Wetenschap - 1 januari 1970

Evaluatie

Evaluatie

Evaluatie: DLO besteedt strategisch onderzoeksgeld niet optimaal

Het ministerie van LNV is in 1995 begonnen een deel van het geld voor DLO-onderzoek te reserveren voor strategische expertiseontwikkeling (SEO). Hiermee moest DLO zich voorbereiden op toekomstige markten en onderzoeksvragen. Vooral de eerste jaren kwam daar weinig van terecht. Organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix kraakt in zijn evaluatierapport harde noten

Van 1995 tot 1998 heeft DLO in totaal 65 miljoen gulden gekregen voor strategische expertiseontwikkeling. Dit ging af van het budget voor normale onderzoekprogramma's van DLO voor LNV. De verdeling van het SEO-geld liep elk jaar uit op een machtsstrijd tussen hoofddirectie en instituten van DLO. Aanvankelijk werd het geld over de instituten verdeeld puur naar rato van hun omzet. Sommige instituten gebruikten het toen om gaten in de begroting te stoppen. De laatste jaren komt er meer oog voor het eigenlijke doel van SEO, het vergroten van de perspectieven op langere termijn. Het bureau constateert verbeteringen bij het jaarlijkse getouwtrek om het geld, de versnippering over allerlei kleine projecten en de onduidelijkheid van criteria bij de keuze van projecten die uit de SEO-pot gefinancierd worden

Dr Dick van Zaane, projectleider onderzoek van Wageningen UR, noemt als goede voorbeelden van SEO de ontwikkeling van een vaccin voor varkenspest door het ID-DLO en de uitwerking van creatieve ideeƫn van aio's en jonge onderzoekers bij het ATO-DLO. Een ander goed voorbeeld is het CPRO-onderzoek naar het gebruik van terpenen als groene grondstof, waaraan uitgebreid marktonderzoek vooraf is gegaan

Het adviesbureau doet aanbevelingen, die de raad van bestuur heeft omarmd en waarmee ook de instituten uit de voeten kunnen. Afgesproken is dat de verdeling van het geld voortaan niet meer gebeurt op basis van omzet, maar op basis van de langeretermijnperspectieven voor markt en wetenschap. Dat vraagt een jaarlijks strategisch debat tussen raad van bestuur en instituutsdirecties. Daar bespreken ze hoeveel SEO-geld naar het concern als geheel gaat, voor projecten die verschillende instituten samen aanpakken. Het overige geld wordt verdeeld over de individuele instituten. De raad van bestuur hakt uiteindelijk de knopen door en houdt daarbij rekening met het beleid van geldschieter LNV. Achteraf zullen de raad van bestuur en LNV nagaan of het SEO-geld echt is gebruikt voor het doel waarvoor het bestemd was en of het heeft opgeleverd wat ervan verwacht werd

In 1999 is het SEO-budget veertig miljoen gulden, ofwel zestien procent van het LNV-geld voor DLO-onderzoek. Hiervan zet het DLO-concern veertig procent in en de instituten zestig procent. Komende jaren komt er een verschuiving naar de instituten, zo verwachten zowel Dick van Zaane als Job Schoute, tot voor kort SEO-coƶrdinator bij DLO

DLO en LUW doen er goed aan de besteding van geld voor SEO en uit de eerste geldstroom op elkaar af te stemmen, zo raadt het organisatieadviesbureau aan. Van Zaane ziet voordelen in samenwerking, waarbij de LUW wetenschappelijke basiskennis levert en DLO toepassingen uitwerkt. Maar DLO kan niet zomaar met de toepassingen op de loop gaan. De LUW wil daar natuurlijk wel wat voor terugzien. DLO-instituten kunnen afspreken dat ze zullen investeren in de leerstoelgroep die de kennis levert, bijvoorbeeld door apparatuur of een aio te betalen. M.Hg

Re:ageer