Wetenschap - 22 februari 2001

Filosofen pleiten voor economie en politiek van de duurzaamheid

Filosofen pleiten voor economie en politiek van de duurzaamheid

Sinds de Club van Rome in 1972 haar rapport Grenzen aan de groei uitbracht, is duurzaamheid een begrip geworden. Milieuorganisaties en overheden proberen de burger bijvoorbeeld aan te zetten minder auto te rijden. Zonder veel succes. Dr. ir. Volkert Beekman onderzocht of het te rechtvaardigen is om in te grijpen in de individuele vrijheid van burgers en komt met een alternatief politiek partijprogramma voor duurzaamheid. Dr. Marian Deblonde berispt economen: ze frustreren het debat in plaats van het te voeden met inspirerende gedachten. Twee filosofen die politici en economen prikkelen tot vernieuwende idee?n.

Economen frustreren duurzaamheid

De dominante theorie in de economische wetenschap, de neoklassieke economie, nodigt niet uit tot debat over een duurzame samenleving. "Hun theorie is niet uitgerust om duurzaamheidsproblemen op te lossen. Allocatieve effici?ntie, het idee dat hulpbronnen door de markt effici?nt worden verdeeld, is een wetenschappelijke fictie zodra het problemen betreft die ook toekomstige generaties treffen." Heldere taal van de Vlaamse filosoof Marian Deblonde, die in haar proefschrift zocht naar een economie die juist wel inspireert tot discussie.

De neoklassieke economie sluit volgens Deblonde discussie uit doordat zij 'de onzichtbare hand', de sturing van de vrije markt, niet analyseert maar aanneemt als een natuurlijk gegeven. Omdat de organisatie van de markt niet inzichtelijk is, hanteren neoklassieke economen een trial-and-error methode om de resultaten van marktprocessen in een duurzame richting bij te sturen. Tegelijk overschatten zij de vrijheid van consumenten en producenten. Deblonde: "De onzichtbare hand begint waar de vrijheid van mensen ophoudt." De neoklassieke economie geeft met haar wiskundige karakter geen getrouwe weergave van onze economische werkelijkheid. "En de gebruikelijke economische instrumenten - belastingen, subsidies, quota - zijn tot op heden niet succesvol gebleken om het onduurzame tij te keren", zegt Deblonde.

Volgens Deblonde is het juist de taak van de economische wetenschap om de werking van marktinstituties zichtbaar te maken. Dan wordt economische wetenschap een bron van inspiratie, waardoor politici en burgers op een nieuwe manier naar problemen rond duurzaamheid kunnen kijken. Dat vraagt om een institutionele economie, die de structurele oorzaken van onduurzaamheid blootlegt. In plaats van wiskundig, is die economie meer historisch van aard. Volgens Deblonde kunnen wij er niet omheen: op lange termijn hebben we een andere economische orde nodig waarin het economische streven naar maximale bevrediging van persoonlijke behoeften en verlangens niet haaks staat op een gemeenschappelijk verlangen naar een duurzame en aangename ecologische omgeving.

Een groene derde weg: duurzaam partijprogramma

Is ingrijpen in de individuele vrijheid van de mens te rechtvaardigen om daarmee milieuvriendelijker gedrag te bereiken? Geen eenvoudige kwestie, want we willen niet dat oprechte zorgen over natuur en milieu aanleiding vormen voor een milieudictatuur. Politieke partijen en milieuorganisaties hebben er begin jaren negentig veel over gediscussieerd. Zij maken daarbij een onderscheid tussen gedrag en houding ten opzichte van milieuvervuiling. Ten onrechte, stelt filosoof Volkert Beekman. Wat mensen doen en de levensverhalen die ze hebben, zijn onlosmakelijk verbonden in een levensstijl. Schijnbaar vrijblijvende zaken als een televisiespotje of een hogere prijs voor benzine - ook al kunnen mensen ervoor kiezen zich daar niets van aan te trekken - grijpen wel degelijk in op de vrijheid van mensen.

Toch is dat ingrijpen best te rechtvaardigen, stelt Beekman. Mits het gaat om het behoud van basale zaken als schone lucht en energie. Omdat dwingende maatregelen als voorlichting en economische prikkels maar tot op zekere hoogte rechtvaardigbaar zijn, moet volgens Beekman daarnaast gezocht worden naar andere maatregelen. Beekman stelde daarom een alternatief partijprogramma op voor een duurzamer politiek beleid, een groene derde weg; een verwijzing naar het op Anthony Giddens ge?nspireerde beleid van de Engelse premier Tony Blair. In Beekmans alternatief komt naast voorlichting en prijsverhoging een derde mogelijkheid naar voren: het stimuleren van deelname van burgers aan het maken van milieubeleid. Wanneer de voorwaarden daarvoor geschapen worden, zullen mensen, ge?nspireerd op hun persoonlijke idealen om groen te wonen of gezond te eten, actief zoeken naar duurzame alternatieven.

Het programma heeft nog geen partij gevonden die het omarmt als nieuwe leidraad. Beekman zou willen dat bijvoorbeeld de Partij van de Arbeid of Groen Links er notie van neemt, maar het programma voor hen uitwerken is niet de taak van een filosoof, zegt Beekman. Hij werkt inmiddels als een van de eerste filosofen bij het landbouweconomisch instituut LEI.

Joris Tielens

Re:ageer