Wetenschap - 1 januari 1970

Filippijnse vogelrijkdom brokkelt af

De Filippijnen is nu nog een hotspot wat betreft biodiversiteit, maar dat duurt misschien niet lang meer. Veel bijzondere vogelsoorten worden in het nauw gedreven, waarschuwt ir Joeri Strijk van de leerstoelgroep Biosystematiek.

Evolutionair gezien was de vorm en ligging van de Filippijnen, een archipel van 7107 eilanden in de Zuidwestelijke Stille Oceaan, zeer gunstig voor de ontwikkeling van nieuwe diersoorten. Op de geïsoleerde eilandjes konden zich zeer aparte dieren ontwikkelen die nergens anders voorkomen. Maar juist de geïsoleerde ligging blijkt in de huidige tijd nadelig voor het voortbestaan van de wonderlijke diersoorten, en zo wordt de evolutie een hak gezet.
Strijk inventariseerde op het noordelijke eiland Luzon gedurende vier maanden de vogelpopulaties. Ondermeer enkele uilensoorten en neushoornvogels zijn volgens de onderzoeker in een kritiek stadium beland. De kap van het regenwoud is de oorzaak.
‘Ik heb geprobeerd vogels te spotten en alles gescoord wat ik zag of hoorde. Tijdens het veldwerk leerde ik vele vogels te identificeren op basis van hun zang.’ Het viel hem op dat de single island endemics, vogelsoorten die voorkomen op slechts één eiland, alleen nog maar in de grotere bosgebieden voorkomen zoals het Nationaal Park in het Sierra Madre gebergte op Luzon. In de kleinere bosfragmenten zijn deze vogels niet meer te vinden.
‘Oorspronkelijk was dit land vrijwel volledig bedekt met regenwoud. De meeste bossen zijn gekapt en vervangen door extensieve veeteelt. Het is nu een grote grasvlakte met hier en daar wat bosfragmenten.’ Enkele kleine eilanden zijn wel gespaard gebleven en hier bestaat nog een betrekkelijk maagdelijke vegetatie. Zijn dit de ‘safe havens’ voor vogels die worden belaagd door bulldozers en kettingzagen op de andere eilanden? ‘Nee, jammer genoeg verspreiden de meeste vogels in dit gebied zich moeilijk over water. Je vindt hier vooral echte bosvogels zoals uilen en kleine insecteneters die niet gemakkelijk de overstap kunnen maken naar een ander eiland. Frappant is dat de grote biologische diversiteit van deze eilandengroep juist in hoge mate is terug te leiden naar de mate van historische isolatie van de afzonderlijke eilanden.’
Island hopping is er dus niet bij, de zee is een te grote barrière. De enige oplossing lijkt te zijn uitbreiding van natuurreservaten of aanleg van nieuwe bossen. Maar Strijk is pessimistisch als hij kijkt naar het huidige natuurbeleid. ‘Dit blijft een ontwikkelingsland. Het is hier erg moeilijk om natuur te beschermen. Er vindt ook illegale kap plaats, ondanks de diverse rangerstations.’
Behalve om uilen en neushoornvogels, maakt Strijk zich ook zorgen om de Cebu flowerpecker . ‘Eerder werd al gedacht dat deze was uitgestorven. Er zijn er toch weer een paar gevonden in het wild, maar hun voortbestaan is allerminst zeker.’
Bedreigde vogelsoorten in dierentuinen behoeden voor uitsterving, daar heeft de bioloog gemengde gevoelens bij. ‘Je speelt met goud omdat je vaak niet de specifieke levensomstandigheden weet of kan nabootsen. En het blijft doodzonde als je in de dierentuin een mooie neushoornvogel ziet, terwijl op de Filippijnen alles gekapt is en je de vogel daar niet meer kan zien.’ / HB

Re:ageer