Organisatie - 10 mei 2007

Forum is geboren uit jaloezie

De geestelijk vader van het Forumgebouw is Bert Speelman. Tijdens een bezoek aan de Universiteit Maastricht, eind jaren negentig, werd de toenmalige rector jaloers. Het duurde even, maar vorige week is zijn toekomstvisie voor Wageningen werkelijkheid geworden.

171_opinie_0.jpg
Speelman was in die tijd voorzitter van de vaste commissie voor onderwijs, de machtige adviescommissie waaraan de raad van bestuur toen een groot deel van het onderwijsbeleid overliet. Hij was nog geen lid van de raad van bestuur, maar wie iets wilde met het onderwijs aan de universiteit kon niet om Speelman heen.
Hij was de motor achter de plannen voor onderwijsvernieuwing. Er moest bijvoorbeeld meer aandacht komen voor probleemgericht onderwijs (PGO). Om zich te laten inspireren ging Speelman daarom met een delegatie naar Maastricht, de Nederlandse bakermat van die onderwijsvorm. ‘Wij waren daar bij gezondheidswetenschappen. En ik was erg onder de indruk van dat gebouw. Ze hadden daar moderne voorzieningen, en vooral: alles bij elkaar. Studieruimtes, een bibliotheek, collegezalen, sociale hoekjes. Dat moesten we in Wageningen ook hebben’, vertelt de oud-rector.
‘Het aantrekkelijke vond ik dat je daardoor een soort gemeenschap krijgt. Dat fietsen door de stad is wel fijn Wagenings, maar een leefgemeenschap krijg je niet op de fiets van de Dreijen naar Zodiac. Daarvoor moet je één centrale ontmoetingsplek hebben.’
Maar in 1998 was er geen tijd voor verheven gedachten over gemeenschapszin. De universiteit kreeg een bezuiniging opgelegd van dik tien miljoen euro. Dat kostte 275 arbeidsplaatsen. 25 Leerstoelgroepen werden opgeheven, en ondertussen moest de fusie met de instituten van DLO geregeld worden.
Na een roerig jaar vol protest en inspraakvergaderingen kwam het plan voor een nieuw onderwijsgebouw opnieuw op tafel. Volgens Speelman was er toen snel overeenstemming over. ‘Als raad van bestuur wilden we er ook een signaal mee afgeven. Er hing een hele depressieve stemming rond de universiteit. De studentenaantallen liepen terug, mensen riepen dat wij de universiteit verkwanselden in de fusie met DLO. Door een nieuw gebouw neer te zetten wilden wij aangeven dat wij er wél in geloofden.’
In 2001 ging de raad van toezicht akkoord met de investering van negentig miljoen euro. ‘Dat was veel geld, maar we konden laten zien dat renovatie van de bestaande gebouwen minstens net zo duur was.’ Nostalgische gevoelens over de gebouwen als stenen herinnering aan het verleden van de landbouwhogeschool, speelden voor de bestuurders nauwelijks een rol. ‘Om het plan rond te krijgen, moesten we verkopen. Dat was helder. Bovendien speelde ook dat we in verschillende gebouwen veel narigheid waren tegengekomen. Asbest in het Transitorium, gedoe met de brandweer over verschillende andere oude gebouwen. We hebben wel nagedacht over wat we met die panden moesten, maar het zou al snel veel te duur worden. Je kunt wel van alles willen, maar uiteindelijk moeten er ook rekeningen betaald worden.’
Op veel enthousiasme kon het plan niet meteen rekenen. Nog steeds zijn veel docenten kritisch. Het gebouw zou te duur zijn, de leerstoelgroepen zouden de rekening betalen. ‘Ach, dat over die kosten is onzin. Het is iets anders. Ik heb een jaar of veertig rondgelopen hier, en nog nooit meegemaakt dat er begrip was voor veranderingen. Ik had het er zelf ook niet op, trouwens. Dat verandert wel met de jaren. Let maar op, over een paar jaar hoor je er niets meer over, en wil niemand terug.’

Re:ageer