Organisatie - 24 januari 2008

GMR hogeschool tegen hervorming onderwijs

De kans dat Van Hall en Larenstein voor september het fusieproces afronden lijkt uiterst gering na een marathonoverleg van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) van VHL. Woensdag 16 januari ging de raad op vier belangrijke punten, waaronder de instellingsfusie, niet akkoord met directiebesluiten.
De hervormingen die de weg naar de instellingsfusie moeten vrijmaken passen op dit moment niet in de onderwijspraktijk, concludeerde de GMR. Het afstemmen van bestaande opleidingen en de vorming van brede bachelors – unieke locatiegebonden opleidingen – zouden ten koste gaan van de aandacht voor onderwijskwaliteit, het speerpunt van 2008. ‘Middelen en menskracht zijn beperkt’, verklaart voorzitter Ad Bot de overwegingen van de GMR. ‘Nog meer veranderingen komen op gespannen voet te staan met de wens voor meer inhoudelijke kwaliteit. Die extra inspanning vraagt te veel energie, zeker voor de locatie Wageningen waar de brede bachelors vooral zouden worden gevormd.’
Ook de beoogde sluiting van de locatie Bodem en ruimte in Groningen wees de GMR af. ‘Er zijn geen kostenargumenten om de afdeling naar Leeuwarden te verhuizen’, zegt Bot. Met het argument van de directie dat de Hanzehogeschool de huur niet wil verlengen, nam de raad geen genoegen. Met het vertrek uit Groningen laat VHL een niche achter die de Hanze snel zal opvullen, verwacht de medezeggenschap.
‘We missen een strategisch locatiebeleid’, zegt Bot. ‘We horen geluiden over nieuwe opleidingen in het westen en het zuiden van het land, maar het noorden zouden we prijsgeven, terwijl daar een levensvatbare instroom is.’ De GMR-voorzitter wijst er op dat de vele contacten van Bodem en Ruimte met bedrijven uit de buurt passen in het streven naar regionale verankering van VHL. Ook de samenwerking met de opleiding Built Environment van de Hanze in het opzetten van major pleit voor instandhouding.
De GMR had verder een negatief oordeel over de ict-reorganisatie. De medezeggenschap wil aanvullende informatie om te kunnen beoordelen wat een WUR-net voor de hogescholen betekent voor de kwaliteit van de dienstverlening, de kosten en het personeel. Tot slot kon de GMR niet instemmen met de voorgestelde WUR-brede klachtenregeling. Haar belangrijkste punt is dat klachten rechtstreeks bij de onafhankelijke klachtencommissie ingediend moet kunnen worden, en niet zoals voorgesteld eerst bij de raad van bestuur.

Re:ageer