Organisatie - 24 januari 2008

Flexibeler onderwijs met paraplustudies

Het onderwijs van Wageningen Universiteit en hogeschool Van Hall Larenstein moet op de schop. Er moeten veel minder zelfstandige opleidingen komen, zodat er per opleiding meer geld beschikbaar is. Verder moet de roostering veranderen. Dat staat in het ‘vloerplan’ van het onderwijshuis. Een interview met Pim Brascamp, directeur van het onderwijsinstituut (OWI), onder wiens voorzitterschap het plan tot stand kwam.

110_achtergrond0.jpg
110_achtergrond0.jpg

Foto: Henk van Ruitenbeek

Het onderwijsplan van een denktank onder voorzitterschap van OWI-directeur Pim Brascamp is vooral ingrijpend voor de universiteit. Er moet een major-minormodel komen in de bachelorfase. Dat is niet nieuw voor de hogeschool maar wel voor de universiteit. Ook nieuw voor de universiteit is de thesis als afsluiting van de bacheloropleidingen.
Verder wil de commissie-Brascamp grotere opleidingen. Een instroom van zestig zou het minimum moeten zijn. Dat haalt nu slechts een handjevol studierichtingen. Bij de universiteit zou het aantal opleidingen door deze regel halveren. Brascamp denkt aan tien. Ook de hogeschool kent verschillende kleine opleidingen die op moeten gaan in grotere studierichtingen.
Het laatste onderdeel van het plan gaat over de onderwijsroostering. Hogeschool en universiteit zouden moeten overschakelen op een jaarindeling in semesters.

Waarom wilt u een grote herprogrammering van het onderwijs? Zo slecht gaat het toch niet?
‘Wij hebben geen plan gemaakt omdat het slecht gaat. Juist niet. We zijn begonnen met de vraag wat er beter kan. Wat je nu zeker bij de universiteit ziet, is dat het heel moeilijk is om dingen te veranderen aan opleidingen. Wij willen meer flexibiliteit.
Bij de bacheloropleidingen zie je bijvoorbeeld dat veel vakken in verschillende opleidingen worden gebruikt. Dat is nodig om de opleidingen betaalbaar te houden. Maar het maakt het voor een opleiding heel lastig om iets te veranderen. Dat kan niet zonder overleg met andere opleidingen. Door grotere opleidingen te maken heeft iedere opleidingscommissie meer ruimte om de opleiding zo in te delen dat studenten de vakken in een nette volgorde kunnen volgen. Bovendien kunnen we zo geld vrijmaken om daarmee aparte vakken voor de vrije keuze te betalen.
Een ander punt dat we willen verbeteren is de snelheid waarmee wij het onderwijsaanbod kunnen aanpassen. Het duurt nu lang voordat je een opleiding goedgekeurd krijgt, vooral omdat je elke opleiding apart moet laten accrediteren. Dat hopen we voor de masters te vermijden door nieuwe richtingen aan te bieden als onderdeel van een parapluopleiding. Je vraagt dan om de overkoepelende studie goed te keuren, en niet elke losse specialisatie. We moeten de wetgever wel vragen of zij dit een goede manier vinden om om te gaan met onze financiële middelen.’

Is dat eerlijk? Je werft studenten met een leuke modieuze naam, terwijl ze zich moeten inschrijven voor een paraplustudie.
‘Wij beloven niets dat we niet waar kunnen maken. Denk aan de master Management of Marine Ecosystems waar we aanstaande september mee starten. Daar gebruiken we een vergelijkbare constructie. Het is een specialisatie van twee masterstudies, maar het past prima, en het is inhoudelijk een prima opleiding. Het is een gebied dat bij ons past. Je kunt die master zonder spanning geven binnen de twee geaccrediteerde opleidingen. Er zijn natuurlijk onderwerpen waar dat geforceerd zou zijn, vandaar de paraplumasters.’

U stelt ook voor om de vrije keuze bij de universiteit te gaan vervangen door minoren. Waarom?
‘Nu is het zo dat studenten in theorie vrij kunnen kiezen, maar in de praktijk zijn veel keuzes niet te combineren met de verplichte vakken, omdat ze op hetzelfde moment worden gegeven. We willen dat veranderen door een periode te reserveren voor het volgen van minoren. Studenten kunnen dan kiezen uit een aantal pakketjes van vakken. Het voordeel is dat je dan niet in de knoop komt met de verplichte vakken. Bovendien wordt het veel gemakkelijker om een half jaar naar een andere universiteit te gaan, of voor studenten van elders om hier in een half jaar een samenhangende minor te volgen.
Een student die dat wil mag trouwens nog steeds een vrij programma kiezen en ook zelf een vrijekeuzepakket samenstellen.’

Is het verstandig om opleidingen te laten verdwijnen? In 1999 werden opleidingenfusies bij de universiteit snel teruggedraaid omdat de studentenaantallen van de fusieopleidingen flink tegenvielen.
‘Dat is een terechte vraag. Het verschil is wel dat we nu ruim de tijd hebben, en dat het plan niet voortkomt uit bezuinigingen. Toen hing er ook een donkere wolk boven de universiteit vanwege leerstoelen die werden geschrapt. Terwijl je juist de intellectuele energie nodig hebt om zo’n plan te laten lukken. Als die er niet is, moet je het niet doen.’

Er moeten minder opleidingen komen, bij de universiteit een stuk of tien. Wie moeten er fuseren?
‘Dat weet ik niet. En ik kan het ook zo één twee drie niet bedenken’

Dat is flauw. Wel de voordelen uitleggen aan docenten, maar niet de nadelen, namelijk dat de opleiding waar je al tien jaar aan werkt moet fuseren.
‘De normale reactie op plannen is: dit kan niet, dit is onmogelijk. Dat willen we deze keer anders proberen te doen. Wij denken dat ons idee een verbetering is. Wij willen eerst de discussie voeren over de waarde van die verbeteringen.
Ik ben ervan overtuigd dat als ook anderen enthousiast raken over het plan, dat we ook wel oplossen hoe de nieuwe opleidingen eruit zien. Daar hebben we ruim de tijd voor. Wij willen het plan dit jaar bespreken. Dan zou er eind 2008 een duidelijke opzet moeten liggen, inclusief de beoogde BSc-opleidingen en de MSc-paraplu’s.. En dan hebben we nog twee jaar om het uit te voeren. En als we niet enthousiast worden, dan doen we het anders. Er is geen verborgen agenda. Wij hoeven niet te bezuinigen bijvoorbeeld. Het is een idee hoe het beter kan.’

Zorgt dit plan ervoor dat studenten van de hogeschool gaan profiteren van de fusie van de hogeschool met de universiteit?
‘Ja. Zeker voor de studenten van VHL in Wageningen. Door de roostering gelijk te trekken wordt het voor studenten van de hogeschool mogelijk vakken te volgen aan de universiteit, en omgekeerd.’

U besteedt in de nota veel aandacht aan regeltjes. Accreditatie, bekostigingsmodellen, en instroomcijfers. Het is geen bevlogen verhaal. Is de bureaucratie de drijfveer van het plan?
‘Noem het holistisch’, lacht Brascamp. ‘Je kunt zien wie er in de commissie hebben gezeten. Dat zijn mensen die zich bewust zijn van geld en procedures, maar ook van de inhoud. Het zijn niet alleen regelneven die op de centjes letten, maar ook geen mensen die slechts oog hebben voor de didactiek. Tamelijk integraal denkende mensen.
Dat is ook goed. Wij moeten kwaliteit leveren, en dat moeten we zo doen dat de minister zegt dat wij mogen blijven bestaan. Je moet dus rekening houden met de voorschriften.
Overigens kwamen we via de cijfertjes ook nog op een interessant idee voor onderwijskundige vernieuwing. Bij de universiteit werken we nu met blokken van twaalf punten. Een jaar heeft zestig punten. Dat betekent dat je in een semestersysteem, met in totaal vier blokken, elk blok drie punten extra moet roosteren. Het lijkt mij goed om die ruimte te gebruiken om onderwijs te geven dat integraal denken bevordert. De kritiek is nu vaak dat de vakken los staan van elkaar. In die extra tijd zou je onderwijs kunnen geven dat de samenhang tussen de losse vakken aangeeft.’

Dit plan is een discussiestuk. Wie gaat er wanneer over praten?
‘De raad van bestuur zal binnenkort een besluit nemen over de vraag of ze vinden dat de discussie moet starten. Voor de zomer zouden dan discussies kunnen plaatsvinden in allerlei officiële organen, zoals departementsbijeenkomsten en opleidingscommissies. Bovendien kun je denken aan de WSO of studieverenigingen. Ten slotte denken we aan themabijeenkomsten die voor iedereen toegankelijk zijn. Na de zomer kan dan de formele besluitvorming plaatsvinden.’

Re:ageer