Wetenschap - 1 december 2014

Ethiopische tussenhandel in sesamzaad blijft populair

tekst:
Albert Sikkema

Met een officiële landbouwbeurs wil de Ethiopische overheid ervoor zorgen dat de sesamboeren een hogere prijs krijgen en dat er minder geld naar de tussenhandel gaat. Dat is deels gelukt, concludeert Gerdien Meijerink, maar er zijn ook onbedoelde gevolgen. De oude vertrouwde tussenhandelaar blijft populair.

In de oude situatie hadden de telers van sesam, een belangrijk exportproduct in Ethiopia, geen informatiebron over de sesamprijs en kwaliteitsstandaarden. Ook wisten ze niet hoeveel kilo sesam er in een zak ging. Ze waren afhankelijk van de plaatselijke handelaar, die het doorverkocht aan de lokale of regionale handelaar, waarna de sesam via de provinciale tussenhandel werd afgeleverd in de hoofd- of havenstad. Door die fijnmazige handelsstromen waren de transactiekosten voor sesam hoog en kregen de boeren in afgelegen dorpjes weinig voor hun cash crop. Volgens de Ethiopische Eleni Gabre-Madhin, die eerder onderzoek deed naar de sesamhandel, moesten de boeren en handelaren meer informatie krijgen over de handelsprijzen en kwaliteitseisen.

Op haar advies opende de Ethiopische overheid in 2008 een landbouwbeurs in de hoofdstad Addes Abeba, waar aan de hand van vraag en aanbod een officiële sesamprijs wordt gepubliceerd. Die prijs diende als richtprijs op afgelegen dorpsmarkten in het land. Bovendien hadden de handelaren een vergunning nodig om te mogen handelen op deze marktplaatsen. Meijerink ging na of dit systeem werkt.

Je zou denken dat alle boeren gebruik gingen maken van het nieuwe marktkanaal, maar de meeste boeren bleven handelen met de oude handelspartners waarmee ze een vertrouwensband hadden opgebouwd. Pas nadat de overheid de officiële landbouwbeurs verplicht had gesteld in 2010, wordt de meeste sesam via dit systeem verhandeld. Meijerink stelt op basis van interviews vast dat de boeren inmiddels meer vertrouwen hebben in de handelaren, omdat ze nu betere informatie krijgen over de sesamprijs en het bod van de handelaren beter kunnen beoordelen. Bovendien zijn de kosten ‘van de boer tot de haven’ (de transactiekosten) gedaald, wat gunstig is voor de producenten.

Maar het vertrouwen tussen de lokale en regionale handelaren nam af, aldus Meijerink. Als gevolg daarvan kunnen de kleine dorpshandelaren minder makkelijk geld lenen van de grote regionale handelaren om het sesamtransport te bekostigen. Bovendien doken er verhalen op over corrupte beursmedewerkers die de kwaliteit door het sesamzaad te hoog waardeerden in ruil voor steekpenningen. Al met al gaven de meeste sesamtelers en handelaren aan dat ze liever zaken doen met hun informele handelsnetwerk dan met het officiële handelshuis.

De Commodity Exchange, zoals de landbouwbeurs heet, is populair bij donoren. De handelshuizen en elektronische prijssystemen worden ook in andere Afrikaanse landen ingevoerd. Meijerink is gematigd positief over de introductie in Ethiopië. De overheidsbemoeienis levert de sesamboeren niets op, concludeert ze, maar meer informatie over de sesamprijzen in de Ethiopische dorpen levert de sesamboeren meer geld en vertrouwen in de handel op. Die informatie op de markt is van groot belang, want de meeste Ethiopische boeren hebben nog geen mobiele telefoon waarmee ze prijsinformatie kunnen opvragen.

Gerdien Meijerink promoveert vandaag bij Erwin Bulte, hoogleraar Ontwikkelingseconomie

Re:ageer