Organisatie - 17 januari 2008

‘FAO-alarm over voedseltekort is overdreven’

Voedsel wordt schaarser. Over de hele wereld slinken de voorraden en schieten de prijzen omhoog. Vlak voor het kerstdiner van 2007 waarschuwde de wereldvoedselorganisatie FAO daarom voor tekorten en oproer. Overdreven, zeggen deskundigen van Wageningen UR. Al is het wel verstandig om maatregelen te nemen.

108_achtergrond0.jpg
Na decennia van overvloed wordt voedsel weer schaarser in de wereld. De voorraden rijst en tarwe hebben het laagste niveau sinds 1980 bereikt. Jacques Diouf, directeur van VN-voedselorganisatie FAO, waarschuwde in december voor mondiale tekorten en voor onrust onder de bevolking over de hoge prijzen. De prijs van rijst verdubbelde in sommige Aziatische landen. In Mexico verdubbelde de prijs van maïs.
Westerse consumenten zullen het niet snel merken als hun brood ietsje duurder wordt, want zij geven minder dan tien procent van hun inkomen uit aan voedsel. Maar voor velen in het zuiden is dat zestig of zeventig procent. Uit angst voor onvrede proberen veel overheden in het zuiden de prijs van voedsel daarom laag te houden. Landen die zelf voedsel produceren, kunnen dat doen door de export van voedsel te beperken. China, Rusland en Vietnam hebben de exportbelastingen voor graan, rijst en soja al verhoogd. India en China hebben exportquota opgelegd. De boeren in die landen worden daarmee ontmoedigd voor de wereldmarkt te produceren en aangemoedigd om voorrang te geven aan het voeden van hun landgenoten.

Biobrandstof
Er zijn verschillende oorzaken van de voedselschaarste. Universiteitshoogleraar prof. Rudy Rabbinge, gespecialiseerd in voedselzekerheid, wijst in de eerste plaats naar de toegenomen welvaart in Azië en het veranderende dieet dat daarmee samenhangt. Wie meer verdient, gaat meer vlees eten en melk drinken. De Chinese consument at in 1985 nog maar twintig kilo vlees per jaar, in 2007 was dat vijftig kilo. De productie daarvan kost veel graan. Een belangrijke andere oorzaak die Rabbinge noemt is de toegenomen vraag naar biobrandstoffen. Eén tank van een SUV met biobrandstof kost zoveel maïs als je nodig hebt om een persoon een jaar lang te voeden, schreef de Economist afgelopen december. In de VS gaat inmiddels eenderde van de maïsoogst op aan biobrandstoffen.
Volgens Rabbinge is subsidiëring van de huidige generatie biobrandstoffen, zoals toegepast in de VS, onverstandig en onnodig. Deze brandstoffen leveren slechts een bescheiden bijdrage aan het verminderen van CO2-uitstoot, en kosten veel land en water. Het zijn dan ook geen zorgen over het klimaat die de populariteit van biobrandstoffen verklaren, denken Rabbinge en veel andere deskundigen, maar geopolitieke overwegingen. De VS en de EU willen niet afhankelijk zijn van het Midden-Oosten voor hun energie.
Een derde reden voor de schaarste aan voedsel is de droogte in Australië en Nieuw Zeeland, belangrijke graanschuren van de wereld.

Alarmerende taal
De plotselinge stijging van de voedselprijzen wordt volgens Rabbinge overigens ook veroorzaakt door de volatiliteit van de wereldmarkt. Hij wordt daarin bijgevallen door verschillende economen van Wageningen UR, die wijzen op de smalle marges op de wereldmarkt van granen. Dat is een restmarkt, legt dr. Siemen van Berkum van het LEI uit. Het overgrote deel van de productie van voedsel wordt binnen de landsgrenzen afgezet. Wat overblijft wordt verkocht op de wereldmarkt, en dat is minder dan tien procent van het totaal. Is er een beetje overvloed, dan drukt dat snel de prijzen, is er te weinig, dan lopen de prijzen op de wereldmarkt snel op. Omdat het dus maar om een deel van alle voedsel gaat, vindt Van Berkum de alarmerende taal die de FAO gebruikt, over voedseltekorten en graanoproer, overdreven. En hij verwacht dat de prijzen weer zullen dalen als bijvoorbeeld de droogte in Australië voorbij is.
Ook dr. Niek Koning denkt dat we ons op korte termijn weinig zorgen hoeven te maken. Koning is econoom bij Agrarische economie en plattelandsbeleid en vanuit Wageningen International betrokken bij het platform for Food Security & Sustainable Development, waarin verschillende onderzoekers van Wageningen UR verenigd zijn. Op 10 maart presenteren zij het rapport Long-term global availability of food: continued abundance or new scarcity? Volgens Koning lijkt de huidige schaarste op die in de jaren zeventig. Ook toen namen de voorraden af en stegen de prijzen. Maar die situatie duurde maar een paar jaar, waarna de prijzen weer daalden.
Het echte gevaar, zegt Koning, ligt in de verdere toekomst. ‘Op dit moment is er nog geen sprake van absolute tekorten, maar van honger in een wereld van overvloed. Maar het kan zijn dat er over twintig of dertig jaar behoefte is aan twee of drie keer zo veel voedsel als nu. Als er nu geen ingrijpende doorbraken komen in ons vermogen om voedsel te produceren, vrees ik dat we dat dan niet kunnen opbrengen.’
De doorbraken waar Koning aan denkt zijn technieken voor bioraffinage waarmee bestanddelen van planten die nu nog niet worden gebruikt, tot voedsel of veevoer kunnen worden verwerkt. Of nieuwe precisielandbouw waarmee een hogere opbrengst mogelijk is zonder een grotere belasting van het milieu. Of nieuwe maritieme productiesystemen. ‘Het probleem is dat innovatie van die orde van grootte niet gestimuleerd wordt door een voedselprijs die gemiddeld gesproken erg laag is en alleen af en toe een paar jaar hoger. Daarvoor moet er wereldwijd gecoördineerde actie plaatsvinden.’ Koning gelooft dus niet dat de markt het voedseltekort vanzelf regelt.
Prof. Erwin Bulte, hoogleraar Ontwikkelingseconomie aan Wageningen Universiteit, heeft daar wel vertrouwen in. ‘Als de prijzen stijgen zal het aanbod groeien, dat is een simpele economische wet.’ Maar dan moeten overheden geen maatregelen nemen die de werking van de markt in de weg zitten, stelt Bulte. Dat grote graanproducenten als China, Rusland en Vietnam hun exporttarieven verhoogden vindt hij dan ook onverstandig. ‘Daarmee pak je wat af van de boeren, namelijk de hogere prijs die ze op de wereldmarkt kunnen krijgen. Het is een vorm van herverdeling van welvaart van de boeren naar de stedelingen. Daardoor worden boeren dus niet gestimuleerd om meer te produceren, wat je nu juist wel nodig hebt.’
Ook voor Koning zijn de verhoogde exportbelastingen van China, Rusland en Vietnam een teken aan de wand. ‘Er is tegen de arme landen die zelf geen voedsel produceren altijd gezegd dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Want door de open markten zouden deze landen altijd zeker zijn van een goedkope aanvoer van voedsel. Dat blijkt dus niet zo te zijn. De nood is relatief gezien nog maar klein, en toch is dat al reden voor een politieke reactie van overheden om hun exportbelastingen te verhogen en zo hun bevolking tevreden te houden met goedkoop voedsel.’

Assertiever
Volgens Koning moeten de arme landen die zelf weinig voedsel produceren - vooral Afrikaanse landen - dan ook hun handelspolitiek veranderen. ‘Open grenzen zijn geen garantie voor voedselzekerheid voor die landen. Ze moeten hun eigen boeren beschermen tegen goedkope import, door hogere invoertarieven. Gelukkig worden de Afrikaanse landen wat dat betreft assertiever. In de recente Afrika-Europatop zijn de plannen van de EU voor lagere importtarieven voor basisproducten afgewezen door de Afrikaanse staatshoofden. Vroeger durfden de Afrikaanse landen dat niet te doen, omdat ze afhankelijk waren van de EU voor hulp. Maar er is een concurrent op de donormarkt gekomen, en dat is China.’
Ook de FAO maakt zich vooral zorgen over arme landen die voor zichzelf onvoldoende voedsel produceren. Door de hogere prijzen van voedsel op de wereldmarkt waren die landen in 2007 een kwart duurder uit dan het jaar ervoor, waardoor ze gezamenlijk ruim honderd miljard dollar moesten neertellen, becijfert de voedselorganisatie. Maar ze waagt het niet te reppen over invoerbeperkingen aan de grens, en beperkt zich tot een oproep aan donoren en overheden om de lokale landbouw in die landen te stimuleren. De FAO wil dat doen door boeren bonnen te geven die ze kunnen inruilen voor zaden of kunstmest. Die aanpak had in Malawi succes en zal dat ook elders hebben, denkt Jacques Dioef. Een erg optimistische wending aan een boodschap die begon met de dreiging van voedselrellen.

Re:ageer