Wetenschap - 1 januari 1970

Gambiaanse vrouwen doen aan veredeling

In Gambia bestaat een strikte arbeidsverdeling tussen mannelijke en vrouwelijke boeren. Vrouwen telen rijst en mannen gierst en pinda’s. Opmerkelijk is dat vooral vrouwen verschillende rijstrassen telen en die diversiteit ook vergroten door veredeling. Maar hoe veredeling precies werkt, weten ze niet.

In Gambia, een klein land in West-Afrika, kunnen boeren op twee manieren aan zaden voor hun gewassen komen. De eerste is langs de formele weg, namelijk de landbouwvoorlichters die moderne variëteiten in de aanbieding hebben. Er zijn maar weinig boeren die daar gebruik van maken. De tweede is de informele weg, namelijk via familie, vrienden, buren en bekenden. Vaak is dat binnen een dorp, maar ook tussen dorpen wordt uitgewisseld. Uit onderzoek van dr,. Edwin Nuijten blijkt dat alleen vrouwen rijstrassen uitwisselen en uitproberen. Zij selecteren goede rassen en verspreiden die verder onder andere vrouwen. Alleen vrouwen beheren dus actief de diversiteit van rijst.
Vrouwen telen in Gambia rijst, mannen gierst, pinda’s, cassave en sorghum. Die verdeling stamt volgens Nuijten uit 1830, toen pinda’s voor het eerst geëxporteerd werden en veel geld bleken op te brengen. Mannen wierpen zich op deze zaak, vrouwen mochten het moeilijke werk van de rijstteelt blijven doen. Mannen en vrouwen hebben hun eigen landbouwsysteem: mannen gebruiken een os om het land te ploegen, vrouwen doen het met de hand. Vrouwen zelf willen dat ook zo houden, legt Nuijten uit. Want alleen zo houden ze hun eigen leefruimte en zorgen ze ervoor dat mannen zich niet met de rijstteelt gaan bemoeien.
Mannen kunnen net zo goed als vrouwen planttypen onderscheiden. Maar bij rijst is het veel makkelijker om nieuwe rijst-genotypen te herkennen en deze te ontwikkelen tot nieuwe rassen dan bij gierst. Vandaar dat het bij rijst meer gebeurt. De grote diversiteit aan rassen heeft ook meer nut bij rijst. Zo zijn er rassen die het beter doen bij droogte, of die het beter doen in zout water. Andere rassen onderscheiden zich weer door smaak, houdbaarheid of lengte van het stro. Zo hebben alle boerenrassen hun waarde voor een specifieke omstandigheid. Als boerinnen uit veel verschillende rassen kunnen kiezen, kunnen ze zich beter aan de omstandigheden aanpassen. Diversiteit van rijstrassen helpt dus tegen honger, want rijst is een belangrijk voedselgewas.
Toch is er van echt bewuste veredeling geen sprake. Vaak treedt vermenging van het zaad op voor of tijdens het zaaien, en de vrouwen selecteren nieuw ontstane plant-typen eruit. Maar het ontstaan van nieuwe plant-typen wijten ze aan God, en niet aan kruisbestuiving. Meer inzicht in de ecologie van de diversiteit van rijst en de principes van kruisbestuiving zou de vrouwen bewuster maken van de mogelijkheden, denkt Nuijten. / JT

Dr. Edwin Nuijten is op 30 november gepromoveerd bij prof. Paul Richards van Technologie en agrarische ontwikkeling.

Re:ageer