Wetenschap - 7 januari 1999

Excellente RIVO-onderzoeker waarschuwt voor nieuwe vervuilingsgolf in oceanen

Excellente RIVO-onderzoeker waarschuwt voor nieuwe vervuilingsgolf in oceanen

Excellente RIVO-onderzoeker waarschuwt voor nieuwe vervuilingsgolf in oceanen

De vervuiling van oceanen is geen hot issue meer. Onterecht, vindt dr. Jacob de Boer van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO-DLO), onlangs door de DLO-directie erkend als excellent onderzoeker. Volgens de chemisch analist wordt het zeeleven ernstig bedreigd door toxische stoffen zoals vlamvertragers, op oestrogeen lijkende stoffen die worden verwerkt in textiel, auto's, tv's en elektronische apparatuur


Vrijdagmiddag, begin december. In het RIVO-gebouw in IJmuiden is het rustig. Veel onderzoekers zijn op zee, visstanden aan het meten. Zo niet dr. Jacob De Boer. Het meeste werk verricht hij aan wal, in zijn kantoor en aangrenzende laboratorium met uitzicht op de Haringkade en de in mist gehulde vissersboten. Al 25 jaar speurt De Boer naar microverontreinigingen in allerlei vissen, dolfijnen en zeehonden. Deze informatie zegt iets over de kwaliteit van visserijproducten en de gezondheid van ecosystemen. Veel opdrachten komen dan ook van de ministeries van LNV en VROM en de Europese Unie

Vorig jaar deed De Boer een belangrijke ontdekking: in het vet, de spieren en de lever van een aantal dolfijnen, zeehonden en potvissen vond hij hoge concentraties gebromeerde vlamvertragers - polybroomverbindingen. De concentraties bedroegen meer dan honderd microgram per kilogram, vergelijkbaar met de hoogste concentratie PCB's die ooit in zeedieren is gevonden. Potvissen jagen op diepten van vierhonderd tot meer dan vierduizend meter in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, een enorm gebied dat zich uitstrekt van de Portugese kust tot aan Groenland. Uit De Boers onderzoek blijkt dat vlamvertragers zelfs deze verre diepten van de Atlantische Oceaan hebben bereikt

De Boer deed zijn onderzoek met RIVO-onderzoeker Peter Wester, onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) en het Nationaal Instituut voor Kust- en Zeemanagement (RIKZ). Alvorens de potvissen te onderzoeken op microverontreinigingen met een massaspectrometer, verrichtten ze een hoop werk. De reusachtige dieren waren gestrand op de kust van Noord-Holland nadat ze vermoedelijk de weg waren kwijtgeraakt. Een grote zaag moest eraan te pas komen om een geschikte homp vlees te bemachtigen

De onderzoekers werden beloond met een spectaculaire vondst die een publicatie in het gerenommeerde tijdschrift Nature van juli 1998 opleverde. Nooit eerder was aangetoond dat de giftige en moeilijk afbreekbare gebromeerde vlamvertragers terug te vinden zijn in dieren, afkomstig uit grote diepten van de oceaan

Geslachtsorganen

De Boer vreest een nieuwe golf van vervuiling van de wereldzee├źn. Wereldwijd worden er zo'n 150 duizend ton polybroomverbindingen per jaar geproduceerd. Omdat de verbindingen lijken op het vrouwelijk hormoon oestrogeen, kunnen ze bij dieren fysiologische processen verstoren zoals de aanmaak van geslachtsorganen. Het is interessant maar ook treurig dat vlamvertragers zich wereldwijd verspreiden. Net als PCB en DDT komen vlamvertragers waarschijnlijk terecht in hoge luchtlagen die ze naar de noordpool voeren. De stoffen belanden via neerslag in het zeewater en in sneeuw- en ijspakketten. Oceaanstromingen voeren deze zuidwaarts, waardoor ze ver in de oceaan kunnen doordringen. Diepwaterorganismen nemen de stoffen uiteindelijk op

Over de toekomst is De Boer sceptisch. PCB's en DDT zijn nu in vele landen verboden, maar er komen andere gevaarlijke stoffen voor in de plaats, zoals het bestrijdingsmiddel toxafeen en vlamvertragers. Vlamvertragers breken ook slecht af. Dit duurt tientallen jaren of langer.

Het artikel in Nature deed flink wat stof opwaaien. Het haalde de New York Post en de New York Times en het alarmeerde de Europese Commissie. De commissie evalueert nu de risico's van gebromeerde vlamvertragers

Met gemiddeld zes 340 zeven artikelen per jaar is De Boer de onbetwiste toponderzoeker van het RIVO-DLO. Hij is goed voor meer dan tachtig procent van de impact-factor van het instituut, een maat voor de uitstraling van publicaties. De DLO-directie beloonde hem door hem te erkennen als excellent onderzoeker. Deze status is nog maar voor een handjevol DLO-onderzoekers weggelegd. Dr. Paul Hagel, waarnemend directeur van RIVO-DLO: De Boer produceert zowel kwantiteit als kwaliteit. Hij domineert nu de impact van ons instituut op het gebied van publicaties. H.B

Re:ageer