Wetenschap - 1 januari 1970

Foliumzuur toont alarmerend effect

Patiënten met een voorstadium van darmkanker moeten niet experimenteren met fikse doses van de vitamine foliumzuur, ontdekte een Wageningse promovenda. Het onderzoek van drs. Maureen van den Donk laat zien dat foliumzuur in hoge doseringen bij hen de kans op kanker doet toenemen. Opvallend, omdat tot dusver in studies bijna alleen positieve effecten van de vitamine zijn beschreven. Foliumzuur laat in dit onderzoek een zorgwekkend gezicht zien, aldus de promovenda.

Foliumzuur zorgde jarenlang voor een niet aflatende stroom van goed nieuws. De vitamine die bij zwangere vrouwen de kans op een kindje met een open ruggetje verkleint, zou volgens studies ook hartinfarcten, depressies en mentale veroudering helpen voorkomen. Bovendien beschermt foliumzuur tegen kanker, zeggen de onderzoeken. De verklaring daarvoor ligt voor de hand: cellen hebben foliumzuur nodig om te delen, en een geringe inname van foliumzuur verhoogt de kans dat er tijdens de celdeling foutjes in het erfelijk materiaal sluipen.
‘Daarom hadden we dit resultaat niet verwacht’, zegt Van den Donk, verbonden aan de afdeling Humane Voeding. ‘We vergeleken twee groepen patiënten met elkaar, een groep met darmpoliepen en eentje zonder. Darmpoliepen zijn goedaardig, maar kunnen zich ontwikkelen tot kwaadaardige tumoren. Uit analyse van het voedingspatroon van de patiënten bleek de groep met de darmpoliepen een iets hogere inname van foliumzuur te hebben.’ Belangrijke bronnen van foliumzuur zijn bladgroenten, melk, sinaasappelsap, volle granen en, last but not least, supplementen.
Een experiment met een groep polieppatiënten bevestigde de resultaten. Kregen de patiënten een half jaar lang een hoge dosis foliumzuur van vijf milligram per dag – de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is driehonderd microgram – dan ontstonden er meer foutjes in het DNA van hun darmcellen. ‘We hebben gekeken naar het inbouwen van uracil in het DNA van de darmcellen’, legt de promovenda uit. ‘Een supplement met een hoge dosering foliumzuur verhoogde de hoeveelheid uracil in het DNA. De toename was niet groot, maar een toename is dus precies niet wat je op basis van de literatuur zou verwachten.’ Uracil lijkt sprekend op thymine, één van de bouwstenen van DNA. Af en toe gebruikt de cel, als het nieuw DNA aanmaakt, uracil in plaats van thymine. Dat is ongewenst, want DNA met uracil raakt makkelijker beschadigd. Als cellen verhoudingsgewijs meer uracil in DNA inbouwen, dan is dat een teken dat de kans op kanker is verhoogd.
‘We hebben ook gekeken naar zes genen die helpen voorkomen dat cellen zich tot een kankercel ontwikkelen’, zegt Van den Donk. ‘Zo heb je genen die beschadigd DNA repareren. We bekeken in darmcellen van patiënten of de promotoren van die genen waren gemethyleerd.’ Een promotor is het beginstukje van een gen. Als daar methylgroepen aan vastzitten, werkt het gen niet. ‘Bij patiënten die een pil met foliumzuur kregen vonden we vaker uitgeschakelde antikankergenen dan bij patiënten die geen supplement hadden geslikt’, zegt de onderzoeker.
Als het onderzoek klopt, dan heeft foliumzuur een ‘ander, vooralsnog onbekend en zorgwekkend gezicht’ laten zien, schrijft Van den Donk in haar proefschrift. ‘Hebben we tot nu toe alleen dokter Jekyll ontmoet, zonder kennis te hebben gemaakt met meneer Hyde? Zolang we niet kunnen uitsluiten dat Hyde bestaat, kan het geen kwaad om voorzichtig te zijn met foliumzuur.’
Een vitamine die volgens Van den Donks proefschrift de goede kant op werkt is vitamine B2. Hoewel ze er niet aan toe is gekomen om B2 in de vorm van een supplement aan patiënten te geven, vond de aio een gunstig verband toen ze haar patiënten met darmpoliepen vergeleek met de controlegroep. Foliumzuur werkte vooral averechts bij patiënten die weinig vitamine B2 binnenkregen. Bij mensen die veel B2 consumeerden was de kans op darmpoliepen juist verminderd. B2 is nodig voor de omzetting van foliumzuur in metabolieten die meewerken aan de celdeling. Belangrijke bronnen van vitamine B2 zijn zuivelproducten, vlees, brood, aardappelen en groene groenten.
In de door de Amerikanen gedomineerde medische onderzoeksliteratuur is het verband nooit gevonden. ‘Dat komt waarschijnlijk omdat de inname van vitamine B2 in Amerika aan de hoge kant is’, zegt Van den Donk. ‘In de VS voegen fabrikanten al sinds de jaren veertig B2 toe aan meel.’ / WK

Maureen van den Donk promoveert op 13 december bij prof. Frans Kok, hoogleraar Voeding en gezondheid.

Re:ageer