Student - 20 september 2007

‘Fietsen komt nu op de eerste plaats’

Krap zeven maanden na haar eerste wedstrijd tekent Annemiek van Vleuten, vijfdejaars student Dierwetenschappen, eind deze maand een contract bij een merkteam. Terwijl ze pas anderhalf jaar op de racefiets zit. ‘Ik ken geen andere sport waarbij je zo snel met de wereldtop mee kunt doen’, zegt Annemiek laconiek.

1315_nieuws.jpg
Als ze niet onderuit was geschoffeld op het voetbalveld, dan was Annemiek van Vleuten geen wielrenner geworden. Met haar kapotte knie mocht de student geen loopsporten meer doen, wel wielrennen en zwemmen. Lekker buiten fietsen won het van de zwemtraining.
Om niet steeds in haar eentje te hoeven rijden werd Annemiek in het voorjaar van 2006 lid van de Wageningse toerclub TCW’79. Toen ze er na een half jaar niet meer uit werd gereden door de snelste mannen, ging ze op aanraden van de voorzitter meetrainen bij Wielervereniging Ede, waar ze wedstrijden kon rijden.
‘In januari kwam ik geen bocht fatsoenlijk door’, weet ze nog. Maar enkele kilo’s lichter door wat vaker fietsen en minder bier drinken, haalde ze in juni haar eerste podiumplek bij een Elitekoers. Verder reed ze de NK’s op de weg en tijdrijden – waar ze vijftiende werd – gewoon in haar clubshirt. Deze maand fietste ze mee met de wereldtop. Dat is niet alleen omdat er maar weinig vrouwen wedstrijdfietsen. Annemiek heeft kracht en aanleg voor duursport. ‘Mijn zuurstofopnamecapaciteit blijkt heel goed, dus ik verzuur langzaam, al heb ik weinig aan duursport gedaan; ik reed hiervoor paard.’ En met haar mentale weerbaarheid zit het ook wel goed. ‘Je moet kunnen afzien’, vertelt Annemiek. ‘Dan hoorde ik me bergop honderd keer in mijn hoofd zeggen: oh nee, ik moet stoppen, en voelen mijn benen zwaar door de verzuring. Maar toch ga je door.’
Dat ze een doorzetter is, en fanatiek, wist Annemiek wel. In haar eerste jaar Dierwetenschappen deed ze nog eindexamen vwo-scheikunde omdat ze vond dat ze dat te kort kwam in haar pakket. Ze was ook voorzitter van studievereniging De Veetelers en gaf bijles economie. Toch rondt Annemiek deze maand haar studie af, netjes in vijf jaar. Begin september had ze het wel even zwaar. Op de eerste dag van haar debuut in een meerdaagse koers, de Expert Ladies Tour, stapte ze ziek op de fiets. ‘Ik wilde me graag bewijzen, en dan hoop je dat je die eerste dag overleeft.’ Maar het werd haar onderweg zwart voor de ogen, ze gaf over, en vloog bij een afdaling uit de bocht. Aan een ontmoeting met een Limburgse lantaarnpaal hield ze gekneusde ribben over, waar ze ‘s nachts niet door kan slapen. ‘Ik had beter moeten weten. Mijn rusthartslag was ’s ochtends ook hoger dan anders, maar velen schoven dat op zenuwen.’ Ze heeft desondanks al weer lekker met de TCW-heren, waar ze mee is blijven fietsen, getraind. Nuchter: ‘Ik weet dat ik er volgend jaar zeker ook een paar keer bij zal liggen, met vijftig in het uur. De meeste dames hebben ook overal schrammen.’
Wat Annemiek nog moet leren is door een peloton rijden. ‘Als je meer wilt dan het peloton bijhouden, moet je voorin zitten en je door die smalle ruimtes naar voren rijden. Als je al vanaf je veertiende koerst, gaat dat makkelijker. Maar naast stuurkunst is er ook lef voor nodig. En verder moet ik meer tactisch inzicht krijgen: parcourskennis, weten waar je voorin moet zitten, wie goed is, en wanneer je meesprint.’
Haar contract bij de ploeg Vrienden van het Platteland betekent naast het mogen starten in mooie wedstrijden vooral dat ze haar spaarpot niet meer hoeft te plunderen. ‘Voor iedere wedstrijd bracht ik mijn fiets naar de fietsenmaker, en ik was maandelijks zeker zestig euro kwijt aan nieuwe banden. Straks krijg ik een fiets - die ik gewoon aan een mecanicien kan geven - en verzorging en kleding. Bij een koers hoef ik dan alleen maar te fietsen, te slapen en te eten.’
Annemiek kan er niet van leven, en zoekt nu een halve, flexibele baan. ‘Bij een werkgever die het leuk vindt dat ik af en toe weg ben voor wedstrijden. Fietsen is voor mij eigenlijk nog steeds een hobby; het is ontspanning. Pas als ik mijn eentje ga is het trainen. Maar het fietsen komt volgend jaar wel op de eerste plaats. Als het moet dan maar minder leuk werk en geen carrière.’

Re:ageer