Organisatie - 12 februari 2009

GEEN TOEKOMST VOOR DODE BEESTJES EN PLANTJES?

De insectencollectie van de leerstoelgroep Entomologie gaat wellicht naar Naturalis in Leiden. Wageningen UR kan niet voldoende geld vinden om de verzameling een nieuw onderkomen te geven op de campus, en te onderhouden. Ook het herbarium gaat op termijn naar Leiden. Zijn de Wageningse collecties ten dode opgeschreven?

opinie_0_705.jpg
Prof. Jaap Bakker, hoogleraar Nematologie
‘Ik heb een enorm probleem. We hebben een nematodencollectie, vrij uniek en één van de grootste in de wereld. Het onderhoud van de collectie wordt niet vergoed. Als we ‘m willen behouden, moet ik de collectie betalen uit promotievergoedingen of andere onderwijsvergoedingen. Dat gaat niet. We hebben geen probleem qua huisvestingskosten, zoals de entomologen. Onze collectie past in een paar ladekasten. Punt is echter dat onze preparaten langzaam vergaan. Je moet de nematoden opnieuw prepareren en dat is een tijdrovende klus en kost dus veel geld.
Het aantal mensen dat nematoden kan identificeren, is ontzettend schaars geworden. Er wordt veel over biodiversiteit gesproken, maar het aantal mensen dat er echt verstand van heeft neemt sterk af. Plasterk werkte als onderzoeker met de bekende nematode C. elegans, onder andere omdat de genen ervan een relatie hebben met de ontwikkeling van kanker in de mens. Van de broertjes en zusjes van elegans is heel weinig bekend, er zijn maar een paar mensen ter wereld die ze kunnen identificeren. Ze zijn bijna met pensioen. Er is wel belangstelling van bedrijven, want nematoden zijn een goede graadmeter voor de kwaliteit van de bodem. Maar hoe herkennen die een onbekende nematodensoort, en stel je vast dat het wellicht een nieuwe soort is? Dan vervult de collectie een sleutelrol.
We zijn nog steeds betrokken bij de taxonomie van nematoden en daarom is verhuizing van onze collectie naar Naturalis geen goed idee. Het wordt bespreekbaar als Naturalis een nematodentaxonoom aanstelt.’

Ir. Ton van Scheppingen, directeur bedrijfsvoering Plant Sciences Group
‘Voor het standpunt over de collecties verwijs ik naar het beleid van de raad van bestuur. Dat beleid is, kort door de bocht: we zijn geen museum. De raad van bestuur heeft helaas geen budget voor collecties beschikbaar, mede omdat de raad geen gehoor krijgt bij de ministeries van LNV en OCW over dit onderwerp. En de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur ligt bij het primaire proces.
Wij zeggen vervolgens: als er vanuit het onderwijs en onderzoek geen behoefte en financiering is, dan is er geen draagvlak voor een collectie. De hamvraag is dus: past een collectie bij het primaire proces, heb je ‘m nodig bij het onderwijs en onderzoek? De tijd van een simpel ‘ja’ is helaas voorbij. We zitten bij de financiering in een overgang van een taakorganisatie naar een marktorganisatie. Je moet dus heel goed kunnen uitleggen aan je financiers waarom je die collectie nodig hebt. Wie je financiers zijn? Daar moet je creatief naar op zoek gaan. Er zijn best organisaties met een maatschappelijke doelstelling te vinden die willen meebetalen aan het in stand houden van natuurhistorische collecties. Daar moet dus de creativiteit liggen en daar ligt ook de samenwerking en het samenspel met de raad van bestuur. Ik heb er alle vertrouwen in dat ons dat lukt.’

Dr. Ronald van den Berg, waarnemend beheerder van de leerstoelgroep Biosystematiek, waar het Wageningse herbarium onder valt
‘Wij hebben geen last van hoge huisvestingskosten; het herbarium verhuist niet naar de campus. Voorlopig blijft de collectie in ons gebouw aan de Generaal Foulkesweg. Plan is dat de herbariumcollecties van Wageningen, Utrecht en Leiden naar het Nationaal Centrum voor Biodiversiteit in Leiden verhuizen. Als de nieuwbouw van de NCB klaar is, over een jaar of vijf, vertrekt het herbarium. Onze collectie bestaat uit zo’n 600 duizend planten, de meeste gedroogd, een deel op alcohol, hoofdzakelijk uit Afrika.
De leerstoelgroep Biosystematiek, waar ik deel van uitmaak, wordt nu gesplitst. Het collectiegebonden onderzoek blijft hier, het laboratorium- en DNA-onderzoek verhuist naar Radix. Ik verwacht dat de collectiegebonden onderzoekers over vijf jaar mee naar Leiden verhuizen. In Wageningen stopt dan het onderzoek naar de patronen van biodiversiteit, de taxonomie. Het onderzoek zal zich meer gaan richten op de processen van biodiversiteit.
Ik denk dat de insectencollectie wel in goede handen is in Leiden, maar de timing is uiterst ongelukkig. Ik neem aan dat de Binnenhaven straks niet meer beschikbaar is voor de collectie. Of Dicke bij ons kan intrekken? Nou, dat is wellicht een optie, we krijgen hier ruimte als de onderzoeksgroep naar Radix verhuist. Dan zou ons gebouw een meer museale functie kunnen krijgen. Mooie plek, hoor: midden in de botanische tuin en bij de tropische kas. We hebben het al vaker geopperd, als permanente oplossing, maar de kosten zijn te hoog.’

Freek Manche, woordvoerder van minister Plasterk van OCW
‘Wat betreft de natuurhistorische collecties bekostigt OCW alleen Naturalis. De universiteiten krijgen geen geld voor hun collecties.’

Theo Verstrael, directeur van De Vlinderstichting
‘De Vlinderstichting heeft een vrij kleine referentiecollectie van vlinders. Als we een echte collectie nodig hebben, gaan we naar Naturalis. Daar is een uitgebreide collectie en daar kunnen we goed zaken mee doen. Ik ken de collectie van Entomologie niet, hoewel we zijn gevestigd in Wageningen. We werken wel samen met Entomologie, maar dan op onderzoeksgebied. Als je de problemen met het beheer en de financiering van collecties in Nederland hoort, dan ligt centreren van de collecties in het Nationaal Centrum Biodiversiteit in Leiden voor de hand. Anderzijds: Wageningen heeft een leidende positie in het entomologisch onderzoek. Dan kan ik me voorstellen dat Wageningen het prettig vindt om een referentiecollectie in de buurt te hebben.’

Re:ageer