Wetenschap - 1 januari 1970

Fitnessruimte, Universitair Sportcentrum de Bongerd

Fitnessruimte, Universitair Sportcentrum de Bongerd

Fitnessruimte, Universitair Sportcentrum de Bongerd


,,Dat wordt tien keer opdrukken’’ zegt Ellen van Kalsbeek als twee
studentes tien minuten te laat binnenkomen voor de introductieles fitness.
Ze houdt duidelijk niet van laatkomers en wegblijvers.
De introductie is verplicht voor iedereen die wil gebruikmaken van de
fitnessapparatuur. In de les wordt de werking uitgelegd van een sleutel met
chip waarop individuele trainingsprogramma’s staan en de toegankelijke
fitnessapparaten. Tijdens de uitleg komen er even geen ritmische deuntjes
uit de boxen aan het plafond. Alleen het klimaatbeheersingapparaat zoemt
zachtjes.
Van Kalsbeek doet voor hoe de crosstrainer (glidex), de loopband en de
fiets werken. De studenten staan wat onwennig te kijken. ,,Fitness is
eigenlijk een vorm van hulpverlening. Je helpt mensen lekker in hun lijf te
zitten of van klachten af te komen. Verder geef ik mensen graag het
plezierige gevoel mee dat je aan sport overhoudt. Maar ik help mensen net
zo graag bij het kweken van massa’’, zegt ze, terwijl ze met haar handen
een bollende beweging bij haar schouders maakt.
De werkkleding van Van Kalsbeek bestaat uit een lange trainingsbroek, een
glimmend hemdje en sportschoenen. ,,Thuis loop ik daar nooit op hoor.’’
Zelf traint ze vaak op zondag, al komt daar niet altijd evenveel van
terecht omdat ze wordt aangesproken door andere bezoekers. ,,Dat is niet
erg, want je bent toch het gezicht van het sportcentrum. Als ik zie dat
iemand een oefening niet goed uitvoert zeg ik daar ook wat van.’’ Haar
favoriete onderdeel is de cardiotraining op de brede loopband. ,,Mijn eigen
conditie verbetert ook nog steeds.’’ | Y.d.H.

Re:ageer