Wetenschap - 1 januari 1970

Europese natuurwetgeving kan bestrijding Japanse oester nekken

In 2004 is de Japanse oester nog geen echte bedreiging voor de Waddenzee, maar het schelpdier kan dat al in 2005 wel degelijk zijn. Want de oester heeft zich permanent gevestigd op dijken, oester- en mosselbanken en riffen, stelt dr Norbert Dankers van Alterra Texel, en hij zal zich geleidelijk uitbreiden. Bestrijden kan wel eens moeilijk zijn, want misschien vallen de oesterbanken wel onder de Europese natuurwetgeving.

Dankers deed samen met collega's onderzoek naar de verspreiding en uitbreiding van het schelpdier in de Waddenzee. Actie is volgens hen noodzaak. Dankers wil een website opzetten om meldingen van Japanse oesters te kunnen verzamelen. Maar vooral wil hij dat alle betrokkenen, het ministerie van LNV, de vissers, de natuurorganisaties, de koppen bij elkaar steken om voorbereid te zijn op de invasie van de Japanse oester. ,,Je ziet dat mosselbanken in drie à vier jaar worden overgenomen door de oesters.''
En die Japanse oester is alleen met drastische maatregelen te bestrijden. ,,Je kunt ze onder zand spuiten. Je kunt ze opvissen en vergruizen, maar dat gaat stinken, en waar moet je er dan mee heen. Voor de consumptie zijn ze niet geschikt, of je zou ze moeten koken of, zoals ze in het zuiden wel doen, roosteren, maar dat brengt per kilo te weinig op.''
Volgens hem zijn zulke drastische maatregelen zijn in de Waddenzee voorlopig niet geschikt. De Japanse oester groeit er verspreid op dijken, rondom geulen, op oester- en mosselbanken, op palen in de jachthavens, en op sommige plekken al op echte oesterriffen van enkele hectares. Het onder zand spuiten of het wegvissen zou grote schade berokkenen aan mossel- en oesterbanken en andere natuur.
Toch zullen zulke drastische bestrijdingsmethoden in de toekomst nodig zijn, want de Japanse oesters vormen voor zowel natuur als mens een bedreiging. Het probleem met de Japanse oesters is dat ze zich op de lange duur vestigen op vaste, onbehandelbare en onbegaanbare samenklonteringen van oesters, waardoor ze niet meer te bevissen zijn. Bovendien zijn de onregelmatig gevormde oesters die nu ook in de supermarkt te krijgen zijn, voor vogels vaak oneetbaar door de dikke schelp.
Het probleem van de Japanse oester, die bijvoorbeeld mosselbanken overneemt, speelt al langer in de Oosterschelde. ,,Als je in de Grevelingen kijkt. Val je daar van je surfplank, dan lig je open.'' Dankers vindt dan ook dat de mensen die zich bezighouden met de Waddenzee naar de ervaringen daar moeten kijken. ,,In Zeeland willen ze ze echt gaan bestrijden. Daar heb je vakken van honderden hectares Japanse oesters. Die kunnen ze wegvissen.''
Een onduidelijk probleem vormt daarbij de Europese Habitatrichtlijn. Het is niet duidelijk of grootschalige ingrepen, zoals het wegvissen van hectares oesterbanken, wel mag van Brussel. Misschien kunnen de banken juridisch zelfs aangeduid worden als 'riffen', en dan zijn het volgens de Habitatrichtlijn juist beschermde habitats.
Volgens Dankers zullen we moeten leven met de Japanse oester. ,,Een oester produceert per jaar tussen de één en honderd miljoen eieren. Daar doe je niets aan. Die zijn er gewoon. Door de oesters te bevissen kun je in de Waddenzee hoogstens tien procent van de larven wegvangen, maar daar heb je niets aan. In de Oosterschelde levert zo'n gerichte actie een vermindering van 75 procent op.'' |
M.W.

Re:ageer