Organisatie - 4 november 2015

Eurocommissaris: op naar een circulaire economie

tekst:
Koen Guiking

‘Als het begrotingstekort van EU-lidstaten meer dan 3 procent bedraagt, dan is er paniek. Maar dat Europa ruim 40 procent meer grondstoffen gebruikt dan het heeft, daar hoor je niemand over.’ Dat zei eurocommissaris Karmenu Vella (Milieu, maritieme zaken en visserij) tijdens zijn bezoek aan Wageningen op 4 november.

Eurocommissaris Karmenu Vella omringd door (vlnr) Mischa Streekstra, Arthur Mol, Christos Giatsis, Vera Felix da Graca Silva en Charlotte Verburg. Foto: Aart-Jan van de Glind.

Vella hield in Orion een pleidooi voor duurzame economische groei. ‘Zorgen voor groei en welvaart voor iedereen, is simpelweg onmogelijk met het huidige lineaire economische model.’ Hij pleitte voor een circulaire economie. Zonder de term cradle-to-cradle te gebruiken vertelde hij een zaal met ongeveer vijftig toehoorders – veelal studenten – dat we ernaar toe moeten al bij het design van producten na te denken over hoe de grondstoffen ervan uiteindelijk weer gerecycled kunnen worden. Ook de deeleconomie haalde hij aan als nieuw businessmodel. En hij brak een lans voor “blauwe groei”, naast de veel besproken “groene groei”. ‘De planeet bestaat voor 70 procent uit zeeën en oceanen, maar 95 procent van onze economische activiteit is op het land.’ Dat het loont om zeeën beter te benutten, bewijst vooral het succes van de offshore windparken. ‘In 2007 bestond die sector nog nauwelijks, nu werken er 75.000 mensen. Dat is half zoveel als er vissers zijn.’

De planeet bestaat voor 70 procent uit zeeën en oceanen, maar 95 procent van onze economische activiteit is op het land.
Eurocommissaris Karmenu Vella

‘Veel open deuren, maar toch wel goed om te horen van iemand op deze positie’, reageerde Mischa Streekstra achteraf. Zij was één van de vier studenten die aan de eurocommissaris en andere toehoorders mochten uitleggen welke milieu- of visserijonderwerpen hen bezighoudt. Ze vertelde dat ze binnenkort start met een promotietraject bij Marine animal ecology om de effecten van verzuring van de oceanen op de fysiologie van schelpdieren te onderzoeken. Vella reageerde dat haar onderzoek ongetwijfeld zal bijdragen aan goede tools om de gevolgen van verzuring duidelijker te maken. ‘Research is important’, zei hij meerdere malen deze ochtend. ‘Ja. Daar ben ik wel positief door verrast’, reageerde Streekstra. ‘Meestal zeggen politici: is al dat onderzoek nou wel nodig?’

Charlotte Verburg, masterstudent Environmental sciences, vond dat de eurocommissaris wel erg algemeen sprak. Zij had een presentatie gegeven over afval in zee, met name plastic, en wilde weten wat de eurocommissaris deed om dit probleem tegen te gaan. Zijn repliek dat afval gezien moet worden als een waardevolle grondstof en dat recycling een groot deel van de oplossing was, vond Verburg teleurstellend.

Wie waarschijnlijk wel met een zeer positief gevoel naar huis gingen, waren enkele studenten die aan een opdracht werken om de “emerging trends” op het gebied van zeegebruik in kaart te brengen. Op de vraag wat de kansen en bedreigingen waren kregen ze niet direct antwoord, maar Vella nodigde ze wel uit om een keer langs te komen in Brussel. En achteraf trokken de studenten een promovendus aan zijn mouw om te vragen of hij wat “emerging trends” kon noemen. Christos Giatsis, die in zijn presentatie had stilgestaan bij de nadelen van het ontwikkelen van vegetarisch voedsel voor carnivore kweekvissen, stond de studenten geduldig te woord.

Na de ontmoeting met studenten ging de eurocommissaris op bezoek bij het NIOO, het World Soil Museum en de aquacultuurfaciliteiten in Zodiac.


Re:ageer