Wetenschap - 1 januari 1970

Europa trekt twee miljard uit voor jonge onderzoekers

Europa trekt twee miljard uit voor jonge onderzoekers

Europa trekt twee miljard uit voor jonge onderzoekers

Hier heb je als universiteiten tenminste wat aan. Met die aanbeveling werd onlangs het nieuwe Europese programma voor training en mobiliteit van onderzoekers gepresenteerd. Deze Brusselse geldpot heeft nu eens geen ander doel dan versterking van het onderzoek. De nadruk ligt op internationale training van jonge onderzoekers


Vijfduizend postdoc-plaatsen voor jonge mensen die buiten eigen land aan onderzoek meedoen; steun aan vijfhonderd internationale onderzoeksnetwerken, en tienduizend korte bezoeken aan grote onderzoekfaciliteiten in Europa. Dat gaat Brussel de komende vier jaar betalen uit het programma Improving the Human Research Potential (IHP). Het programma mag 2,5 miljard gulden kosten

Voor de Nederlandse universiteiten is IHP interessant, stelt mr Cees Vis, die in Brussel de onderzoekswereld vertegenwoordigt. De voorganger van het IHP-programma leverde de instellingen 150 miljoen gulden op, of zo'n duizend extra onderzoekers. Daarmee was Europa een belangrijke financier van de in ons land schaarse fellowships, waarmee gepromoveerden ervaring bij goede instituten kunnen opdoen. Ook vormden tientallen onderzoeksgroepen met Brussels geld een netwerk met buitenlandse vakgenoten

Het IHP-programma is onderdeel van het nieuwe Europese Kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, dat 33 miljard gulden gaat kosten. Het meeste geld is gekoppeld aan politieke doelen zoals efficiƫntere productiemethoden en betere gezondheidszorg, maar IHP mag overal over gaan, als maar over de grens wordt samengewerkt en als het onderzoek maar kwaliteit heeft

Succeskans

Volgens de Brusselse topambtenaar Barry McSweeney wordt de concurrentie nog groter dan onder het vorige programma. Er dingen nu onderzoekers mee uit 31 landen. Bij de populairste delen van het IHP schat McSweeney de succeskans op vijftien procent

De subsidie voor netwerken van onderzoekers is zo'n populair onderdeel. Dit jaar is er een half miljard gulden voor beschikbaar, goed voor tweehonderd initiatieven. In een netwerk moeten minstens vijf onderzoeksgroepen, uit drie of meer landen, samenwerken. Zestig procent van het geld moet bestemd zijn voor postdocs, die vrij toegang moeten hebben tot de aangesloten collega-instituten. McSweeney vindt grote netwerken riskant: Als er de afgelopen jaren initiatieven stukliepen, was dat meestal door een overbodige partner. Stel u dus de vraag of alle beoogde deelnemers wel noodzakelijk zijn.

Ook op de individuele onderzoekersbeurzen (budget dit jaar: 270 miljoen gulden) wordt een stormloop verwacht. Maar bij dit onderdeel verandert iets. Volgens McSweeney ging het voorheen vaak te vrijblijvend toe. Onderzoekers met reisplannen kregen van een instituut te horen: Komt u maar! Als ze na een half jaar op de stoep stonden, vroeg men: Wie bent u eigenlijk?.

De regels voor deze fellowships zijn nu veranderd. De pot voor individuele aanvragen is gehalveerd; hier wordt scherp gelet op het commitment van het gastinstituut. Bij de rest van het geld dient niet de onderzoeker, maar het gastinstituut de aanvraag in. Aanvragende groepen moeten in hun vak tot de absolute top behoren. Dat moet blijken uit publicaties, wetenschappelijke prijzen en uit hun internationale contacten

Deadline

Behalve met netwerken en fellowships stimuleert Brussel de Europeanisering van het onderzoek via het gezamenlijk gebruik van grote onderzoeksfaciliteiten of -instituten. Hiervoor is de komende jaren vierhonderd miljoen gulden beschikbaar. Wie komend jaar een van deze faciliteiten wil bezoeken, moet wel snel zijn: al op 4 mei is de deadline voor dit deel van het IHP-programma. Aanvragers van fellowships hebben tot 17 mei de tijd. Twee weken later sluit de termijn voor onderzoeksnetwerken

Drie maanden na die laatste deadline denken de Brusselse ambtenaren al klaar te zijn met de selectie van de tienduizenden beursaanvragen. Wij mikken op een formele beslissing per 15 september, zegt McSweeney. Omwille van de snelheid werkt de Europese Commissie zoveel mogelijk met digitale indiening van aanvragen, via de eigen website (www.cordis.lu/improving). Op die site is ook alle informatie over de procedures te vinden

Re:ageer