Wetenschap - 28 maart 2012

Fauna Madagascar komt uit Afrika

De meeste diersoorten op Madagascar stammen af van Afrikaanse voorlopers, laat genetische analyse zien. Wetenschappers twisten al langer over de herkomst van de vele unieke dieren op het eiland.

Tenreks vind je alleen op madagascar. Ze zijn niet verwant aan egels en een goed voorbeeld van divergente evolutie.
Het onderzoeksteam met de Wageningse moleculair bioloog Ole Madsen publiceerde dit resultaat afgelopen week in het tijdschrift PNAS.
Madagascar ligt al bijna negentig miljoen jaar geïsoleerd en herbergt daardoor veel unieke diersoorten, zoals vele lemuren en tenreks. Hun herkomst is al lang een wetenschappelijke twistappel. In dit debat meent het ene kamp dat de fauna van Afrika, India en Zuid-Amerika gemeenschappelijke voorouders heeft. Deze soorten splitsten toen het supercontinent Gondwana uiteen bewoog en de populaties geïsoleerd raakten.
Madsens genetische analyse spreekt dit tegen. De meeste vooroudersoorten arriveerden minder dan 60-70 miljoen jaar en koloniseerden Madagascar, meestal vanuit Afrika. Een conclusie die goed aansluit bij eerdere, kleinere experimenten. ‘Toch zal niet de laatste studie over dit onderwerp zijn,' zegt Madsen, onderzoeker bij de leerstoelgroep Fokkerij en genetica. ‘We vergelijken wel voor het eerst alle diersoorten en niet alleen de zoogdieren of reptielen.'
De kolonisatie vond mogelijk plaats door middel van ‘rafting', het over zee liften op boomstammen. Tot dertig miljoen jaar geleden waren zeestromingen hiervoor gunstig. Een succesvolle overtocht was waarschijnlijk zeldzaam aangezien de onderzoekers slechts bewijs hebben voor 29 kolonisaties. Na vestiging evolueerden zij in vele nieuwe diersoorten. Hierbij geholpen door de ruimte die het eiland bood toen een meteorietinslag zo'n 65 miljoen jaar geleden leidde tot massa-uitsterving. Fossielen laten zien dat de soorten van daarvoor weinig lijken op de huidige bewoners.
Voor hun analyse verzamelde het team genetisch materiaal van zoveel mogelijk hedendaagse dieren uit Madagascar, Afrika en India. Van twee genen, RAG1 en BDNF, helderde ze de basenvolgorde op om ze onderling te kunnen vergelijkeng. Door die te combineren met bestaande kennis konden ze een stamboom maken. Bovendien gebruikten ze de veranderingen in genen als een ‘moleculaire klok'. Aan de hand daarvan schatten de onderzoekers wanneer een gemeenschappelijk voorouder arriveerde op Madagascar.
De aanpak zorgt wel voor een aantal lacunes. Een aantal dieren op Madagascar, zoals enkele nijlpaarden, aardvarkens en vegetarische krokodillen, is relatief recent uitgestorven. Doordat niet is gekeken naar morfologische kenmerken, zijn deze dieren niet meegenomen. Madsen denkt dat het bestuderen van meerdere genen bovendien voor een exacter beeld kan zorgen. ‘Daarmee gaat de grote lijn niet meer veranderen,'zegt Madsen, ‘maar details wellicht nog wel.'

Re:ageer