Wetenschap - 16 december 2010

Experimenteren in Afrika

Ontwikkelingseconoom Erwin Bulte haalde afgelopen week een Vici-subsidie van NWO binnen. Hij krijgt 1,5 miljoen euro om uit te zoeken welke landbouwprojecten in Afrika werken en waarom. 'Zonder lering houdt de hulp een keer op.'

Erwin Bulte: ‘Je moet een verhaal hebben naar de mensen die de hulp betalen.’
We besteden miljarden euro's aan ontwikkelingsprojecten, zonder dat we weten of dat geld goed is besteed. We weten onvoldoende welke projecten slagen (en welke niet) en wat daar de oorzaken van zijn. Het wordt tijd dat we dat ontwikkelingsgeld effectief gaan uitgeven.
Spreekt hier het nieuwe kabinet-Rutte? Spreekt hier de Wereldbank? Of Erwin Bulte, winnaar van een Vici-subsidie van NWO? Alledrie antwoorden zijn goed. 'We hebben de tijdgeest mee', zegt Bulte. 'Ook ontwikkelingsorganisaties benaderen ons al met de vraag of we kunnen uitzoeken wat de impact is van hun ontwikkelingsprojecten. Je moet een verhaal hebben naar de mensen die de hulp betalen. Laten zien: kijk dit heeft het opgeleverd. Zonder verhaal en lering trekken uit eerdere projecten houdt het een keer op. Bovendien is het moeilijk te accepteren dat veel geld wordt uitgegeven op een manier die weinig effect sorteert.'
Bij de economische ontwikkeling in Afrika speelt de landbouw een cruciale rol, meent Bulte. De econoom gaat de komende jaren uitzoeken wat de invloed van instituties op agrarische ontwikkeling is.
Instituties?
'Instituties zijn de regels die mensen in staat stellen om goede investeringen te doen. Het is een breed concept, het zijn de rules of the game. Zo is het juridisch kader belangrijk. Als het land dat ik bewerk niet van mij is en volgend jaar kan worden opgeëist, dan is het lastig investeren. Dan wil ik een snelle winst maken. Als ik een boertje in de binnenlanden ben, is kunstmest al snel te duur. Door een verbond met andere boeren, waarmee ik samen de aankoop regel, komt kunstmest wel in beeld. Of leidt juist samenwerking met afnemers in de keten tot investeringen en ontwikkeling?  Hierover bestaan veel verschillende theorieën. Ik wil weten welke regels belangrijk zijn bij de landbouwontwikkeling en dan de link leggen naar ontwikkelingsprojecten en overheidsbeleid.'
Hoe kom je daar achter?
'Onder andere via experimenteel onderzoek. In Liberia gaan we een project doen met de hulporganisatie CARE in 130 dorpen. In de helft van de dorpen doet CARE een interventie, in de andere helft doen we niets. Normaal wacht de hulporganisatie welke dorpen willen meedoen. Wij wijzen de dorpen per loting aan - het moet juist ad random in de proefopzet. Een interventie houdt in dat CARE bijvoorbeeld boerencoöperaties organiseert, zodat er schaalvoordelen ontstaan en de boerenmacht ten opzichte van de handelaar en leveranciers groter wordt. Wij kijken dan of zo'n interventie werkt.'
Ontwikkelingshulp is toch wel vaker onderzocht?
'Jawel, maar ontwikkelingsprojecten zijn nooit systematisch als experiment opgezet. Dat heb je nodig om rigoureus te kunnen evalueren. Toeval bepaalt bij ons of een dorp meedoet. Dat geeft een veel betrouwbaarder beeld van het gemiddelde succes dan dat een ontwikkelingsorganisatie zijn eigen plan maakt en dorpen zich vrijwillig kunnen aanmelden.'
Meet je ontwikkeling af aan het inkomen of aan het gedrag?
'We meten de impact via vragenlijstjes, maar ook via spelletjes om echt geld.  In Burundi doen we een proef om het onderlinge vertrouwen van dorpelingen te meten - vertrouwen is een hele belangrijke voorwaarde voor economische ontwikkeling. We geven mensen een envelop met geld. Die mogen ze houden, maar ze mogen het geld ook (deels) weggeven aan andere mensen in het dorp. Wij doen dat voor ze, ze weten niet wie het geld krijgen. Bij weggeven verdrievoudigen we het bedrag. De ander heeft dan, eveneens anoniem, de mogelijkheid om een deel van dat geld terug te geven. Mensen moeten dan nagaan: als ik geld weggeef, krijg ik dan een deel terug van dorpsgenoten?'
Wat levert zo'n spel op?
'Als markten zich ontwikkelen en mensen commerciëler denken, dan neemt het vertrouwen toe. Eerst zie je vooral vertrouwen in de eigen familie, daarna ontstaat vertrouwen in vreemden. Dat is belangrijk als je bijvoorbeeld iets wilt kopen op krediet. Zonder vertrouwen blijf je als samenleving hangen op een vlooienmarktniveau - gelijk oversteken. Wij onderzoeken welke factoren het onderling vertrouwen verklaren, en eventueel dus bijdragen aan effectievere hulp.'
Met vijf onderzoekers de ontwikkelingshulp verbeteren; is dat niet te ambitieus?
'In ons eentje maken we niets klaar. We stemmen dit onderzoek af met het onderzoek van het International Food Policy Research Institute (IFPRI) naar instituties en landbouwontwikkeling. Dat project is vele malen groter. Wij focussen ons op Afrikaanse landen die een burgeroorlog achter de rug hebben. Dat zijn er trouwens best veel. Ook haken we aan bij lopende projecten van hulporganisaties, onder andere van de Wereldbank. Ik heb straks vier promovendi in Afrika die de ontwikkeling op dorpsniveau onderzoeken. En dan zoek ik een postdoc die de relatie tussen landbouwontwikkeling en instituties op macroniveau gaat analyseren, en samen met mij de verbanden tussen de micro-studies onderzoekt. Dat moet leiden tot bredere uitspraken over welke interventies in landbouwontwikkeling het inkomen van de boer verhogen.'
High potential
Bulte kwam in 2007 als high potential over uit Tilburg. Hij werd hoogleraar Ontwikkelingseconomie en had een Vidi-subsidie op zak. Daarmee onderzocht hij de 'grondstoffenvloek': ontwikkelingslanden hebben vanwege burgeroorlog en corruptie meer nadeel dan voordeel van delfstoffen in hun land. Hij begon zijn onderzoek als adept van deze vloek. Vijf jaar later en vijftien artikelen verder is hij een criticus geworden. Hij schreef er over in Science.
Vorig jaar werd zijn voorstel voor een Vici nog afgewezen. Dit jaar werd zijn voorstel als excellent beoordeeld. 'Ik heb er drie weken fulltime aan gewerkt. Het voorstel had nu meer focus en samenhang.'

Re:ageer