Organisatie - 1 januari 1970

Europa bezorgt studenten langere werkweek

Wageningse studenten zullen voortaan een groot deel van het jaar 42 uur per week moeten werken. Dat is het gevolg van het feit dat Wageningen UR het European Credit Transfer System wil halen. Dit label wordt uitgedeeld aan universiteiten die voldoende open en transparant zijn voor buitenlandse studenten. Om dit label te halen moet Wageningen een nieuw cijfermodel invoeren en overgaan op een ander studiebelastingsysteem.

Alle universiteiten in Nederland gaan vanaf september 2004 over op het nieuwe Europese studiepuntensysteem. Nederland heeft dat wettelijk verplicht gesteld.
In het nieuwe systeem bestaat elk jaar uit 60 ECTS, wat overeenkomt met 42 `oude' studiepunten. Wageningen Universiteit heeft dit in het huidige onderwijssysteem ingepast door alle periodes 12 punten te maken. Dat betekent dat studenten in de eerste vier periodes 42 uur per week moeten gaan werken. De vijfde periode wordt juist 64 studiebelastingsuur lichter. Deze periode wordt lichter gemaakt door de vrije dagen in de vijfde periode, zoals Koninginnedag en Pinksteren, nu ook echt vrij te maken. Daarnaast wordt de tiende week van de periode nu hertentamenweek voor de vierde periode. Voorheen werden deze dagen meegerekend voor de studiebelasting, nu niet meer.
Naast het nieuwe studiebelastingsysteem gaat Wageningen ook het Europese cijfersysteem invoeren. Daarin krijgt een student geen cijfer op basis van absolute waarden, maar op basis van zijn prestaties ten opzichte van zijn medestudenten. Als een student een cijfer haalt dat bij de beste tien procent van de cijfers zit die de afgelopen jaren voor een vak zijn gehaald, dan krijgt deze student een A. Krijgt de student een cijfer dat normaal gesproken door een kwart van de studenten wordt gehaald dan een B. De middelste dertig procent krijgt een C en de onderste groepen een D of een E. Alleen studenten die de test halen worden meegerekend. Studenten die de toets niet halen krijgen een FX of een F. FX betekent dat een proefwerk net niet gehaald is. Bij een F moet er nog een aanzienlijke hoeveelheid werk verzet worden. Wageningen hoeft niet over te schakelen op dit systeem maar mag het parallel naast het nieuwe systeem invoeren.
De grote cijferdatabase die het model nodig heeft is in Wageningen al voorhanden. De methode geeft docenten inzicht in de veranderingen van de prestaties van studenten. |G.v.H.

Re:ageer