligt, maar dat je meerdere modellen nodig hebt voor een gevarieerde voedselproductie.’

Er zijn kortom politieke redenen om de controverse tussen mainstream en ecologisch in stand te houden. Dus blijven de adepten van de intensieve landbouw roepen dat de biologische landbouw de wereld niet kan voeden en blijven de aanhangers van de agro-ecologie zich verenigen rond hun weerzin tegen ‘de Monsanto’s’.

Kringlopen

Toch zijn er ook onderzoekers die een intellectuele poging doen om de twee scholen wél tot elkaar te brengen. Zo’n onderzoeker is Hannah van Zanten van de leerstoelgroep Dierlijke productiesystemen. Haar begeleider, hoogleraar Imke de Boer, is laaiend enthousiast over het onderzoek waarop Van Zanten binnenkort gaat promoveren. Ze paste het gedachtegoed van de intensiverings- en kringloopaanhangers toe in de veehouderij.

‘Aanhangers van de duurzame intensivering streven naar de hoogst mogelijke dierproductiviteit per hectare’, verklaart De Boer. ‘In die benadering kun je heel goed granen telen en die als voer aan vee geven. De agro-ecologische benadering zegt: nee, je moet geen graan aan dieren geven, dat moet je zelf opeten. Je moet dieren afvalproducten en biomassa geven waar wij niets mee kunnen. In de agro-ecologische benadering komt het varkensvlees of het ei alleen goed uit de bus als het voer afkomstig is van afval, en komt de productie van bijvoorbeeld melk en rundvlees veel beter uit de bus, vooral als dat geproduceerd wordt op grasland dat minder geschikt is voor akkerbouw. In feite streeft de agro-ecologie niet naar de hoogste dierproductiviteit per hectare, maar naar het voeden van zoveel mogelijk mensen per hectare, gegeven de ecologische omstandigheden.’

Om deze benaderingen bij elkaar te brengen, moet je denken in kringlopen, vervolgt De Boer. ‘Hoeveel biomassa gaat er om in deze kringloop, welk deel van deze biomassa is geschikt voor de mens en welk deel voor het dier? Oftewel: hoe kunnen we de beschikbare biomassa het meest effectief verwaarden? In deze aanpak is mest en food waste geen afval, maar een grondstof in de kringloop.’

Aan dit nieuwe systeemdenken zitten wel politieke keuzen vast, realiseert De Boer zich. ‘Als we in Europa zo veel dierlijk eiwit willen blijven eten als we nu doen, dan moeten we kippenvlees en eieren blijven produceren in een intensieve veehouderij. Maar dat is niet het meest optimale gebruik van je biomassa. Vanuit de biomassaoptiek moet je minder graan gebruiken als veevoer en de consumptie van dierlijk eiwit minderen.’


Kamervraag aan Resource

15-blauwe_stoelen.jpg

Doorgaans stellen ze hun vragen aan het kabinet, maar in deze serie kunnen Tweede Kamerleden ook aan Resource een vraag stellen. Eppo Bruins van de ChristenUnie wil weten: Waar komt de heftigheid vandaan in het debat tussen aanhangers van intensieve landbouw – ‘more crop per drop’ – en van ecologische landbouw? Hoe brengen we die scholen bij elkaar?


Re:ageer