Organisatie - 26 februari 2009

GEWOON ZO HARD MOGELIJK

Een wedstrijd ‘wie het langzaamst kapotgaat’. Dat is de 1500 meter, in de visie van Ate van der Burgt. Dit jaar moet het piekjaar worden voor de hardloper, met als hoogtepunt de wereldkampioenschappen in Berlijn. Hij gaat er zijn promotieonderzoek bij Plant Research International een half jaar voor onderbreken. Wat hem drijft? ‘Ik wil gewoon zo hard mogelijk lopen.’

achtergrond_0_191.jpg
Met fietstassen vol mango’s, citrusvruchten, paprika’s, courgettes, aubergines en champignons komt Ate van der Burgt elke woensdag en zaterdag terug van de markt in Wageningen. Om fit te blijven eet hij twee keer de hoeveelheid groente en fruit die het Voedingscentrum voorschrijft. En naast zijn ochtendbordje Brinta met sojamelk liggen geen pillen en poeders. Nergens voor nodig, vindt de promovendus. ‘Als je gezond eet hoef je zelfs als sporter geen tekort aan micronutriënten op te lopen. En ik ga van voedingssupplementen niet beter presteren.’ Hij gedijt vooral bij voldoende rust.
Zijn leven is volledig ingericht op hardlopen. En toch is het niet ‘alles’ voor hem, vertelt zijn vrouw Elise Uittenbogaard. ‘Ate moet tussendoor af en toe naar de bergen kunnen.’ Van jongs af aan komt hij al in de Zwitserse Alpen, op zoek naar mineralen. Hele dagen stenen hakken, nachtje bivak, en dan de stenen thuis in de kraakmachine stoppen en ze onder de microscoop bekijken, op zoek naar de mineralen. De vondsten registreert hij netjes. De laatste jaren gaat Van der Burgt op vakantie ook klimmen, aan touwen over een gletsjer van vierduizend meter. ‘Een trainingskamp in Zwitserland is voor hem dan ook een mooie manier om op hoogte te trainen en tegelijkertijd in de Alpen te zijn’, vertelt Elise.

TIKKERTJE
Negen is Van der Burgt, als hij voor het eerst op een atletiekbaan staat. Turnen is hem te saai geworden. ‘Ik vond tikkertje leuk, en was er ook goed in.’ Zijn keus is ‘wat onhandig’, want de baan is aan de andere kant van Breda en hij moet met de bus. Maar hij gaat toch.
Vooral hoog- en verspringen zijn favoriet bij de jonge atleet. In de pubertijd maakt een groeispurt zijn pezen daar echter te kwetsbaar voor, en kiest hij voor de achthonderd meter. Na ruim een jaar specifieke training rinkelt het belletje: ‘dit beheers ik wel’. Bij nationale juniorenkampioenschappen haalt hij het podium, in de schaduw van supertalent Gert-Jan Liefers.
Pas echt fanatiek wordt Van der Burgt in Wageningen. ‘Als student kun je rond je college-uren trainen’, verklaart de oud-student Bioprocestechnologie. Dat enthousiasme keert zich al snel tegen hem. Hij krijgt wel uitgebalanceerde trainingsschema’s uit Breda, maar doet vooral waar hij zelf zin in heeft. Met langdurig lichamelijk ongemak tot gevolg. ‘Ik was echt een ongeleid projectiel’, zegt Van der Burgt nu.
Op zijn 24e is hij terug op de baan, nu op de 1500 meter. Hij klokt ‘zomaar’ 3.43, nationaal een leuke tijd. ‘Toen realiseerde ik me: als ik met deze trainingsarbeid al zo ver kan komen, dan moet het harder kunnen.’ Het is uiteindelijk Jeroen Zeinstra, oud-bestuursgenoot bij studentenatletiekvereniging Tartlétos, met wie Van der Burgt echt de weg omhoog vindt. Zeinstra leert uit nieuwsgierigheid veel over trainingsschema’s, en overtuigt Ate van een andere aanpak. ‘Het is net puzzelen’, zegt Zeinstra. ‘Ik moet inschatten hoe iets voelt bij hem, hoe veerkrachtig zijn lichaam is. Het schema moet ook bij het dagelijks leven aansluiten. Eerst moet je investeren, en dan iets terughalen. Als het werkt, dan kun je weer een prikkel genereren en verder komen.’
Dat Van der Burgt blijft groeien is vooral zijn eigen verdienste, benadrukt trainer Zeinstra. ‘Ik wist dat hij heel hard kon lopen, en dat hij gedreven was. Anders werk je geen twee jaar aan herstel van een knieblessure. Maar het is in het begin best een strijd geweest hem de dingen te laten doen die goed voor hem waren.’ Dat zijn pupil het aandurfde is waarschijnlijk mede te danken aan hun vriendschap. ‘En als de resultaten goed zijn, gaat het ook makkelijker’, weet Zeinstra.

GEZELSCHAP
In de winter loopt Van der Burgt zo’n 120 kilometer per week. Wereldtoppers lopen zo’n 30 kilometer meer, maar dat kan zijn lichaam (nog) niet aan. Daarnaast gaat Van der Burgt fitnessen voor core stability en aquajoggen om zijn kwetsbare achillespezen een dagje te ontzien.
Hij heeft regelmatig gezelschap tijdens het trainen: Tartleten, Zeinstra, of marathonloper en oud-Bosbouwstudent Alex van der Meer. Het hoeft niet altijd hard te gaan, en het geeft de sociale Van der Burgt de noodzakelijke energie. De promovendus is ook nog altijd wedstrijdlid van Tartlétos, waar hij als student in het bestuur zat en zijn vrouw Elise ontmoette.
Het samen trainen helpt ook om los te komen van de problemen van alledag. Soms hard nodig, want de hardloper combineerde zijn topsportbestaan lange tijd met een aio-schap van vier dagen per week, terwijl de meeste atleten een halfbakken baan van vijftien tot twintig uur hebben.
Van der Burgt vergelijkt pathogene schimmels, wat neerkomt op het maken van grootschalige computeranalyses. Het is vooral een kwestie van goed plannen. ‘Eigenlijk heeft hij er een tweede baan bij’, zegt Roeland van Ham, zijn dagelijks begeleider bij PRI. Van Ham vindt Ate in zijn werk minstens zo gedreven als op de baan. ‘Hij kan ontzettend gefocust zijn, en zich ergens echt in vastbijten.’
Die analytische blik – ‘erin geramd tijdens studie en promotie’ – zit Van der Burgt in zijn sport nog wel eens in de weg. Tijdens trainingen maalt het soms door: ging het wel goed, ging het gister niet beter? ‘Terwijl ik moet vertrouwen op mijn schema en mijn gevoel. Dat moeten loslaten trekt me eigenlijk juist ook wel aan in hardlopen.’

LIJSTJE PR’S
Wat hem motiveert in deze individuele sport? ‘Ik wil gewoon zo hard mogelijk lopen. De meeste atleten die ik ken willen een bepaalde wedstrijd winnen. Ik wil op het moment dat ik stop een lijstje persoonlijke records hebben waar mensen over tien tot dertig jaar nog met respect naar kijken. Dat zegt me meer dan een titel. Ik word liever laatste met een dik pr dan eerste met het idee dat ik sneller had gekund. En het is natuurlijk fantastisch om te ervaren dat je zo fit bent. Dat ik na anderhalf uur lopen in het bos rond Wageningen maar drie keer hoef uit te hijgen. Dat gevoel van kracht terwijl je zoveel hebt gelopen, dat is gewoon kicken.’
Het steeds weer moeten jagen op limieten om aan internationale toernooien mee te mogen doen – soms vergeefs – hoort er gewoon bij. ‘Ik probeer bij een wedstrijd zo min mogelijk te letten op de klok. Mijn beste races loop ik als ik anderen ga inhalen, als ik een gat van een meter dichtloop en alert ben op wat er om me heen gebeurt. Dan ben je in trance en niet bezig met de pijn, maar bezig met dat gaatje dichtlopen.’ Zoals hij begin februari deed in Wenen, waar hij de limiet liep voor het EK Indoor van 7 en 8 maart – zijn tweede Europese indoortoernooi.
Het volgende doel is deelname aan de 1500 meter op de wereldkampioenschappen outdoor in augustus in Berlijn. ‘Als Ate het haalt, betaalt hij mijn reis’, vertelt de meelevende Van Ham. En op het buiten-EK van 2010 in Barcelona is voor Ate ook wat te halen, zegt zijn trainer. Maar veel verder kijkt het tweetal nog niet. Van der Burgt is dan tenslotte ‘al’ 32. <

Re:ageer