Wetenschap - 26 mei 2011

Fietser heeft weinig aan 60 km-weg

1

De invoering van 60-km zones is een succesnummer. Het buitengebied is spectaculair veiliger geworden. Maar de fietser profiteert niet mee, constateert onderzoeker Rinus Jaarsma.

Jaarsma (Landgebruiksplanning) bracht samen met de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) in beeld hoeveel veiliger plattelandswegen zijn geworden door 60-km-maatregelen. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is de maximumsnelheid in het buitengebied 60 km/uur. Borden, aangepaste belijning van de weg en verhoogde kruisingen dwingen de weggebruikers hun snelheid te minderen.
Dat was wel nodig ook. Nergens is het zo verkeersonveilig als op het platteland, laten de statistieken al sinds jaar en dag zien. Het zogeheten ongevalsrisico op plattelandswegen is tien keer zo groot als op snelwegen. De kans om doodgereden te worden per afgelegde kilometer weg in het Binnenveld is tien keer groter dan op de A12. In absolute zin: elke twee miljoen gereden kilometers op een plattelandsweg levert een dode op. Dat er desondanks meer slachtoffers vallen op snelwegen komt omdat die nou eenmaal meer worden gebruikt: de macht van grote getallen.
Kwart minder ongelukken
Dat snelwegen relatief zo veilig zijn is begrijpelijk. Jaarsma: 'Het verkeer rijdt er weliswaar hard, maar wel allemaal dezelfde kant uit, op een eigen baan, met ongelijkvloerse kruisingen en geleidelijk invoegend verkeer.'  Als er al botsingen zijn, is dat zelden frontaal. Allemaal voordelen die plattelandwegen niet hebben. De weg is smal, wordt gebruikt in twee rijrichtingen, door gemengd verkeer met grote snelheids- en massaverschillen. Plattelandswegen zijn in feite conflictgebieden.
Jaarsma en de zijnen brachten de ongevallencijfers van twintig gebieden jarenlang nauwkeurig in kaart. Van vijf jaar voor de omvorming tot 60-km weg tot ruim drie jaar erna. De cijfers werden afgezet tegen controle-gebieden die niet werden omgebouwd. De resultaten zijn verrassend. Het aantal ongelukken (met gewonden) is met een kwart afgenomen. Op kruisingen is die afname zelfs 44 procent. Het aantal gewonden op kruisingen is bijna gehalveerd en het aantal doden en ernstig gewonden op kruisingen is meer dan gehalveerd.
'Fiets nog steeds de pineut'
Die effecten zijn veel hoger dan verwacht. Bij de invoering van de 60-km zones was volgens Jaarsma gerekend met 10-20 procent minder ongelukken. De gerealiseerde afname is op alle fronten hoger. Dat met name kruisingen veel veiliger zijn geworden, is volgens Jaarsma niet toevallig. 'De herinrichting van 60-km wegen is sober; het mocht niet teveel geld kosten. De meeste effecten verwacht je op conflictpunten en dat zijn de kruispunten. Daar zijn verkeerstafels van gemaakt. Die verhogen de attentiewaarde en reduceren de snelheid.'

Maar het succes heeft wel een schaduwkant. Jaarsma: 'Het langzame verkeer profiteert niet erg mee. En dat zijn wel grote aantallen. Voor een fietser of wandelaar maakt 60 of 80 km/uur kennelijk geen significant verschil. Je kunt dus eigenlijk zeggen dat de fietser nog steeds de pineut is.' Waarom dat zo is, weet Jaarsma ook niet zeker. 'Er wordt steeds meer gefietst, vooral door ouderen. Bovendien zijn er steeds meer elektrische fietsen op de weg en die rijden harder en verder. Maar dat is speculatief.'

Accidents Analysis and Prevention 43 (2011) 1508-1515; Making minor rural road networks safer: The effects of 60 km/h-zones; Rinus Jaarsma et al.

Re:acties 1

  • Marina Govaert de Groene, fietsersbond Zeeuws Vlaanderen.

    Waar nog een extra aandacht aan besteed mag worden, is het "autoluw" maken van polderwegen. Er zijn wegen waar nog teveel gemotoriseerd verkeer rijdt dat daar totaal niets te zoeken heeft. Langs 2 kanten is het fietsers pesten en in het maai- en dorsseizoen de boeren. Slik op de weg!!! Te hard rijden, omdat men het als sluipweg gebruikt en daardoor veel ongevallen.

    Reageer

Re:ageer