Wetenschap - 16 april 2009

GELD EHS GING NAAR ‘AANGEKLEDE FIETSPADEN’

Provincies zijn jarenlang doorgegaan met de aanleg van smalle ecologische verbindingszones die weinig bijdragen aan de ecologische hoofdstructuur (EHS). Het ministerie van LNV wilde investeren in brede, robuuste zones in plaats van in deze ‘aangeklede fietspaden’, maar dat bleek een lastig proces. Dat constateert dr. Esther Turnhout deze maand in het blad Policy Science.

Turnhout, verbonden aan de leerstoelgroep Bos- en natuurbeleid, analyseerde elf interviews die studente Hilde Visser eerder hield met betrokkenen van de directie Natuur van LNV, uitvoeringsorganisatie Dienst Landelijk Gebied (DLG) en onderzoekers van Alterra. De onderzoekers constateerden halverwege de jaren negentig dat de verbindingszones die destijds werden aangelegd, niet effectief waren.
Omdat niet goed was vastgelegd welke ecologische doelen de zones moesten dienen en aan welke criteria ze moesten voldoen, kwamen de provincies vaak met smalle groenstroken die ook een recreatieve functie vervulden. ‘De implementatie van de verbindingszones was zeer succesvol’, constateert Turnhout. ‘Volgens de theorie moet je bij nieuw beleid op verzet rekenen en heel goed gaan communiceren, maar in dit geval waren een paar regeltjes tekst in het Natuurbeleidsplan voldoende, ook al omdat de provincies heel veel vrijheid kregen het zelf in te vullen.’
Als gevolg gaf het ministerie geld uit aan maatregelen die volgens wetenschappers van Alterra vaak geen positief ecologisch effect hadden. LNV nam die zienswijze over in de nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur in 2000. In plaats van ecologische verbindingszones moesten er zogenoemde robuuste verbindingszones komen: brede natuurstroken die het edelherten bijvoorbeeld mogelijk maken om vanaf de Veluwe de Rijn te bereiken.
Maar het ministerie communiceerde die beleidswijziging niet duidelijk naar haar uitvoeringsorganisatie DLG en de provincies, constateert Turnhout, waardoor de poging om het eerdere beleid te beëindigen uiteindelijk zo’n vijf jaar duurde. De provincies wisten nergens van, net als uitvoeringsorganisatie DLG. Daardoor bleven de rekeningen voor de ‘aangeklede fietspaden’ binnenkomen op het ministerie.
Toen de provincies zich realiseerden dat het eerdere beleid daadwerkelijk was beëindigd, waren ze boos en wezen ze op lopende verplichtingen. Pas na een onderzoek en een heldere brief van toenmalig minister Veerman, waarin hij uitlegt welke ecologische verbindingszones wel en welke niet door het Rijk werden gefinancierd, werd de subsidiekraan echt dichtgedraaid.
Was de communicatie tussen de strategische directie en de uitvoeringsdienst van het ministerie slecht, die tussen Alterra en het ministerie was erg goed, zegt Turnhout. ‘De onderzoekers wisten precies bij wie ze op welk moment het probleem van de slecht functionerende verbindingszones en de oplossing van de robuuste verbindingen moesten aandragen. Beleidmakers luisterden en handelden direct. Dat zegt iets over het netwerk Alterra-LNV: wetenschap en beleid zijn hier geen gescheiden werelden.’

Re:ageer