Organisatie - 8 januari 2009

GA JE MEEDOEN MET TENURE TRACK?

Twaalf jaar na je promotie geheid een toga uitzoeken. Met het nieuwe loopbaanbeleid voor wetenschappelijk personeel – tenure track ofwel up or out – kunnen medewerkers beter doorstromen. Of uitstromen. Want wie niet voldoet mag vertrekken. Nieuwe medewerkers moeten er sowieso aan geloven, maar wie al in dienst is kan zich ook aansluiten. Binnenkort krijgt iedereen daarover een informatieboekje. Wie gaat er meedoen?

opinie_0_673.jpg
opinie_0_673.jpg

Foto: Bart de Gouw

Dr. Tijs Ketelaar, universitair docent, Laboratorium voor Plantencelbiologie
‘Ik weet nog niet of ik me ga aansluiten. Dat zal afhangen van hoe het systeem eruit komt te zien. Het is een mooie manier om hogerop te komen maar ik zal het pragmatisch bekijken. Tenure track is internationaal gezien standaard en het is een eerlijk systeem. Bovendien verschilt de positie van jonge onderzoekers nu per leerstoelgroep. Ik heb zelf na een Venibeurs een vaste aanstelling gekregen dankzij de toenmalige hoogleraar. Ik heb daarvoor een soort proeftijd van twee jaar gehad waarin ik onder meer moest laten zien dat ik geld kon binnenhalen en kon publiceren. Het nieuwe systeem is doorzichtiger, en maakt doorgroeien makkelijker; als je de beste bent kan dat. Nu kun je pas doorstromen als er een positie beschikbaar is.’

Dr. Stan Brouns, onderzoeker, Laboratorium voor Microbiologie
‘Ik weet dat zo’n systeem in Amerika bestaat. De komende drie jaar zit ik hier nog op een Venibeurs. Ik ben al bezig met een plan over hoe ik me de komende jaren wil ontwikkelen. Ik wil bijvoorbeeld ook onderwijs gaan geven. Maar het klinkt aanlokkelijk. Ik zou wel eerst meer over willen weten over het systeem: hoe de procedure eruit ziet en de assessment, en wat de beoordelingscriteria zijn. Wel vraag ik me af of er binnen de leerstoelgroep ruimte is voor die aanstellingen. De bestuurders kunnen dat wel mooi bedenken, maar het is maar de vraag of dat financieel kan, of een leerstoelgroep wel zo mensen aan kan nemen.’

Dr. Christina Flann, postdoc, leerstoel¬groep Biosystematiek
‘Voor een wetenschappelijke carrière is het een goed systeem. Maar in mijn vakgebied zijn maar heel weinig posities. Als ik zelf geen geld had binnengebracht, had ik nu geen aanstelling aan de universiteit gehad.
Ik werk vanuit Enschede, waar ik een eigen kantoor heb. Meer dan mijn database en een internetaansluiting heb ik niet nodig. Ik vind het fantastisch dat ik alleen maar onderzoek hoef te doen, en ook praktisch is het fijn dat ik niet naar Wageningen hoef om les te geven. Ik ga alleen af en toe voor overleg, en eens per jaar help ik met een cursus.
Als je in het academisch systeem wilt blijven moet je docent worden. Ik weet niet of ik dat zou willen. Het is goed om kennis door te geven aan een volgende generatie, maar je moet je tijdsplanning er wel op aanpassen. Met alleen onderzoek ben je meer eigen baas. Ik ben ook geen negen-tot-vijfpersoon. Ik heb nog twee jaar een aanstelling, en ben al op zoek naar nieuwe fondsen voor verder onderzoek.’

Drs. Sjoukje Osinga, universitair docent, leerstoelgroep Logistics, Decision and Information Sciences
‘Ik ga me er niet bij aansluiten. Het is een strikt en eendimensionaal systeem van up or out. Maar er zijn meer wegen om up te gaan, zonder de stress van out. Mensen kun je ook op andere manieren stimuleren. Een hoogleraar kan persoonlijke afspraken met hen maken.
Verder draagt het niet bij aan het functioneren van het team. Met dit systeem wordt het meer ieder voor zich, zijn mensen alleen nog maar bezig met hun eigen carrière. Ze zullen dan rotklussen mooi verpakt gaan delegeren, maar dat werk moet wel gedaan worden. Ook verwacht ik dat het ten koste zal gaan van de kwaliteit van het onderwijs. De werkvloer is juist gebaat bij diversiteit: de een is goed in geld binnenhalen, de ander in publiceren, een derde in onderwijs. Tot slot vraag ik me af of er wel voldoende middelen zijn om dit te realiseren. Als je universitair hoofddocent mag worden, is die positie er dan ook? Volgens mij sluit de financiering van de leerstoelgroepen daar nog niet op aan.’

Dr. Walter Gerrits, universitair hoofddocent, leerstoelgroep Diervoeding
‘Aan de ene kant geeft het systeem meer doorgroeimogelijkheden. Als leerstoelgroep wil je goede mensen kunnen behouden en daar zijn nu onvoldoende mogelijkheden voor. Of je nu goed of slecht onderwijs geeft, of je nu veel of weinig publiceert, als groep zie je daar financieel weinig van terug. Tenure track zou dan een vorm van prestatiebeloning kunnen zijn. Maar ik weet niet of het de goede vorm is. Ik weet ook niet of ik me er bij aan zou sluiten. Ik heb nog geen zicht op de manier van beoordelen. De vijf criteria klinken nu nog vaag genoeg om alle kanten mee op te kunnen. Ik heb bijvoorbeeld ook beheertaken en geef onderwijs. Als je wordt afgerekend op publicaties en projecten, dan moet je daar wel de ruimte voor krijgen. De minder leuke dingen die erbij horen worden een last als je daardoor je targets niet dreigt te halen. In plaats van dat je hoogleraar wordt kun je dan zomaar op straat komen te staan. Tot slot vraag ik me af er wel genoeg geld komt om die doorgroeiers ook te belonen.’

Re:ageer