Wetenschap - 7 januari 1999

Faber

Faber

Faber: Gebruik chemische bestrijdingsmiddelen daalt te traag

De landbouw is niet voortvarend genoeg met het verminderen van het bestrijdingsmiddelengebruik. Dat schrijft staatssecretaris van Natuurbeheer Geke Faber aan de Tweede Kamer. Volgens haar zijn twee belangrijke doelstellingen voor 2000 nog niet gerealiseerd: vermindering van het gebruik van herbiciden en vermindering van de structurele afhankelijkheid van chemische middelen. De bestrijding van schimmels, waaronder Phytophthora bij de aardappel, acht ze een punt van zorg

Faber wil dat de sector meer nadruk legt op preventie van ziekten en plagen en op het gebruik van niet-chemische methoden. De biologische bestrijding komt echter moeizaam van de grond. In de Europese Unie zijn nu vijftien biopesticiden toegelaten, tegenover honderden chemische middelen. En wat de mechanische bestrijding betreft: in de Verenigde Staten is een soort stofzuiger in gebruik om insecten uit aardbeien te zuigen, maar in de EU worden dergelijke mechanische methodes voor de bestrijding van insecten nog nauwelijks toegepast

De regelgeving is een van de bottlenecks voor invoering van biologische bestrijdingsmiddelen, zo verklaarde onlangs entomoloog prof. dr Joop van Lenteren tijdens een lezing. Van de gebruikte organismen is 82 procent een parasiet, zoals de sluipwesp. Predatoren, zoals lieveheersbeestjes, vormen zeventien procent en slechts oon procent is pathogeen - schimmels, bacteriƫn en virussen. Dat komt volgend Van Lenteren doordat aan de toelating van parasieten en predatoren geen specifieke eisen worden gesteld en aan die van pathogenen wel. Hiervoor gelden dezelfde eisen als voor de toelating van chemische middelen. Een ander probleem is het gebrek aan kennis over de natuurlijke vijanden van plagen. Zo is nog weinig bekend van hun gedrag, en van de organismen die op hun beurt hen weer bedreigen. L.N

Re:ageer