Wetenschap - 1 maart 2007

Europese diversiteit; vloek of zegen?

Diversiteit kenmerkt Europa, en dat kan zowel een vloek zijn als een zegen. Docenten van het departement maatschappijwetenschappen geven komende onderwijsperiode een bijzonder vak over de verschillen in Europa. Het vak wordt besloten met een debat bij Studium Generale over de toekomst van de EU.

Het komt niet vaak voor dat twaalf maatschappijwetenschappelijke docenten van uiteenlopend pluimage samenwerken aan een cursus. Aanleiding voor het vak is de vijftigste verjaardag van de Europese Unie. Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome gesloten waarmee de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, de voorloper van de huidige Unie.
In twaalf lezingen komen de geschiedenis, politiek, cultuur, economie en natuurlijk het milieu-, landbouw- en plattelandsbeleid aan de orde. Prof. Henri Goverde gaat bijvoorbeeld in op het Nederlandse en Franse ‘nee’ tegen de grondwet. Hij zal laten zien dat de Nederlandse regering slecht heeft onderhandeld in de aanloop naar de nieuwe grondwet. Hij vraagt zich af of het opzet was dat de regering het referendum aan het parlement overliet en te weinig deed om de grondwet te promoten. Prof. Kees de Hoog zal stellen dat er beleid nodig is om te zorgen dat jonge vrouwen in de grote steden meer kinderen gaan krijgen. Anderen gaan in op de uitbreiding met nieuwe lidstaten of de verschillende smaken van consumenten in Europa. Globale conclusie: Europa is een continent van verschillen.
De vraag die centraal staat is of die diversiteit een vloek of een zegen is. ‘Voor mensen die de verschillen kunnen waarderen is reizen door Europa een feest’, zegt dr. Gertjan Hofstede, één van de docenten. ‘Maar de diversiteit is een vloek wanneer gezamenlijke actie nodig is.’ De veranderingen op het wereldwijde politieke toneel stellen Europa op de proef. ‘De EU is niet gemaakt om te vechten en is niet voorbereid op vechten.’ Ze is succesvol in dat waar het wel voor gemaakt is, namelijk economische ontwikkeling. Hofstede: ‘Het succes van Europa is nu de grootste uitdaging: de uitbreiding van het aantal lidstaten. Hoe kunnen we economisch open zijn zonder te verzuipen?’
Dr. Anton Schuurman van Agrarische geschiedenis heeft het vak georganiseerd. Hij geeft in het eerste college aan dat het allemaal begon met het streven naar nooit meer oorlog. ‘Via industrie en landbouwbeleid ontwikkelde dat zich tot steeds meer economische samenwerking en in de richting van een politieke gemeenschap.’ Schuurman hoopt dat Europa een voorbeeld wordt van samenwerking voorbij de nationale staat, waarin de staat een nieuwe rol krijgt. Maar na jaren van integratie lijkt de toenemende samenwerking te stagneren; in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn. Met als resultaat de verwerping van de Europese grondwet bij het referendum. ‘Maar we hoeven de Unie niet te zien als een tegenpool van de staat’, zegt Schuurman. ‘Ze kunnen naast elkaar bestaan en hebben verschillende functies.’
Omdat de komende colleges naar verwachting veel discussie zullen oproepen, organiseerde Schuurman naast de colleges een slotdebat bij Studium Generale, op donderdagavond 12 april.

Re:ageer