Wetenschap - 1 januari 1970

Finse jachthond jaagt steeds beter op haas

Selectie op de prestaties van de hond bij het fokken blijkt zijn vruchten af te werpen. Fokkers van Finse jachthonden zijn er op die manier de afgelopen twintig jaar duidelijk in geslaagd hun honden steeds beter te laten presteren in het opsporen en achtervolgen van hazen.

Dat blijkt uit analyses van de verrichtingen van de honden in bijna twintig jaar veldtesten, en vergelijking met de afstammingsgegevens, door de Finse onderzoekster dr Anna-Elisa Liinamo van de leerstoelgroep Fokkerij en genetica.
De Finse jachthond of Suomenajokoira, nauw verwant aan de Harrier en Fox Hound, is een echte speurhond, gespecialiseerd in het opsporen en opjagen van hazen en vossen in dichte naaldwouden. Het is het meest gehouden hondenras in Finland. Op het seminar ‘Breeding healthy working dogs’ op vrijdag 3 juni, presenteerde zij de eerste resultaten van een analyse van de uitslagen van speciale jaagproeven die gedurende bijna twintig jaar voor dit ras zijn ingezameld.
Liinamo: ,,Zo’n twintig procent van de honden doet mee aan veldtesten. Hierbij wordt de hond losgelaten in het bos en krijgt hij maximaal twee uur de tijd om het geursignaal van een haas op te pikken en daarna nog eens twee uur voor de achtervolging.’’ De hond jaagt solo en houdt contact met de jager door – zo gauw hij het spoor van een haas te pakken heeft – met regelmaat te blaffen. Een jury volgt daarbij de verrichtingen van de hond en noteert allerlei kenmerken, zoals een zoekscore, de gretigheid, de duur van de achtervolging en de kracht en de toon van de blaf. Het blaffen is volgens Liinamo, die zelf jurylid is geweest, van groot belang. ,,De bossen in Finland zijn heel anders dan hier. Het komt voor dat je vier uur lang de hond niet ziet, maar de hond alleen kunt volgen aan de hand van het blaffen.’’ Op het voortijdig blaffen, vóór het spoor van een haas is gevonden, staan dan ook een flink aantal strafpunten.
Voor haar onderzoek analyseerde Liinamo bijna 100.000 scores van in totaal ruim 13.000 honden en combineerde die met de afstammingsgegevens. De honden lieten over twintig jaar een aanzienlijke genetische vooruitgang zien in het vermogen tot opsporen en achtervolging, ondanks dat de geschatte overerving van deze eigenschappen relatief laag zijn. Liinamo: ,,Ondanks het ontbreken van een centraal fokprogramma is het effect over twintig jaar zeer positief. Fokkers hechten ook erg veel waarde aan verrichtingsscores van de honden en dat blijkt foktechnisch dus goed te werken.’’
Opvallend is dat heupafwijkingen, een hardnekkig probleem in de fokkerij van veel rashonden, een relatief geringe rol spelen bij de Finse jachthond. Liinamo: ,,Bij de meeste rashonden wordt alleen gekeken naar het uiterlijk van een hond en speelt de jurywaardering op hondenshows een grote rol. In de hondenfokkerij zou men meer gebruik moeten maken van behendigheidtest omdat dat waarschijnlijk een betere indicatie heeft van de gezondheidstoestand van de dieren’’. | G.v.M.

Re:ageer