Wetenschap - 1 januari 1970

Eten aan banden

Als we een oplossing willen vinden voor de epidemie van het overgewicht, doen we er goed aan om te kijken naar gezondheidsproblemen die we de afgelopen decennia onder controle hebben weten te krijgen. Dat is de boodschap van de Amerikaanse hoogleraar Lawrence Green. Wat is gelukt met roken, lukt ongetwijfeld ook met overgewicht.

Ergens in het midden van de jaren vijftig kwam de kentering. De grafiek, die prof. Lawrence Green via zijn laptop op het scherm projecteert, laat sinds het begin van de twintigste eeuw een gestage stijging zien. ‘De consumptie van sigaretten in de VS’, verduidelijkt Green. Hij wijst op een gering dipje in de klimmende curve. ‘De Great Depression’, zegt hij. ‘Hoe onbetekenend ook, voor beleidsonderzoekers was het een eye-opener. Het liet zien hoe economische omstandigheden het rookgedrag kunnen afremmen.’ En na de depressie schiet de consumptie omhoog. De tweede wereldoorlog is begonnen.
‘In de oorlog versnelt de toename van de consumptie’, zegt Green. ‘De tabaksindustrie verkocht sigaretten tegen een gereduceerd tarief aan soldaten, die elders een oorlog uitvochten. Niet uit solidariteit of vaderlandsliefde, maar uit marketingoverwegingen. De fabrikanten wisten dat een leger vooral bestaat uit jonge mannen. Door het leger te bevoorraden bereikten ze een volledige generatie.’ In de jaren vijftig is de consumptie op zijn hoogtepunt. ‘Als er toen niets was gebeurd, dan had de wereld er nu anders uitgezien.’
Green is te gast in Wageningen. De aan de universiteiten van San Francisco en Berkeley verbonden hoogleraar spreekt op een door onderzoeksschool Vlag georganiseerde cursus over voorlichting en voeding. Het thema van zijn presentatie: kunnen voorlichters, die de vetzuchtepidemie willen indammen, iets leren van de strijd tegen het roken?
Gastheer prof. Gert Jan Hiddink, bijzonder hoogleraar bij de leerstoelgroep Innovatie- en communicatiestudies en werkzaam bij de zuivelorganisatie NZO, roemt de kwaliteiten van Green. ‘Lawrence Green is een fenomeen’, zegt hij. ‘Hij heeft een model ontwikkeld dat aangeeft hoe je collectieve gezondheid kunt verbeteren. Dat model is, meestal in aangepaste vorm, in totaal 930 keer toegepast. Dat is indrukwekkend.’

Voorlichting
Het is dinsdag 4 oktober, het is half negen en de cursisten drinken koffie om wakker te worden. Green wijst nogmaals op de curve, die in de jaren zestig aarzelend gaat dalen. ‘Als je kijkt naar het aantal doden dat sterft door verkeersongevallen waarbij alcohol in het spel is, dan krijg je ongeveer ook zo’n grafiek. Of het aantal hartaanvallen door roken. Of, als je hem een beetje verschuift, het aantal doden door HIV. We hebben in de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw geleerd dat we door beleid en voorlichting de gezondheid van onze bevolking kunnen verbeteren door hun gedrag te beïnvloeden. Dat is een verdienste waar we trots op mogen zijn.’

‘In situaties waarin eten nu nog normaal is, zullen we dat over veertig jaar niet meer tolereren’
De stijging van de sigarettenconsumptie stokt in 1954. De aanleiding was een artikel in het veelgelezen Reader’s Digest over het verband tussen roken, hart- en vaatziekten en kanker. Of er ooit een artikel zal verschijnen dat zo’n impact heeft op de inname van kilocalorieën kun je betwijfelen. Dat is de strekking van de presentatie van dr. Kees de Graaf van de afdeling Humane Voeding. De Graaf onderzoekt al twintig jaar het eetgedrag van mensen, en de teneur van dat onderzoek is duidelijk. We zijn gemaakt om te eten.
‘Onze hersenen zijn zo ontworpen dat ze automatisch levensmiddelen waarderen die veel kilocalorieën leveren’, zegt De Graaf. ‘Stop je suikers zonder zoete smaak maar met veel calorieën in frisdrank, dan gaan proefpersonen die automatisch meer waarderen dan frisdranken zonder smakeloze calorieën. Als je voedingsmiddelen ongemerkt opvoert met vet gebeurt hetzelfde.’ En als mensen een levensmiddel beter vinden smaken, dan eten ze het liever, vaker en meer. Smaak is nog steeds het belangrijkste criterium in voedselkeuze, blijkt uit alle studies.
Geef je mensen meer voedsel, dan eten ze ook automatisch meer. Grotere porties nodigen uit tot meer eten, blijkt uit een klassiek experiment dat De Graaf aanhaalt. Daarin gebruikten onderzoekers een soepkom die niet leeg kon gaan. Een slangetje onderin de kom vulde elke schep soep aan die proefpersonen eruit hadden genomen. Het apparaat verdubbelde de hoeveelheid soep die proefpersonen aten.
Bevindingen zoals die maken De Graaf sceptisch over de boodschap van legio psychologiserende handleidingen voor afslankers. Volgens die handboeken moeten dikke mensen leren om ‘trek’ te onderscheiden van ‘honger’, en leren te herkennen wanneer hun lichaam ‘verzadigd’ is. Als die mind-body connectie is hersteld, dan komt het automatisch goed met dat overgewicht, aldus de dieetgoeroes.
‘Ik denk niet dat we het punt kunnen aangeven wanneer we genoeg hebben gegeten’, zegt hij. ‘Als we voedsel krijgen aangeboden, dan eten we, en krijgen we meer voedsel, dan eten we ook meer. Zo zitten we in elkaar.’

Rookverbod
Terwijl De Graaf praat, knikt Lawrence Green instemmend. Wat de Wageninger vertelt past prima in het idee achter zijn model. Als een overheid het gedrag van zijn bevolking wil veranderen, dan moet die de volledige omgeving van de individuen veranderen. Mensen zijn pas minder gaan roken door de combinatie van voorlichtingscampagnes, een verbod op advertenties, prijsverhoging en rookverboden. Individuele programma’s of initiatieven leverden bijna nooit meetbaar effect op. Het was de combinatie van programma’s en initiatieven die zoden aan de dijk zette.
Die machinerie kwam in de VS pas in beweging nadat in 1964 een gezaghebbende organisatie van artsen, de Surgeons General, het rapport Smoking and Health publiceerde. ‘Het rapport verschafte de overheid een legitimatie om maatregelen te nemen’, zegt Green. ‘Je ziet nu trouwens ook zulke rapporten verschijnen over obesitas.’
Maar de fatale klap voor de tabaksindustrie kwam pas tien jaar later, in de jaren zeventig, toen niet-rokers zich verenigden in de Nonsmokers’ Rights Movement. Toen die begon te ijveren voor rookvrije ruimten, en overheden die eisen inwilligden, probeerde de industrie wanhopig het tij te keren.
‘De tabakslobby was aanwezig in de raadsvergaderingen van de grote steden’, zegt Green. ‘Het lukte de fabrikanten om het proces daar te stoppen. Maar in kleine steden lukte het ze niet. Er waren gewoon teveel steden om overal aanwezig te zijn. De volgende stap was dat uitbaters van openbare gelegenheden gingen klagen over de klandizie die ze verloren aan concurrenten in steden waar er geen rookverbod was. Hogere overheden hadden geen andere keuze dan overal rookverboden in te voeren.’
De cursus die hij op dit moment geeft illustreert het eindpunt van die ontwikkeling. ‘Hier is ongetwijfeld hetzelfde gebeurd’, zegt Green. ‘Op zo’n bijeenkomst als deze zou veertig jaar geleden bijna iedereen hebben gerookt. Dat was toen normaal. In het proces dat begon met stukjes in Reader’s Digest is roken van normaal gedrag veranderd in abnormaal gedrag.’
Iets soortgelijks zal in de strijd tegen overgewicht moeten gebeuren met voeding, verwacht Green. ‘De gemiddelde Amerikaan verbrandde in de jaren negentig achthonderd kilocalorieën minder dan in de jaren zeventig. Overgewicht bestrijden zal inhouden dat we eetgedrag aan banden gaan leggen. Hoe precies, dat weet ik niet. Maar in situaties waarin eten nu nog de normaalste zaak van de wereld is, zullen we dat over veertig jaar niet meer tolereren.’

Willem Koert, foto Guy Ackermans

Re:ageer