Wetenschap - 1 januari 1970

Financiën

Financiën

Financiën

In de eerste uitgave van het Wb komt directeur Bedrijfsvoering ir G. Kok aan het woord, die reageert op uitlatingen van de studentenraad. De studentenraad stelt namelijk dat een deel van de bezuinigingen niet zo noodzakelijk is als wordt voorgespiegeld. Er valt uitgebreid te discussiëren over de vraag of een negatieve bedrijfsreserve van zestig miljoen wel zo'n ernstig probleem is

Het is heel leuk dat meneer Kok er anders over denkt, maar de argumenten die hij noemt in het Wb van 7 januari zijn allerminst overtuigend. De liquiditeit is de afgelopen jaren al met sprongen verbeterd. Het probleem dat op papier bestaat blijkt in de praktijk van ondergeschikt belang

Een belangrijk argument om de ernst van de financiële situatie van de universiteit te illustreren is het feit dat de rentabiliteit van de universiteit slechts 1,4 procent bedraagt, waar deze het niveau van de inflatie toch minstens zou moeten evenaren. Dit argument is volslagen kolder. De universiteit ontvangt jaarlijks een compensatie van het ministerie van LNV voor de inflatie. Zelfs in een tijd van bezuinigingen gaat deze inflatiecorrectie gewoon door. Het is dus alleen belangrijk dat de universiteit geen verlies maakt

Verder noemt Kok een nadeel van het rekenen met een hogere waarde van de gebouwen. De investeringen zouden onevenredig zwaar op de begroting gaan drukken en noodzaken tot extra bezuinigingen. Dit is helemaal niet waar. Het is een kwestie van goed boekhouden. De gebouwen volgens een andere systematiek op de balans zetten, betekent namelijk ook dat de universiteit op papier een inkomstenbron creëert: de jaarlijkse waardestijging van de gebouwen

Tot 1991 werd er inderdaad met een ander boekhoudsysteem gewerkt, waarde gebouwen ruim achthonderd miljoen, en nooit is het probleem van de hoge investeringen opgetreden. Suggereren dat er zelfs extra bezuinigd moet worden als er met een realistischere waarde voor het gebouwenbestand gerekend wordt is onnodige stemmingmakerij. En dan moet ik constateren dat bovenstaande argumenten een belangrijk deel vormen van de financiële onderbouwing van het ondernemingsplan..

Treurig

Re:ageer