Wetenschap - 1 februari 2001

Fondsen EU beperken inkomensongelijkheid niet

Fondsen EU beperken inkomensongelijkheid niet

De inzet van structuurfondsen van de Europese Unie leidt niet tot een meer gelijke verdeling van inkomens in de lidstaten. Toch is dat de belangrijkste doelstelling van de fondsen.

Dat is een van de conclusies van de inaugurele rede die prof. dr. Wim Heijman op 18 januari hield. De nieuwe hoogleraar Regionale economie betoogt dat economische groei, deels te danken aan de structuurfondsen, juist de inkomensongelijkheid versterkt.

De regionale economie bestudeert, anders dan de algemene economie, de clustering van economische activiteit in geografisch beperkte regio's. Zo maakte Heijman duidelijk dat de economie van Ierland bijvoorbeeld fors is gegroeid, mede door hulp van de EU. Maar die groei voltrok zich vooral rondom de stedelijke gebieden en niet op het platteland.

Overigens denkt Heijman dat de EU niet wakker zal liggen van grotere inkomensongelijkheid omdat de structuurfondsen ook tot doel hebben via economische groei de migratie te beperken. Dat geldt in het bijzonder voor de toekomstige Oost-Europese lidstaten, die waarschijnlijk het leeuwedeel van de structuurfondsen gaan opeisen. Daar zijn de huidige ontvangers, vooral Zuid-Europese landen, niet blij mee. Heijman verwacht dan ook dat die landen hulp zullen blijven eisen als hun oostelijke concurrenten lid zijn. Dat betekent dat andere EU-lidstaten meer geld aan Brussel zullen moeten afdragen. | J.T.

Re:ageer