Wetenschap - 23 oktober 2015

Ethiopische boer stopt te weinig mest in de bodem

tekst:
Albert Sikkema

De bodemvruchtbaarheid in Ethiopië holt achteruit, omdat de boeren veel te weinig mest en plantenresten als bodemverbeteraar gebruiken. De graanboeren gebruiken de meeste mest namelijk als brandstof en de plantenresten als veevoer. Dat blijkt uit onderzoek van Abebe Nigussie.

Nigussie, verbonden aan de sectie Bodemkwaliteit, onderzocht wat de Ethiopische boeren en tuinders doen met de afval- en reststromen op hun bedrijf en welke effecten dit heeft op de bodemvruchtbaarheid. Daartoe interviewde hij 220 boeren, onderverdeeld in graanboeren, groentetelers, telers van sierplanten en gemengde bedrijven. De gemengde bedrijven en graanboeren gebruiken maar liefst 80 procent van de mest op het bedrijf als brandstof en 85 procent van de plantenresten als veevoer. Ook verkopen de boeren een deel van hun afvalstromen. Daardoor blijft hooguit 10 procent van mest en plantaardig afval over voor bodemverbetering. De sierplantentelers gebruiken zo’n 40 procent van de afvalstoffen voor bodemverbetering. Ook dat is te weinig om de – vaak al geringe - bodemvruchtbaarheid op peil te houden, constateert Nigussie.

Om ervoor te zorgen dat er meer mest en plantaardig afval wordt ingewerkt in de bodem in Ethiopië, moeten er duurzame alternatieven komen voor de mest als brandstof en plantenresten als veevoer. Zonnepanelen kunnen de mest vervangen als energiebron, maar andere vormen van veevoer zijn niet beschikbaar. De belangrijkste oplossing is het sluiten van de biologische kringloop. Nu eindigen veel voedingsstoffen in de stad op de stortplaats. De boeren moeten meer gebruik maken van deze afvalstromen uit de stad om de bodem op het platteland te verrijken, adviseert Nigussie.

Voorts helpen onderwijs, landeigendom, toegang tot voorlichting en ervaring met het maken van compost de boeren om beter gebruik te maken van hun afvalstromen, constateert Nigussie deze maand in het wetenschappelijk tijdschrift Waste Management.


Re:ageer