Wetenschap - 2 februari 1995

Excentriek in Wageningen

Excentriek in Wageningen

Iedereen kent ze tenminste van gezicht. De excentrieke mannen die overdag in de Leeuwenborch, de leeszaal van de Openbare Bibliotheek of De Wereld te vinden zijn. 's Avonds kom je ze tegen in de kroeg, bij lezingen of de vergaderingen van de gemeenteraad. Het WUB sprak met Franklin, Hennie en Thomas. Graag vertellen ze hun verhaal, maar met elkaar worden vergeleken, willen ze niet. Alledrie staan ze op hun eigen manier midden in de maatschappij.


Ik stond bij de lift en ik werd naar die archiefkast op de vakgroep Toegepaste filosofie getrokken. In die kast zat een doos tjokvol met sherry, whisky, port, noem maar op. Enige tijd later zat ik in de Leeuwenborch 's avond bij een lezing van een Tibetaanse boeddhist. Ik was daar met een vriend, Michiel. De lezing ging over vrijheid, maar hij snapte er niet veel van. Kortom, we hadden enorme dorst maar geen geld. Dus hebben we in een mum van tijd die doos leeggezopen. Michiel heeft die avond nog wat zitten rommelen in bestanden op het computernetwerk, dat deed ie vaker. Dat was op de kamer van Jan Schakel (medewerker vakgroep Toegepaste filosofie). Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en Jan. En dat terwijl hij zichzelf afficheert als anarchist!"

Aldus Franklin boven een kopstoot in cafe 't Poorthuys. Deze Hagenaar, tegen de veertig, werd eens door twee Wageningse studenten in Den Haag naar de weg gevraagd. Die twee woonden op de Droevendaalsesteeg in barakken, dat leek me niets dan ellende. Maar Den Haag werd beklemmend dus ik haalde wat foldertjes: Wageningen voorbeeldstad, tegenwoordig zelfs wereldstad. Ik heb me suf gelachen."

Franklin, Zwitserse moeder, Nederlandse vader (werkte voor de buitenlandse inlichtingendienst), mager, geschoren, een piekerig kapsel en gedateerd colbertje, studeerde nooit maar praat graag over wetenschap. Hij nam zelfs deel aan de zeven dagen durende opnamen voor het VPRO-radioprogramma, De geleerde wereld. Dat handelde over veranderingen in de wetenschap. Maar ze hebben mij er consequent uitgeknipt", treurt Franklin.

Schijngedrag

Lid van de WRR prof. drs I.J. Schoonenboom, bijzondere hoogleraar toekomstverkenning en beleid, is een persoonlijke vriend. Bij hem kan ik veel omgangscodes, schijngedrag, laten vallen." Hij roemt prof. dr ir R.A.A. Oldeman om zijn durf met het interview over morfogenetische velden in NRC vorig jaar. Hij memoreert prof. dr ir Cees T. de Wit als een man waarmee hij over zichzelf kon praten. De Wit wist zichzelf en het menselijk getob te relativeren. We doen allemaal reuze ons best, maar het lukt toch niet. Teveel anderen in Wageningen zijn bang voor hun baantje, hun belangen, hun aanzien", aldus Franklin die opnieuw een zware opsteekt.

Hij nam studenten mee op sleeptouw naar de varkens op Zodiac, om vervolgens een vergelijkende gedragsstudie te maken op een receptie met borrel in de Aula. Bij de uitreiking van de sigaar van het jaar - daar kom ik ieder jaar, geweldige sociale happening" - werd hij aangesproken door Gelders Dagblad-journaliste Asia Vermeulen, echtgenote van LU-directeur Facilitaire dienstverlening ir Robert Blom. Een poging tot een interview liep op niets uit. Ze vroeg waarom ik geen sigaar rookte, terwijl ze zelf ook niet genoot van haar sigaar. Rook dan een waterpijp of shag of wat dan ook."

Zijn provocerende gedrag wordt niet meer op prijs gesteld door de Wageningse society. Ik drink nu liever ergens anders, dan kost het maar een paar centen." Maar ook diverse Wageningse kroegbazen, inclusief alternatief cafe De Overkant, willen hem niet meer.

De enige vastigheid voor Franklin is de 110 gulden die hij elke donderdag krijgt van het Stibas, de stichting die zijn financien beheert. Daarvan is nu, zaterdag, nog genoeg over voor een kopstoot.

Prijslijst

Krap bij kas zit ook Hennie: Ga je opschrijven dat ik in vodden gehuld ga", vraagt hij mij. Nee, maar de broodmagere lichtbebaarde, kalende Hennie met zijn gehavende kleding, ietwat kromme gestalte, versleten gebit en licht slingerende tred, behoort niet tot de goed geklede en goed doorvoede burgerij. Een burgerij die ontbreekt waar de zeer sober levende Hennie wel komt; de publieke tribune bij de gemeenteraad. Eenmaal hield hij een pleidooi voor steun aan partnergemeente Nyabikenke in Rwanda. Hij was toen net terug van een reis door Turks-Koerdistan, maar kon de gemeenteraad niet tot een hogere gift verleiden. Het bleef dertig cent per inwoner.

Hennie wordt door de politiek geboeid. Hij gaf onlangs het nieuwbakken PvdA-raadslid ir J. Dijsselbloem folders over de minima-pas in Utrecht: Wageningen doet zo weinig voor minima", constateert de cultureel zeer geinteresseerde Hennie.

Ik loop hem in de leeszaal van de Openbare bibliotheek tegen het lijf; drieeneenhalve biskwietjes in de hand blijven tijdens het interview intact. We lopen naar voormalig hotel De Wereld want hij heeft een nieuwtje: Daar zijn twee schilderijen gestolen". Al snel spreken we beheerder drs Tilly Jansen. Gedetailleerd doet Hennie uit de doeken waar de prijslijst en de gestolen werken hingen, dat ze er op vrijdagavond nog waren maar op zondag niet meer. Jansen kijkt steeds argwanender, vooral als Hennie, die geen vlieg kwaad doet, meldt dat er best een markt is voor gestolen beroemde werken". Want: Het Surrealisme beleeft een revival." En hij verwijst naar een Turkse surrealistische auteur. Hennie zelf zou als kunstenaar het een eer hebben gevonden als zijn werk was gestolen.

Zaagsel

Hennie, nu achterin de veertig, had vijftien jaar in Amersfoort een atelier en was nog lijsttrekker voor de Nieuwe Partij. Toen de huur van het atelier afliep sloeg hij in de steenfabriek de Plasserwaard in Wageningen zijn kunst op. Wonen in een van de ovenkamers doet hij niet meer. Het typische rode steenstof op zijn afgetrapte schoenen ten spijt.

Als kunstenaar legt hij zoals Josef Beuys en Mario Metz graag het politieke in zijn werk en zijn natuurlijke materialen belangrijk. Een koffer met zaagsel was een van de werken die Hennie verkocht; dat kostte nauwelijks iets. Maar daar draait kunst niet om. Kijk, als jij vorig jaar schrijft over de raadsleden dan beklijft de emotie, de lading", verrast Hennie mij met gedetailleerde kennis van het WUB. Die lading was het zijn een stelletje oude zakken die niets weten. Zo is het met kunst ook, het gaat om de emotie die het oproept, niet wat er staat, hangt of waar het uit bestaat."

Nu legt hij zich toe op zijn studie MO-b Turks: Een niet Indo-Europese zeer logische taal, dat is de charme. Duits of Engels zijn toch maar dialecten", waarop een gedreven uiteenzetting over zinsconstructies volgt. Ieder jaar reist hij twee maanden naar Turkije om soms zeven keer hetzelfde toneelstuk te bezoeken om zijn spreek- en luistervaardigheid aan te scherpen. Hennie, met altijd wat romans en studiemateriaal bij zich, houdt het hoofd boven water met uitzendwerken, zoals fruit plukken. Maar de laatste tijd is werk schaars. Hij is oud en duur, terwijl de broodfabriek en Coca-Cola in Ede zijn gesloten en de Parenco in Renkum automatiseert. Tot overmaat van ramp werd zijn winterse ticket richting Turkije waardeloos, omdat zijn vliegmaatschappij failliet ging. Zijn hoop is nu gevestigd op het staatsexamen Turks en werken als eerstegraads docent. Werk is er genoeg, ieder jaar reizen 200.000 Nederlanders naar Turkije en Hennie beent vastberaden weg.

Zandzakken

Thomas is de vaste eerste gast in De Wereld, niet altijd tot genoegen van het personeel. Om tien uur 's morgens is hij weer weg, omdat de leeszaal van de Openbare Bibliotheek haar deuren opent. Hij nodigt mij bij hem thuis uit: Aan de Veerweg. Je weet wel; die nieuwe witte huizen." Twee uur later tref ik hem daar, de zandzakken liggen een week voor het echt hoog water wordt al klaar.

In zijn riante huis vertelt Thomas, afgestudeerd agrarisch econoom, over zijn problemen met de hierarchie in dienst. Hoe hij daarna een baantje bij het Nili kreeg in 1976. Toen voorzag hij de treinkaping bij Wijster door de Molukkers. Dat is geen grootheidswaanzin, maar ik was gewoon goed ingevoerd. Misschien ben ik wel paragnost", vertelt Thomas bij een kop eikeltjes koffie en macrobiotische soep. Ik wilde erkenning, maar kreeg die niet, dat raakte me, daar ben ik heel gevoelig voor. In 1977 stapte ik naar de psychiater. Ik wou weten hoe ik chromosomisch in elkaar zat. Want het typische mannetje ben ik niet."

Thomas komt uit het kleine geborgen Groningse Uithuizermedum, maar verhuist naar het hardere en stadse Winsum als hij tien is. Die klap, het is eind jaren vijftig, komt hij niet goed te boven. In Wageningen vond hij de groentijd bij SSR te hard en fixeerde zich op de studie. Pas laat dook hij in het studentenleven, maar de vriendschappen waren al door anderen gesmeed. Nu nog belt hij af en toe Ceres-studenten op of spreekt ze aan op straat. Om het savoir vivre; die halen uit het leven wat er in zit.

Nu reist en fotografeert hij veel. Dankzij zijn WAO-uitkering is hij onafhankelijk en brengt de dag door met het huishouden, wandelen, fietsen, koffie drinken en lezen. Hij zou meer willen avonturieren, maar hij voelt zich gebonden aan zijn vrouw.

Moraalridder

Na het baantje bij het Nili volgden cursussen, tevergeefs solliciteren en een jaar psychiatrisch ziekenhuis Wolfheze. Daarna werkte hij via de sociale werkplaats bij prof. dr ir P.C. van den Noort. Hierna rolde hij in het onderwijs en gaf een half jaar les aan een katholieke Meao in Utrecht. Maar daar ging hij weer over de rooie en kreeg een jaar wachtgeld. De school heeft nooit van mijn opname geweten."

Opnieuw kwam hij via de sociale werkplaats aan emplooi, bij de Landbouwuniversiteit om aan zijn favoriete onderwerp te werken: modellen bouwen voor de aardappelmarkt. Weer later kwam hij via de Vrijwilligerscentrale bij het seniorencentrum de Wielewaag en het Museum de Casteelse Poort terecht. Steeds flapte hij er van alles uit. Krijgt hij kritiek, dan voelt hij zich in het nauw gedreven en wordt agressief. Ik denk dat iedereen tegen me is, ook al is dat niet zo." Zelfs in cafe De Overkant, waar de tolerantie heel ver kan gaan, is hij niet meer welkom. Daar vinden ze hem een moraalridder.

Thomas weet dat hij af en toe grenzen overschrijdt. Maar alleen zijn vrouw kan hem goed aan: Zij vindt mij aardig maar zegt dan dat ik niet zo moet zeuren". Ook de eigenaren van antiquariaat de Beschte roemt hij om hun sociaal gevoel. Minder sociaal waren de grondwerkers die hij in een serie uit het gewone leven voor de Camaraclub Wageningen op de gevoelige plaat wou vastleggen. Leegloper, ze moeten jouw soort tegen de muur zetten". Hij is zijn riante positie terdege bewust. In de tijd dat theehuis Camellia in de Nude nog bestond, trof hij daar minder bedeelde lotgenoten. Over een jaar moet de eind-veertiger op herkeuring. De zolder wordt alvast verhuurd aan een aio.

Re:ageer