Organisatie - 17 januari 2008

Gaan tijdschrijven en wetenschap samen?

Een groot aantal medewerkers van de universiteit moet vanaf begin deze maand tijdschrijven. Met de gedetailleerde urenverantwoording kan de instelling meer geld krijgen voor onderzoek dat wordt uitgevoerd voor de Europese Unie. Maar veel wetenschappers zien tijdschrijven als overbodige administratieve rompslomp die niet past binnen een academie.

433_opinie_0.jpg
433_opinie_0.jpg

Foto: .

Dr. Margreet Zwarteveen, docent bij de leerstoelgroep Irrigatie en waterbouwkunde
‘Ik heb zelf zo’n twee jaar nauwkeurig mijn uren bijgehouden omdat ik benieuwd was naar mijn eigen tijdsbesteding, en dat was verhelderend, vooral omdat de gemeten uren niet strookten met mijn beleving. Zo kostten de vervelende klussen minder uren dan ik dacht. Uiteindelijk heeft tijdschrijven me geholpen om realistischer te plannen, en vooral om meer tijd vrij te maken voor onderzoek.
Maar tot mijn schrik werden de tijdschrijfformulieren bij ons ook misbruikt om het functioneren van mensen te meten. Hierin schuilt natuurlijk het gevaar: ingevulde formulieren suggereren een werkelijkheid die meetbaar en beheersbaar is. Als ik manager was zou ik daar misschien ook geen weerstand aan kunnen bieden.
Helaas is de werkelijkheid voor mij rommelig, verwarrend en vooral druk. Tijdschrijven zou een manier kunnen zijn om doelen en middelen beter op elkaar af te stemmen, maar voorwaarde is dan dat alle taken een plek krijgen. Dat is nu niet zo. Een goed voorbeeld is het schrijven van projectvoorstellen. Daar is geen vakje voor en het bestaat dus niet. Zo zijn er nog twintig voorbeelden. Verder mogen wij niet meer tijdschrijven dan de veertig werkuren die er officieel in een week zitten. Alles wat we meer werken verdwijnt dus ook.
Een simpele tijdsboekhouding kan een handig managementinstrument zijn, maar dan moet het doel van die boekhouding duidelijk zijn. Zoals het nu gebeurt ontstaat er een papieren werkelijkheid met weinig of geen relatie tot hoe iemand uren en minuten besteedt. Bezigheidstherapie voor WUR-administrateurs, of verborgen werkeloosheid - dat is wat het tijdschrijven voor universiteitspersoneel nu is.’

Ir. Arnold van Vliet, onderzoeker bij de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse en bekend van de Natuurkalender[img]
‘Tijdschrijven is logisch, omdat andere partijen er om vragen. Alleen al voor een accountantsverklaring is het nodig dat je de uren bij houdt. Het kost tijd, maar het hoort er gewoon bij. Ik heb er niets op tegen, mits het goed geïmplementeerd en geïnterpreteerd wordt.
Soms is tijdschrijven lastig, omdat je niet weet voor welk project je bepaalde werkzaamheden moet opschrijven. Als je bijvoorbeeld literatuuronderzoek doet en je heb te maken met twee projecten die elkaar enigszins overlappen, dan is het lastig die tijd in te boeken. Hoe gedetailleerder het systeem van tijdschrijven, hoe moeilijker het wordt.
Ik vind het belangrijk dat je wel duidelijk kunt registreren dat je overuren maakt. Als je bijvoorbeeld dertig uur opschrijft voor een project, moet daar niet automatisch uit volgen dat je maar tien uren aan onderwijs en onderzoek besteedt, zeker niet als je daar óók dertig uur aan besteedt. Voorkomen moet worden dat je wordt afgerekend op de ingevulde tabellen, doordat ze verkeerd worden geïnterpreteerd.’

Prof. Marcel Dicke, hoogleraar Entomologie[img]
‘Tijdschrijven zie ik als een zinloze bezigheid. In de wetenschap worden we regelmatig beoordeeld op de kwaliteit van ons werk. Bij projectvoorstellen wordt verwacht dat we allerlei doelstellingen formuleren en de hoeveelheid mensuren die daar voor nodig zijn; na goedkeuring worden we beoordeeld op het bereiken van de doelstellingen en de kwaliteit van dat werk. Wetenschappers willen goed werk afleveren. Dat is immers ons visitekaartje. De interne WUR-financiering is grotendeels output-financiering: wat we presteren wordt beloond.
Tijdschrijven past helemaal niet in deze cultuur. Ik zie het als een overbodige vorm van administratie die een extra last legt op de schouders van wetenschappers. Het bevordert een cultuur waarin niet vanuit de wetenschapper zelf maar vanuit een boekhouder beoordeeld wordt of er voldoende uren besteed zijn. Over de kwaliteit van die uren zegt het helemaal niets.
Ik schrijf nog geen tijd en de verhalen die ik van collega’s gehoord heb sterken mijn idee dat het slechts een onnodige administratieve last is. Als een financier het eist en het is een belangrijke financier dan zal ik schoorvoetend mee moeten gaan. Als alternatief mag de financier mij beoordelen op het resultaat van mijn werk: als dat niet goed genoeg is dan is er reden om mij minder te betalen. Als ik uitstekend werk doe in minder uren dan is dat meer waard dan wanneer ik slecht werk lever in heel veel uren. Tijdschrijven zal averechts werken in een academische omgeving omdat mensen de neiging zullen gaan krijgen om op aantal uren in plaats van kwaliteit van het werk te letten.’

Prof. Holger Meinke, hoogleraar Gewas- en onkruidkunde[img]
‘Nee, ik schrijf geen tijd en ik zal het ook niet gaan doen, tenzij een hogere autoriteit dat van me eist. Tijdschrijven is een contraproductieve maatregel voor een wetenschappelijke instelling. Het leidt tot verminderde doelmatigheid, verlies aan inkomen en een verdere frustratie van de medewerkers. Het is ontwikkeld door boekhouders voor boekhouders. Het miskent hoe wetenschap werkt. Het zou kunnen werken voor advocaten, consultants of tandartsen, maar ik zie wetenschappers nog niet in deze categorie.
Voor de evaluatie van de wetenschap moeten we ons meer richten op resultaat en prestatie in plaats van op input. Tijdschrijven is een bureaucratische benadering, die we niet moeten willen. Dergelijke bonentellerij verplaatst het machtsevenwicht verder naar het bestuur en kan ertoe leiden dat een organisatie die drijft op motivatie, creativiteit en innovatie verandert in een saaie bureaucratie. Ik heb dat zien gebeuren in Australische organisaties. Daarom ondersteun ik deze stap niet.
Ik dring erop aan zoveel mogelijk weerstand te bieden. Natuurlijk kunnen we niet veel anders als het gaat om Europese projecten. We moeten echter niet vrijwillig overgaan op een systeem dat – voorzover ik het overzie – meer nadelen heeft dan voordelen.’

Re:ageer