Wetenschap - 1 januari 1970

‘Fout’ gen maakt jong van geest

Het gen dat de concentratie van het ‘gevaarlijke’ aminozuur homocysteïne verhoogt, lijkt ook een positief effect te hebben: het beschermt de hersencellen. Dat ontdekte een Wageningse promovenda.

De ontdekking roept twijfels op over de noodzaak van een programma waarbij de voedingsindustrie voedsel gaat verrijken met foliumzuur. Foliumzuur is een vitamine die de concentratie homocysteïne verlaagt.
Tien procent van de mensheid heeft een afwijkend gen dat de concentratie homocysteïne in het bloed verhoogt. De groep loopt daardoor meer kans op hart- en vaatziekten en voortijdige veroudering van de hersencellen, denken veel onderzoekers. Het foute gen zorgt ervoor dat het enzym dat homocysteïne verandert in een onschadelijk aminozuur niet goed werkt. De groep zou baat hebben bij extra foliumzuur, denken onderzoekers, om de homocysteïneconcentratie omlaag te brengen.
Volgens het onderzoek van de Wageningse promovenda Jane Durga is het nog maar de vraag of homocysteïne werkelijk zo gevaarlijk is. Toen Durga bij achthonderd oudere proefpersonen mentale functies onderzocht, ontdekte ze dat uitgerekend de groep mensen met het foute gen beter scoorde, en dus minder last had van verouderingsverschijnselen.
Bovendien bleek bij de groep met een goed functionerend gen het gehoor beter te zijn als zij weinig foliumzuur in het bloed hadden. Mentale veroudering en achteruitgang van het gehoor gaan vaak hand in hand, omdat beide processen worden veroorzaakt door het uitvallen van hersencellen en het dichtslibben van vaten.
De resultaten suggereren dat het terugdringen van de homocysteïnespiegel niet zo verschrikkelijk belangrijk is. ‘Onze theorie is dat bij mensen met het foute gen het lichaam minder foliumzuur gebruikt voor de omzetting van homocysteïne, en door deze zuinigheid meer overheeft voor andere processen die de hersencellen intact houden’, zegt de promovenda. Bij de groep met een normaal gen zorgt een lage inname van foliumzuur ervoor dat het lichaam op de één of andere manier zijn foliumzuurstofwisseling op de spaarstand zet, en zo ook meer foliumzuur overhoudt om de hersencellen te beschermen.
Durga durft niet te concluderen dat extra foliumzuur in het dieet bij sommige groepen misschien averechts werkt. ‘Dat zijn we nu aan het onderzoeken’, zegt Durga. ‘In december van dit jaar is een grote trial van drie jaar klaar, waaruit we hopelijk kunnen afleiden of extra foliumzuur de kansen op hart- en vaatziekten en mentale veroudering vermindert. Op basis van mijn proefschrift kan ik alleen maar zeggen dat de relatie tussen foliumzuur aan de ene kant en de gezondheid van bloedvaten en hersencellen aan de andere kant complexer in elkaar zit dan we denken. Voordat we voedsel gaan verrijken moeten we duidelijkheid hebben, zodat we weten of er negatieve bijwerkingen aan zo’n programma kleven.’ / WK

Jane Durga promoveerde op 22 oktober bij prof. Frans Kok, hoogleraar Voeding en gezondheid, en prof. Evert Schouten, hoogleraar Epidemiologie en preventie.

Re:ageer