Wetenschap - 1 januari 1970

Export is grootste risicofactor varkenspest

Nederland kan gemiddeld eens in de 25 jaar een uitbraak van klassieke varkenspest verwachten. De grootste risicofactor hierbij zijn terugkerende veewagens. Contacten met wilde zwijnen zijn niet zo bedreigend, stelt dr Clazien de Vos op basis van een door haar ontwikkeld ‘insleepmodel’.

De uitbraak van varkenspest in 1997 leidde in Nederland tot veel economische schade en maatschappelijke onrust. Sinds het begin van de jaren negentig is het binnen de Europese Unie niet meer toegestaan om varkens preventief in te enten tegen klassieke varkenspest. Bij een uitbraak worden besmette bedrijven geruimd en worden er regionaal vervoersverboden ingesteld.
Aangezien het varkenspestvirus nog steeds rondwaart in een aantal wilde zwijnen populaties in Duitsland, Frankrijk en Italië bestaat er voortdurend een risico op de insleep van de ziekte. In haar promotieonderzoek heeft De Vos geprobeerd de risicofactoren van varkenspest en de kosteneffectiviteit van preventieve maatregelen te kwantificeren, waarbij het non-vaccinatiebeleid als uitgangspunt is genomen. Hiervoor ontwikkelde zij een insleepmodel waarmee geanalyseerd kan worden welke insleeproutes het meest bijdragen aan de kans op een varkenspestuitbraak.
Uitgaande van de situatie in 2003, waarbij alleen de toenmalige 15 EU-lidstaten in het model zijn opgenomen als mogelijke bronnen van varkenspest, is de gemiddelde kans op insleep voor Nederland ongeveer 0,04 per jaar. Op basis hiervan kan Nederland gemiddeld eens in de 25 jaar een varkenspestuitbraak verwachten. De belangrijkste insleeproute van de ziekte is via terugkerende veewagens uit Duitsland, België en Spanje. Deze veewagens nemen ongeveer de helft van het risico voor hun rekening. Import van levende slachtvarkens, fokvarkens en biggen leveren samen een risicofactor op van 43 procent. Import van varkensproducten zijn verantwoordelijk voor de resterende risicobijdrage van 7 procent.
Contacten met inheemse wilde zwijnen leveren geen bijdrage aan de kans op een varkenspestuitbraak. Dit omdat de wilde populatie momenteel vrij is van het varkenspestvirus. Het voorkomen van insleep van het virus onder wilde zwijnen is wel van groot belang.
Gezien het Europese non-vaccinatiebeleid is scheiding van het nationale en internationale transport van varkens, zowel vanuit epidemiologisch als economisch oogpunt, een veelbelovende preventieve maatregel. ‘Internationale vrachtwagens komen dan niet meer op de varkensbedrijven en bij de grens moet je overlaadstations realiseren. De jaarlijkse kosten hiervoor heb ik berekend op 4,6 miljoen euro. Dat lijkt niet zo veel, maar het vraagt wel om grote aanpassingen in de sector’, aldus De Vos. Anderzijds is alleen de vermindering van de import en export van levende varkens met negentig procent of meer is in dit opzicht effectiever. ‘En dat ziet de sector zeker niet als een realistisch scenario.’
Vanuit financieel-economisch perspectief is het nemen van extra preventiemaatregelen niet per definitie aantrekkelijker dan het nemen van het huidige risico op een varkenspestuitbraak en de bijbehorende schade, denkt de Vos. ‘Natuurlijk spelen ook sociaal-ethische criteria mee, maar daar kan ik op basis van mijn onderzoek geen harde uitspraken over doen. Het is duidelijk dat de maatschappelijke weerstand enorm zal oplopen als er bij een uitbraak weer tien miljoen dieren moeten worden afgemaakt. Anderzijds is het een illusie om te denken dat je de risico’s kan uitsluiten.’
De Vos verwacht wel dat er politieke steun zal komen voor noodvaccinaties. ‘Daarna krijg je dan weer de discussie of de consument de gevaccineerde dieren wel wil eten. Er is geen enkel redelijk argument om dat niet te doen, dus ik zou zeggen: gewoon opeten.’ / GvM

Ir Clazien de Vos promoveerde op woensdag 25 mei bij prof. Ruud Huirne, hoogleraar Agrarische bedrijfseconomie.

Re:ageer