Wetenschap - 1 juni 2011

Fijnstofmetingen in het Binnenveld

Bomen vangen fijnstof uit de lucht. De vraag is alleen of het zoden aan de dijk zet. In het Binnenveld doet Annette Pronk (PRI) proeven om daar iets zinnigs over te zeggen.

Vernevelaars op keukentrapjes sproeien opgelost fijnstof in de richting van de bomen
Het proefveld is een terrein aan de Plassteeg ten noorden van de campus. Pronk en haar collega's van ASG meten hier hoeveel (zelfgemaakt) fijnstof wordt afgevangen door een groepje bomen. De proefopstelling ziet er bedrieglijk simpel uit. Op zes keukentrapjes staan evenzoveel vernevelaars: ventilatoren die vloeistof met opgelost fijnstof uit een jerrycan in kleine druppeltjes wegblazen in de richting van een groepje bomen zo'n dertig meter verderop. Voor en achter het groen staan zes masten tjokvol meetapparatuur.
Erfbeplanting
De proef van projectleider Pronk is een opdracht van het ministerie van EL&I en richt zich met name op de mogelijkheden om fijnstof uit stallen af te vangen met erfbeplanting. De intensieve veehouderij is een belangrijke producent van fijnstof. Om die uitstoot terug te dringen zijn tal van maatregelen in de stallen voorhanden. Luchtwassers bijvoorbeeld vangen een deel van de uitstoot weg. Maar bomen zijn veel goedkoper.
In feite is de proef van Pronk de opvolger van een eerder experiment dat twee jaar geleden plaatsvond. Alterra en ASG waren toen betrokken bij een proef langs de A50 bij Valburg die moest aantonen of bomen fijnstof van verkeer wegvangen. Die proef mislukte deels. Een positief effect was er wel voor het wegvangen van stikstofoxiden, maar de proefopstelling bleek niet goed genoeg om eenduidige uitspraken te doen over fijnstof.
Wind
De opstelling in het Binnenveld moet meer duidelijkheid bieden. Het experiment komt er in feite op neer te bepalen waar het in de lucht geblazen fijnstof blijft. Welk deel wordt door de bomen weggevangen en wat voor invloed heeft het weer daar op. Wind, luchtvochtigheid, en opwaartse luchtstroming worden daarom nauwkeurig bijgehouden.
Pronk test dennen en haagbeuk op hun zuiverende werking. Het groen wordt telkens ongeveer een uur bestoven; daarna begint het bemonsteren van de verschillende plantendelen, de bodem en strookjes papier die rondom de 'plaats delict' zijn opgehangen.
Fluorescentie
Meting van het fijnstof gebeurt door fluorescentie. Pronk gebruikt een fluorescerende tracer (BSF) als fijnstof. De stofdeeltjes (5-10 micrometer groot) worden van de monsters terug in oplossing gebracht en doorgemeten. Op die manier is alleen het 'eigen' stof zichtbaar en blijft omgevingsstof netjes buiten beeld. Pronk heeft nog zeker een tiental metingen nodig. De resultaten zullen pas na de zomer bekendgemaakt worden.  

Re:ageer