Wetenschap - 25 januari 2001

Ethisch reveil in het onderwijs

Ethisch reveil in het onderwijs

"Studenten zijn under cover maatschappij-veranderaars"

'Ethiek zou meer ge?ntegreerd moeten worden in het onderwijs', is een veel gehoorde mening van prof. dr. Cees Veerman, voorzitter van de raad van bestuur. Ook studentenvakbond WSO staat hier vierkant achter en organiseerde op 17 januari een etentje waarbij studenten in discussie gingen met docenten en de raad van bestuur van Wageningen UR.

Een verplicht vak ethiek zou wel eens averechts kunnen werken, bleek tijdens de discussie. 'Laat studenten ethische stellingen maken over het onderzoek van een afstudeervak, dat dwingt zowel student als docent tot nadenken', opperde rector magnificus prof. dr. ir. Bert Speelman.

"Onze ingenieurs komen op posities terecht waar ethiek van groot belang is", stelde Veerman tijdens het diner. "Ze mogen niet afstuderen zonder het vermogen zelfstandig ethische afwegingen te kunnen maken. Docenten kunnen dan ook niet zeggen dat ze geen stelling willen nemen omdat ethiek niet hun metier is". Wetenschappers beweren graag dat hun onderzoek waardevrij is, zei Veerman. "Maar die opvatting kan geen stand houden. Er bestaan geen onomstotelijke waarheden meer en als die toch als zodanig gepresenteerd worden, worden ze steeds minder geaccepteerd als basis voor de inrichting van de samenleving".

Bart Gremmen van de leerstoelgroep Toegepaste filosofie prees het voornemen ethiek meer te integreren in het onderwijs, maar vond vooral de vraag hoe dat te doen belangrijk. Wat Wageningen Universiteit al doet aan ethiek is versnipperd, aldus Gremmen. De leerstoelgroep Toegepaste filosofie is er mee bezig, ingenieursvereniging KLV heeft een commissie ethiek en zet zich in voor het aanstellen van een hoogleraar ethiek. Ook Studium Generale organiseert activiteiten die handelen rond ethiek. Maar docenten zijn geen ethici en zijn volgens Gremmen onvoldoende uitgerust om studenten binnen vakinhoudelijke college's gereedschap aan te reiken om ethische afwegingen mee te maken over de stof. Gremmen wil dan ook meer samenwerking zien tussen zijn leerstoel en andere docenten in het opzetten van onderwijs dat meer aandacht heeft voor ethiek.

Tijdens het diner bogen de gasten zich onder andere over probleemgericht onderwijs (PGO). Daarin is aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid verplicht, maar vaak droog en kleurloos vorm gegeven. Studenten scheiden feiten en waarden, zegt Gremmen, terwijl juist die feiten niet neutraal zijn. Gremmen: "Een eenvoudig stuk steen als een verkeersdrempel heeft de norm 'gij zult niet hard rijden' in zich." Ingenieurs stoppen volgens Gremmen normen en waarden in de dingen die ze maken. "Het zijn maatschappij-veranderaars under cover. Maar ze zijn zich er vaak niet van bewust." Dr. ir. Suzanne Lijmbach deed een studie naar ethische kwesties in probleemgericht onderwijs. Ze beveelt aan om niet alleen de leerstoelgroep Toegepaste filosofie te betrekken bij het opzetten van PGO onderwijs, maar ook de andere gamma-leerstoelen. Ethische kwesties komen beter uit de verf wanneer docenten in een 'PGO-netwerk' samenwerken om vakken te maken, stelde Lijmbach.

In de discussie kwam naar voren dat een verplicht vak ethiek wel eens averechts zou kunnen werken. Niemand kan gedwongen worden na te denken. Meer heil verwachtten de discussianten van een meer gelijkwaardige dialoog tussen docent en student, waarin studenten via evaluaties ook de docent kunnen beoordelen op hun begeleiding rondom ethische zaken. Ook werd geopperd dat het Wb meer dan nu het geval is kan fungeren als forum voor ingezonden brieven of essays over ethische kwesties uit de beroepspraktijk.

Volgens rector magnificus prof. dr. ir. Bert Speelman moet de student zich gaan afvragen 'wat hij er nou eigenlijk zelf van vindt'. In de eerste studiejaren kunnen studenten nog aangesproken worden op hun rol als burger. In afstudeervakken en stages kunnen studenten aangesproken worden op hun rol als beroepsbeoefenaar. Dat kan volgens Speelman bijvoorbeeld door studenten ethische stellingen te laten maken over het onderzoek van een afstudeervak. Die zouden dan in het eindgesprek met de begeleider verdedigd moeten worden. Dat dwingt zowel de student als de docent tot nadenken.

zie ook het debat op pagina 8

|

J.T.

Re:ageer