Organisatie - 1 januari 1970

'Financier landbouw EU ook nationaal'

Een deel van het Europees landbouwbeleid moet gefinancierd worden door de lidstaten zelf in plaats van volledig uit Europese middelen, zo adviseerde de Sociaal Economische Raad vorige week. Het LEI heeft SER geadviseerd bij de totstandkoming van dit voorstel.

De Nederlandse regering vroeg om het advies in de hoop dat door gedeeltelijke financiering van het beleid vanuit de nationale overheden, ofwel cofinanciering, de kosten van het landbouwbeleid voor Nederland omlaag kunnen. Nederland is namelijk netto betaler aan Brussel.
De SER vindt dit argument onvoldoende om het beleid veranderen. Het effect van het beleid op de landbouw zou centraal moeten staan. Directeur van het LEI dr. Jan Blom stemt daar mee in. Hij ziet wel voordelen in cofinanciering. ‘Het landbouwbeleid rust op twee pijlers: inkomenstoeslagen en vergoedingen. Inkomenstoeslagen worden gegeven op basis van productieomvang in het verleden. Die pijler wordt niet gecorrigeerd voor de inflatie, en verdwijnt dus feitelijk langzaam. Daarvoor in de plaats komt de tweede pijler. Die bestaat uit vergoedingen voor diensten die agrariërs leveren, bijvoorbeeld beheer van natuur of landschap. Die pijler wordt steeds belangrijker. Door cofinanciering kan de Nederlandse overheid meer nadruk leggen op die tweede pijler. Ik vind dat positief.’
De boerenvakbond LTO is bang dat als de cofinanciering vrijwillig wordt, sommige landen meer steun aan hun boeren gaan geven dan anderen, waardoor er oneerlijke concurrentie zou ontstaan. Blom: ‘Ik kan me die angst voorstellen. Maar door cofinanciering verplicht te stellen verandert er feitelijk niet zoveel, behalve dat je twee keer een administratie moet voeren, zowel in Brussel als in de afzonderlijke landen. Dat lijkt me niet handig. Bovendien ontneem je jezelf dan de mogelijkheden die je juist met een vrijwillige cofinanciering krijgt, zoals het onderscheid maken tussen gebieden. In de Achterhoek zijn bijvoorbeeld veel mogelijkheden voor natuur- en plattelandsontwikkeling. Die kan je dan belonen. De andere boeren die pure landbouw bedrijven moeten tegen marktprijzen produceren.’
Tegenstanders van cofinanciering zijn bang dat dit het begin van het einde van het landbouwbeleid is. Maar zij moeten beseffen, aldus Blom, dat de inkomenstoeslagen op termijn sowieso verdwijnen. Cofinanciering biedt een kans om de tweede pijler., de vergoedingen voor diensten te versterken.
Voor oneerlijke concurrentie is Blom niet zo bang. ‘Want door cofinanciering komt het landbouwbeleid ook weer op de politiek agenda van de verschillende landen. Franse boeren krijgen nu bijvoorbeeld veel inkomenssteun door het landbouwbeleid van Brussel. Maar als Frankrijk meer zelf mag gaan bepalen hoeveel geld ze uitgeven aan de landbouw, dan zouden ze wel eens kunnen gaan besluiten minder geld te gaan besteden aan de boeren en meer aan de buitenwijken van de grote steden.’ / JT

Re:ageer